Dromen in Franse popmuziek

Nicholas Godin en Jean-Benoît Dunckel vormen het Franse duo Air. Ze zijn klassiek opgeleid, bespelen 'antieke' keyboards en hebben de hit Sexy Boy. “De ochtend is er voor de liefde, voor dromen en voor romantiek. Inspiratie komt pas na de middag.”

Air: Moon Safari (Source/Virgin 2438449782)

AMSTERDAM, 9 febr. Als een lopend vuurtje ging het de afgelopen weken door de internationale popwereld: het debuutalbum Moon Safari van het Franse duo Air is spectaculair goed. Een sensatie? “Ja, wij zijn the next big thing,” verklaren multi-instrumentalisten Nicholas Godin en Jean-Benoît Dunckel zonder valse bescheidenheid. In de bosrijke omgeving van hun woonplaats Versailles werkten ze in alle rust aan zorgvuldig gearrangeerde muziek die de ontbrekende schakel zou kunnen zijn tussen 'easy listening' en 'ambient techno.' Op Moon Safari klinken echo's van Kraftwerk en The Beach Boys, orkestrale soundtrackmuziek van John Barry en de elektronische klanksculpturen van Brian Eno. Dansmuziek komt niet in een originelere verpakking.

Ze zijn géén deejays, beklemtonen ze, maar klassiek geschoolde muzikanten. Terwijl pianist Dunckel zich aan het conservatorium in Debussy en Bach verdiepte, trof hij gitarist en architectuurstudent Godin in een rockband. Ze gebruiken geen computers, maar 'antieke' keyboards: minimoog, casiotone, wurlitzer en rhodes.

Toch heeft hun muziek onmiskenbare raakvlakken met de dance-cultuur, zoals blijkt uit de aanstekelijke radiohit Sexy Boy met zwoele damesstemmen die door Godin en Dunckel zèlf werden ingezongen. De vocoder, een electronische stemvervormer die al eens door Neil Young op de lp Trans (1982) werd gebruikt, behoort naast het klokkenspel en de guitare acoustique tot het instrumentarium.

Bij het maken van de videoclip brachten de vervormde stemmen een grappig misverstand met zich mee, memoreert Nicholas Godin. “De regisseur vroeg ons of we dezelfde meisjes op locatie mee wilden nemen. Toen we hem vertelden dat we dat zèlf zijn, dacht hij dat we hem voor de gek hielden. Volgens mij gaat er een schok door heel Engeland, als we Sexy Boy binnenkort live in het tv-programma Top Of The Tops zingen.”

Na recente successen van landgenoten Dimitri From Paris en Daft Punk zet Air een volgende stap in de internationale opmars van de Franse dansmuziek. De groepsnaam lijkt een verwijzing naar synthesizerpionier Jean Michel Jarre's Oxygene, maar met die gedachte maakt Jean-Benoît Dunckel korte metten: “Jarre maakt volkomen sexloze muziek, die mij doet denken de steriele omgeving van een ruimtecapsule. Bovendien berust zijn reputatie nog altijd op dat twintig jaar oude nummer Oxygene, waarvan hij voor de rechter heeft moeten toegeven dat hij de melodielijn van het computerhitje Popcorn heeft gepikt. Hij is een muzikale egoïst, terwijl de magie bij ons juist zit in het samenspel en de wisselwerking. Onze plaat is op een achtsporenrecorder opgenomen, dus bij onze optredens staan er acht muzikanten op het podium. Voor elk spoor één.”

Dat precieze keken ze wellicht af van het Duitse Kraftwerk, een groep waar ze veel naar geluisterd hebben. De leden van Kraftwerk beschouwen de opnamestudio als een geluidslaboratorium, waar ze van negen tot vijf als wetenschappers in stofjassen werken aan de digitale perfectie van muziek die slechts bij mondjesmaat aan de buitenwereld wordt prijsgegeven.

Air heeft een romantischer kijk op het muzikantenbestaan, zegt Godin. “De ochtend is er voor de liefde, voor dromen en voor romantiek. Inspiratie komt pas na de middag. Als wij 's ochtends musiceren, dan is het alleen om te repeteren of om oude ideeën uit te werken. Wij zoeken de romantiek in de muziek en om die te vinden, laten we 's nachts de ramen open.”

Een eerste single op het Franse Source-label werd opgepikt door het hippe Engelse Mo'Wax-label, dat het zweverige nummer Modulor selecteerde voor de compilatie Headz 2. Op een ander verzamelalbum werd het duo gekoppeld aan de 68-jarige Franse geluidskunstenaar Jean-Jacques Perrey, een pionier op het gebied van electronische muziek, onder meer verantwoordelijk voor de herkenningsmelodie Baroque Hoedown die klinkt in de 'Electrical Parade' van alle Disneyparken.

“Het was een leerzame ervaring om met Perrey te werken,” zegt Godin, “omdat hij alles op het gebied van opnametechniek zelf heeft moeten uitvinden. Ooit maakte hij een muziekstuk door een zwerm bijen met een bandrecorder op te nemen. Die bandopname versnelde en vertraagde hij, waardoor hij stukjes tape met verschillende toonaarden kreeg. Door die stukken tape in een bepaalde volgorde aan elkaar te plakken, componeerde hij een melodie van zoemende bijen. Tegenwoordig doe je zoiets veel sneller met een sampler, maar de uitdaging van het verkennen van nieuw terrein ontbreekt.”

Air gebruikt de digitale sampler hooguit om in het laatste stadium nog wat geluiden of sfeer aan een muziekstuk toe te voegen. Dunckel: “Als je meteen al begint te componeren met gebruik van een sampler, kun je niets anders dan voortborduren op muziek die er al was. De computer doet al het werk. Originaliteit bereik je alleen als je oprecht probeert een gemoedstoestand in muziek te vangen. Wij vertalen onze dromen in muziek, over sex en outer space. Hopelijk doen we dat op een tijdloze manier, want in Parijs volgen de modes elkaar in razend tempo op.”

Ouderwets en eigentijds vloeien samen in de 'loungecore' van het nummer You Make It Easy, met zwoele zang van de Amerikaanse zangeres Beth Hirsch, een Astrud Gilberto voor de 21ste eeuw. Met easy listening heeft Air geen grote affiniteit, zegt Dunckel, maar wel met filmmuziek en de sfeer die ze in hun vroegste jeugd van Franse liedkunstenaars als Serge Gainsbourg en Michel Polnareff hebben meegekregen.

“Toen ik aan het conservatorium studeerde, luisterde ik naar de Sex Pistols. Easy listening vond ik veel te gezapig. Onze muziek wordt vaak in verband gebracht met de soundtracks van John Barry, maar van die man heb ik geen enkele plaat in huis. Met een klassieke achtergrond heb je sneller in de gaten hoe orkestrale muziek in elkaar steekt. Ik denk dat we daar onbewust gebruik van hebben gemaakt in de manier waarop onze muziek is gearrangeerd. Zelfs in de supermarkt neem je ongemerkt iets mee van de muzak die de kooplust bevordert.”