Arabieren blijven zeer dubbelzinnig over Irak

Arabische machthebbers moeten hun werkelijke overwegingen ten aanzien van Irak geheim houden. De meesten zouden nu wel van Saddam Hussein af willen, maar zij moeten rekening houden met de Arabische frustraties over het machtige Amerika.

AMSTERDAM, 9 FEBR. Sinds weken roepen de Arabische leiders eenstemmig en steeds luider dat er voor het conflict tussen Irak en de Veiligheidsraad van de VN een diplomatieke, een diplomatieke, en nog eens een diplomatieke oplossing moet worden gevonden - wat op het eerste gezicht een Amerikaanse militaire aanval op Irak onacceptabel zou maken.

Deze uitspraken zijn politiek correct, maar vaak zeer dubbelzinnig. Want de Arabische machthebbers moeten hun werkelijke overwegingen en sentimenten geheim houden. Ze moeten rekening houden met de door bijna iedereen gevoelde frustraties in de Arabische wereld over het machtige Amerika, “dat met twee maten meet door de Irakezen met geweld het naleven van VN-resoluties te willen opleggen en te tolereren dat Israel VN-resoluties aan zijn laars lapt”.

Zo bracht de in Saoedi-Arabië verschijnende Engelstalige krant Arab News gisteren een verklaring van de machtige Minister van Defensie, prins Sultan Bin Abdul Aziz. Hij zei: “Wij gaan niet akkoord en wij zijn tegen een aanval op Irak als volk en als natie (...) Tegelijkertijd vragen wij Saddam Hussein om zich te houden aan de VN-resoluties, teneinde zijn volk te beschermen en een eind te maken aan zijn beproevingen die nu al zeven jaar duren.”

Opvallend was dat de prins, Nummer Drie in de Saoedische hiërarchie, de Iraakse president niet 'Zijne Excellentie' noemde, zoals in de Arabische politieke cultuur gebruikelijk is. Voorts maakte zijn uitspraak impliciet duidelijk dat de Saoedische leiders in de eerste plaats Saddam Hussein verantwoordelijk stellen voor mogelijk nieuwe beproevingen van het Iraakse broedervolk - sterker nog: dat zij geen bezwaar hebben tegen een directe aanval op zijn persoon. En omdat prins Sultan het zekere voor het onzekere neemt, gaf hij bevel de Saoedische strijdkrachten in staat van paraatheid te stellen en alle verloven in te trekken.

“Gelijk heeft hij”, zegt een Arabische diplomaat die dagelijks met de Saoediërs te maken heeft. “Saddam weet ook wel dat de Saoediërs twee soorten politiek hebben: één voor de openbaarheid en één echte politiek. Ze zeggen tegen de Amerikanen: 'Jullie kunnen geen gebruik maken van onze bases. Maar we weten dat jullie die bases nodig hebben om de no-fly-zone in Irak af te dwingen.' Stel dat je een Amerikaanse generaal bent en je hebt vliegtuigen, vliegtuigbases en vliegdekschepen tot je beschikking. Wie kan dan nog bepalen welk vliegtuig van waaruit opstijgt om wat te doen? Feit is dat het Saoedische koningshuis - zoals bijna alle Arabische leiders - nu ècht Saddam kwijt wil. Tot voor kort was dat niet zo nodig voor de Saoediërs. Ze konden leven met een zwakke en door de Verenigde Naties gekooide Saddam. Maar ze zijn van gedachten veranderd omdat Saddam te onberekenbaar is en daardoor voor iedereen in de regio teveel ellende en onzekerheid veroorzaakt.”

Volgens deze analyse, die door andere insiders wordt onderschreven, zien de Saoediërs niets in een simpele afstraffing van Saddam. Publieke steun aan zo'n beperkte Amerikaanse expeditie zou voor hen onoverzienbare gevaren opleveren. Zelfs een opnieuw gekooide Saddam zou van een Amerikaanse aanval gebruik maken om de emoties op te zwepen van de fundamentalische en radicaal-islamitische stromingen in het koninkrijk. En het Saoedische vorstenhuis weet maar al te goed dat zijn onderdanen de Amerikaanse militaire aanwezigheid in Saoedi-Arabië oftewel 'het Heilige Land' bepaald niet op prijs stellen.

Daarom willen de Saoediërs dat de Amerikanen hun militaire campagne tegen Saddam zodanig voeren dat één of meer legergeneraals tegen hem in opstand komen. Van die generaals zijn tachtig tot negentig procent sunnieten, de enige bevolkingsgroep in Irak waarop de emirs en sjeiks in de Golf vertrouwen. En het leger is de enige werkelijke machtsfactor in Irak. De zes Iraakse oppositiepartijen, die in het verleden iets voorstelden, zijn de afgelopen jaren niet in staat gebleken een vuist te maken. Ze zijn integendeel steeds verder uiteen gevallen in ruziënde fracties of van binnenuit door Saddams mensen geïnfiltreerd. Dat geldt zowel voor de Koerden als voor de shi'ieten.

De Amerikanen namen de afgelopen anderhalf jaar al contact op met het leger. Er kwamen steeds meer berichten over executies van hoge officieren, zoals onlangs nog generaal Al-Sa'adoun, een vier-sterrengeneraal. Saddam hoorde op tijd van hun opstandige plannen, omdat zij zo dicht bij de macht stonden - wat infiltratie in hun rijen en verraad vergemakkelijkte. Maar nu hopen de Saoediërs dat de komende Amerikaanse militaire actie gepaard zal gaan met de boodschap aan de Iraakse legertop: “Wij doen nu onze plicht. En jullie moeten aan het werk gaan om te doen wat jullie moeten doen.”

Om dat doel te bereiken dient de Amerikaanse militaire operatie de Republikeinse Garde van Saddam en zijn Speciale Eenheden, die met name Bagdad en omgeving tegen binnenlandse opstanden moeten beschermen, zodanig te bestoken dat zij geen enkel contact meer hebben met de rest van het land, waardoor een door militairen geleide opstand mogelijk wordt. De generaal die daaruit als de nieuwe Sterke Man naar voren komt, zullen de Saoediërs onmiddellijk omarmen, zelfs als hij uit de Ba'ath-partij stamt.

Maar zo'n opstand moet niet dezelfde karakteristieken vertonen van de spontane en zeer chaotische volksopstanden, die in februari en maart 1992 door Saddam in het zuiden en noorden van Irak werden neergeslagen. Niemand weet of de Amerikanen in staat zijn zo'n op afstand gecontroleerde paleisrevolutie te organiseren. Vandaar dat de Saoediërs zich supervoorzichtig opstellen en naar buiten toe grote afstand bewaren tot hun Amerikaanse beschermheren.

De Arabische Emiraten willen Irak als tegenwicht hebben tegen het door hen zeer gevreesde Iran. Daarnaast willen zij met alle partijen goede zaken blijven doen. Hun schepen met kerosine en dieselolie varen via de Iraanse territoriale wateren naar de Straat van Hormuz. Voor elke duizend liter kerosine of dieselolie betalen zij veertig dollar beschermgeld aan de Iraanse Revolutionaire Garde, die hun een veiligheidsescorte meegeven door de Straat van Hormuz. Daarna moeten ze nog maar een paar kilometer op eigen risico varen door internationale wateren, waar ze ècht voorzichtig moeten zijn om niet door de Amerikaanse schepen te worden opgespoord. Maar zelfs veel opgebrachte schepen kunnen na enige tijd weer vrij uitvaren.

Volgens een verbitterde zakenman uit een van de Golfstaten gaat het om vele miljoenen dollars. “De mensen die hiervan profiteren zijn de naaste verwanten van de sjeiks van Abu Dhabi en Dubai. Intussen sturen zij dekens voor de arme Iraakse kindertjes en roepen zij de wereld op om in naam van de Arabische broederschap de sancties tegen Irak te beëindigen.”

Een Koeweitse professor is zo mogelijk nog zuurder over de Arabische solidariteit. Vandaag, zo vertelt hij, worden in Koeweit gasmakers aan de bevolking uitgereikt. En zaterdag waren er al instructies op de televisie: de mensen moesten water en blikken voedsel inslaan en aparte afgesloten kamers inrichten.

Over de bemiddelingsmissie van Esmat Abdel Meguid, de secretaris-generaal van de Arabische Liga, die op last van president Mubarak naar Bagdad ging, zegt hij: “Esmat Abdel Meguid vertolkt geen Arabisch standpunt, hij dient alleen de Egyptische belangen. Vorig jaar nog heeft hij publiekelijk gezworen geen voet in Irak te zetten voordat de Koeweiti's die na de bezetting door de Irakezen werden meegenomen en vastgehouden, door Irak zouden zijn vrijgelaten. Misschien is hij zo oud dat hij die belofte heeft vergeten.”