Vaudeville

Het wangedrag in Atlanta is vergeten. Willem-Alexander is gepromoveerd tot superbobo. Voortaan mens met pochet - geen gekortebroek meer. Het kan snel gaan in het leven.

De kroonprins suggereerde verbazing - “Ik viel bijna van mijn stoel,” - maar hij veerde snel op en vloog stralend naar Nagano. Aan beide kanten geflankeerd door Erica Terpstra. Een koning in spé die na een telefoontje van Samaranch bijna van zijn stoel valt heeft een ernstig evenwichtsprobleem. Of hij lijdt aan fantasmagorie. Bij mijn weten heeft nooit iemand Samaranch in levende lijve gezien. De voorzitter van het Internationaal Olympisch Comité is een silhouet. Schimmiger dan een scheet. Een echo uit de verte. Je moet zelf uit een heel vreemde wereld komen om door dit onbestemd geluid nog overrompeld te worden.

De verbazing van Willem-Alexander was gespeeld. Aan zijn benoeming is een massage van weken voorafgegaan. Eerder al was hij gepolst door Samaranch. Want zo is het ook: de IOC-voorzitter mag dan een plantaardig leven leiden, planten hebben een voorkeur voor blauw water. Het hoogste sportcollege op aarde wil permanent gedecoreerd worden. Samaranch heeft niet voor niets leren glimlachen als een monarch. De rode lopers die hij zo uitbundig heeft bewandeld zijn tot koude lava gestold in zijn presidentiële tred. Dat de Monegask Albert dit niet ziet, is begrijpelijk. Deze treurwilg is tot in zijn taal verreumatiseerd. Maar van een geboren watermanager mag je een scherper oog voor natuurrampen verwachten.

Ach, het maakt helemaal niet uit of Willem-Alexander als sandwichman van zijn eigen monarchie naar de 1500 meter in Nagano kijkt of als IOC-baron. In residentiële waardigheid op het ereterras of in de loges scheelt het niet eens een slok op een borrel. Het gezwaai met constitutionele bezwaren is daarom exegetische snoeverij. Wat wel uitmaakt is de vraag waarom de kroonprins zich opeens wel vereerd voelde door een IOC-mandaat. Het antwoord ligt voor de hand: hij heeft zich laten misbruiken als Deus ex machina om de olympische coiffurestand van deze sportnatie nog enigszins overeind te houden. In het buitenland dachten ze zo langzamerhand dat half Nederland zat te azen op een zitje naast Anton Geesink. En dus was de elitaire status van het IOC maandenlang bedreigd. Dat is nu gecorrigeerd. Op verzoek van Anton Geesink en van Samaranch.

De naweeën van de vaudeville blijven. Nimmer zal vergeten worden dat deze bescheiden polderdelta zich in de wereld meende te mogen presenteren met zes olympische reuzen. Alsof in Bangladesh iemand zou weten dat Top en Jesse namen van mensen zijn. De enige die nog iets van olympisch geronk in de slipstream van haar prachtige naam kon laten opklinken was mevrouw Van Breda-Vriesman. Zij werd het ook niet.

De pelotonneursose van de Nederlandse IOC-kandidaten is geprovoceerd door Wouter Huibregtsen. De NOC*NSF-voorzitter wist dat hij voor een benoeming in het college geen schijn van kans maakte zolang Anton Geesink tot de hofhouding van Samaranch werd toegelaten. Na een ordinaire vendetta met de Utrechtse betonvlechter probeerde Huibregtsen de koninklijke weg van een heren-akkoord. De leugen van de vriendschap dus. Een kind had kunnen weten dat dit niet zou werken. Geesink is een sporter in hart en nieren: hij vergeeft alleen faire tegenstanders.

De kandidaatstelling van Ard Schenk en een handvol aspirantbobo's moest vooral gezien worden als een teken van protest. Als Huibregtsen het pluche belangrijker achtte dan de serene sfeer binnen de Olympische familie, dan zij ook. Van de zes kandidaten was Schenk de enige die aanspraak mocht maken op een IOC-zetel. Het is daarom lichtjes verbijsterend dat Willem-Alexander niet eens de fijngevoeligheid had om zijn olympische stunt af te checken aan het consult van de ex-schaatskampioen. Door zo out of the blue in het pluche te springen heeft de prins de gevoelige Schenk nodeloos vernederd.

Een troost: de keuze voor Willem-Alexander is een publieke afstraffing van Huibregtsen. Als de voorzitter van het NOC*NSF nog een beetje eer in zijn donder heeft, stort hij zich morgen reeds fanatiek in de hengelsport.