TWEE STOKOUDE METEORIETEN IN HET IJS VAN ANTARCTICA

Twee steenmeteorieten die in de jaren tachtig in Antarctica werden gevonden, zijn veel ouder dan alle andere gedateerde Antarctische steenmeteorieten. Dat blijkt uit onderzoek aan de Faculteit Subatomaire Fysica van de Universiteit Utrecht, respectievelijk het Max-Planck-Institut für Chemie in Mainz, gepubliceerd in twee artikelen in Meteoritics & Planetairy Science (32, 769/761).

In totaal zijn al 18.000 fragmenten van meteorieten in Antarctica gevonden. Zij waren na het neerkomen in steeds dikker wordende lagen sneeuw - overgaand in ijs - van de buitenwereld afgesloten, om later op plaatsen waar het schuivende ijs door bergruggen omhoog beweegt en door zon en wind wordt weggeërodeerd, weer aan het oppervlak te komen.

De meeste Antarctische meteorieten worden dus niet meer gevonden op de plaatsen waar ze zijn neergekomen. Aangezien de valdatum is af te leiden uit het gehalte aan bepaalde radioactieve isotopen (die tijdens het miljoenen jaren lange verblijf in de ruimte onder invloed van de kosmische straling zijn ontstaan), kunnen deze projectielen uit de kosmos belangrijke informatie geven over de bewegingen van het poolijs. De Nederlandse onderzoekers hebben nu in samenwerking met Duitse collega's gevonden dat LEW 86360, een steenmeteoriet die in 1986 werd gevonden in het Lewis Cliff-gebied, 500 kilometer van de Zuidpool, 2,35 miljoen jaar op aarde heeft gelegen.

De onderzoekers wijzen erop dat de meteoriet nog een deel van zijn smeltkorst heeft en niet sterk is verweerd. Dit zou betekenen dat de steen het grootste deel van deze tijd in het ijs heeft gezeten, waarschijnlijk langer dan 2 miljoen jaar. Dit is opmerkelijk, aangezien alle andere meteorieten die tot nu toe in dit gebied zijn gevonden jonger zijn dan 0,6 miljoen jaar en in geheel Ant-arctica geen enkele meteoriet ouder dan 1 miljoen jaar was gevonden. In het andere artikel presenteren de Duitse onderzoekers het tweede buitenbeentje: ALH 88019, die in 1988 op een heel andere plaats werd gevonden, heeft 2 miljoen jaar op aarde gelegen.

De Antarctische ijskap is ongeveer 40 miljoen jaar geleden ontstaan. De hoge ouderdom van de twee meteorieten bevestigt de theorie dat Antarctica in ieder geval in de afgelopen 2 tot 2,5 miljoen jaar constant met ijs bedekt is geweest. De meteorieten hebben echter net te kort in het ijs gezeten om duidelijkheid te verschaffen over de - niet algemeen aanvaarde - theorie dat de ijskap daarvóór een tijd lang veel kleiner is geweest: in dat geval zou men niet zulke oude meteorieten kunnen vinden. De onderzoekers denken dat LEW 86360 zo lang in het ijs verborgen heeft gezeten doordat hij via een weg op heel grote diepte naar zijn vindplaats is gereisd. Op zulke diepten beweegt het ijs enkele malen langzamer dan het ijs aan het oppervlak.