TELLEN IN SPIJKERS

Tot de favoriete bezigheden van Eleanor Robson behoort het geven van workshops over Babylonisch rekenen. Zodra ze kans ziet legt ze scholieren, leraren wiskunde, curatoren of assyriologen uit hoe in spijkerschrift geteld werd. Daartoe herschept ze congreszaaltjes tot een schooltje in Nippur en geeft ze deelnemers nepklei (plasticine) en een rietpen in handen om spijkers te graveren.

Dat valt niet mee, maar oefening baart kunst. Tussen het zwoegen door legt Eleanor uit dat de Babyloniërs afhankelijk van het onderwerp allerlei getalstelsels door elkaar gebruikten, maar dat zodra er gerekend moest worden het sexagesimale of zestigtallige stelsel uit de kast kwam. Sporen daarvan vinden we terug in de 60x60 seconden in een uur. Er zijn twee cijfertekens: een vertikale en een scheve spijker. De eerste staat voor 1, 60, 3600, enzovoort, de tweede voor 10, 600, 36000, enzovoort. Spijkers staan gerangschikt in groepjes van drie; de nul komt niet voor. Met de combinatie '4 scheef, 5 recht' kan dus 45 bedoeld zijn, maar ook 2700 en (bij delen door zestig) 0,75 of 0,0125. De context zal het leren, redeneerden de Babyloniërs. Door voorbeeldlijsten over te schrijven, stampten leerlingen tafels van vermenigvuldiging in het hoofd. De figuur geeft een authentiek voorbeeld. Wie dit tablet lang genoeg aankijkt, zal in de derde kolom 1 t/m 11 ontwaren, en passant het symbool voor tien ontdekkend. Dan de rechterkolom. Bovenaan staat 18, dan volgt 36 en daarna 54. Aha! De tafel van 18! Dan gebeurt iets geks: als vierde in de reeks staan naast elkaar een rechte, een scheve en weer twee rechte spijkers. Dat zou 4x18=72 moeten zijn. Die scheve en twee rechte spijkers leveren 12 op. Dus stelt de spijker vooraan niet 1 voor maar 60. Dat controleren we even, snel naar de achtste rij. Twee rechte, twee scheve en vier rechte spijkers moet 8x18=144 worden. Die twee scheve en vier rechte leveren 24. Rest 120, twee spijkers van 60. Hebbes! Een zestigtallig stelsel! Leerlingen die dit ervaren, voelen zich de koning te rijk: zomaar contact leggen met een beschaving van 4000 jaar geleden. Intussen koestert Eleanor Robson de hoop dat de workshops haar nog eens een collega zullen opleveren.