Sorgdrager (2)

Het conflict tussen minister Sorgdrager en haar procureurs-generaal is een schoolvoorbeeld van de nieuwe trend die in Amerika en Engeland al duidelijk is gesignaleerd: als vrouwen meer macht krijgen worden mannen onzeker en ze gaan dan rare, 'onvolwassen' dingen doen.

In Intermediair van 13 november 1997 heeft Ingeborg van Teeseling aan dit verschijnsel een uitvoerig essay gewijd. Ze citeert daarin ook een Nederlandse schrijver, Lauk Woltring, die voornamelijk over jongens en jonge mannen heeft geschreven. Die raken verward en onzeker omdat opeens de meisjes op school het zoveel beter blijken te doen dan zij, vandaar het geweld en de agressie op scholen.

Maar nu heeft die onzekerheid zich ook bij volwassen mannen gemanifesteerd. Een vrouwelijke minister van Justitie heeft zich anders gedragen dan een man zou hebben gedaan. (Die zou er eerst aan gedacht hebben hoe hij zo dicht en onopvallend mogelijk achter een oud-collega zou kunen blijven staan, maar zij zei: 'Ik wist niet wat ik hoorde', daarmee verradend dat ze door haar departement onvoldoende werd ingelicht). En dus gingen ze rare, onvolwassen dingen doen. En daarom moet ze nu weg. Want ze heeft geen orde in de klas. De klas kan daar niets aan doen.

Bommeljé had nog wel een recenter voorbeeld kunnen vinden dan het beleg van Troje (NRC Handelsblad, 2 februari). De geschiedenis rond de 'Vier van Breda' bijvoorbeeld. Ook toen was er een vrouw in het spel, koningin Juliana, die weigerde om doodvonnissen te tekenen. Ook toen was er een minister van Justitie die niet aftrad en zijn opvolgers die omstreden beslissingen namen. Ook toen was er commotie, veel emotioneler en uitgebreider dan nu of destijds bij Troje, waar niet de gehele bevolking deelnam aan de machtstrijd maar een handjevol krijgsheren.