Ontluisterend

ALS IN HET verleden in het onderwijs sprake was van verstoorde verhoudingen liep dat gewoonlijk uit op een ziekmelding. De leraar kon het allemaal niet meer aan en bleef thuis; tot opluchting van de achterblijvers. In de plaats van hem kwam een ander, en al spoedig draaide de zaak weer vreedzaam verder. Iemand kon soms jaren lang ziek thuis blijven, zonder dat instanties het hem lastig maakten en naarmate er meer tijd verstreek werd de thuiszitter ook steeds minder geschikt voor zijn werk. Aan het eind van het zeer lange lied volgde afkeuring.

Veel van die problemen hadden eenvoudig kunnen worden opgelost of zelfs voorkomen, als er voor de betrokkenene de mogelijkheid was geweest elders te gaan werken. Op die wijze lossen dagelijks talloze mensen conflicten op of weten die zo in de kiem te smoren. Helaas is deze koninklijke weg in het onderwijs niet mogelijk. In hun kortzichtigheid hebben de mensen die daar werken zichzelf tot levenslang veroordeeld, en hoewel de kosten daarvan gigantisch zijn en het onderwijs die zelf moet dragen, heeft nooit een minister de moed gehad daar een humanere en profijtelijkere regelgeving voor in de plaats te stellen. Met als gevolg veel ellende die met een beetje personele mobiliteit had kunnen worden voorkomen.

Conflicten, verstoorde verhoudingen, verschil van inzicht tussen besturen en directies of tussen directeuren of leraren onderling hebben het onderwijs de afgelopen decennia niet alleen vermogens gekost, zij hebben ook geleid tot slepende procedures. Niet iedere thuisblijver schikte zich namelijk in zijn nederlaag. Sommigen vonden een nieuwe levensvervulling door zich vast te bijten in hun zaak.

In mijn werk heb ik vaak met dergelijke vastbijters te maken gehad en hoewel ze het gelijk vaak aan hun kant hadden, heb ik hun vasthoudendheid nooit begrepen. De weg terug was door wat er was gebeurd onbegaanbaar geworden. Het enige dat er viel te winnen was de erkenning van het gelijk. Dat heb ik althans lange tijd gemeend.

Inmiddels ben ik erachter gekomen dat het sommigen niet zozeer te doen is om het gelijk krijgen, om de knikkers dus, maar om het spel. Alles wat de tegenpartij zegt of schrijft wordt eindeloos geanalyseerd en met spitsvondigheden ontkracht. Glimmend van trots tonen zij een imposante stapel brieven die een energie en denkkracht hebben gevergd een betere en vooral interessantere zaak waardig.

Hier moest ik aan denken, toen ik de tekst las van de brief van super procureur-generaal Doctors van Leeuwen aan zijn minister. Daarin vermeldde hij dat de secretaris-generaal hem had opgeroepen voor een ernstig gesprek met de minister en dat de SG hem daarbij had aangeraden zich goed voor te bereiden. De procureur-generaal repliceerde met onder meer het volgende: “Het bovenstaande roept bij mij zwarigheden op. In de eerste plaats wordt die voorbereiding bemoeilijkt doordat ik niet weet waarop ik mij moet voorbereiden.”

Afgezien van dat aanstellerig archaïsche 'zwarigheden', vind ik zo'n reactie ontluisterend: niet weten waar hij zich op moest voorbereiden. Van dit soort middelmatige gevatheden barst het altijd in de correspondenties waarin dergelijke meningsverschillen worden uitgevochten. Ook op dit niveau dus.