Nieuwe Wet Partnerregistratie kan van invloed zijn; Samenwonen en pensioen

Sinds 1 januari is de Wet Partnerregistratie van kracht. Wat is de invloed daarvan op de pensioenregelingen voor werknemers en werkgevers?

Toen veel van hun collega's nog bij moesten komen van de oliebollen en champagne, gingen enkele ambtenaren van de burgerlijke stand op 1 januari aan de slag. Omdat de Wet Partnerregistratie van kracht was geworden wilden enkele paren zo snel mogelijk gebruik maken van de mogelijkheid hun partnerschap te laten registreren. Het waren vooral partners van hetzelfde geslacht. Maar dat hoeft volgens die wet niet per se.

Door het laten registreren van een partnerschap ontstaat er wat betreft de verdeling van geld en goederen tussen de partners een verhouding zoals die ook voor gehuwden geldt. Verder ontstaan er daardoor nog andere rechten en verplichtingen. Hoeveel invloed heeft zoiets op de pensioenregelingen?

Een pensioenregeling houdt in dat een werkgever voor periodieke inkomsten zorgt vanaf het moment waarop de werknemer 'de oude dag' bereikt of arbeidsongeschikt wordt. Ook kan de werkgever zorgen voor nabestaandenpensioen nadat de werknemer is overleden.

In Nederland is een werkgever niet verplicht een pensioen voor zijn werknemers te regelen, behalve als het om een bedrijfstak gaat waarvoor werkgevers en werknemers hebben vastgesteld dat er een zogenaamde bedrijfs(tak)pensioenregeling van kracht is. Dan moet iedere werkgever en werknemer in die bedrijfstak daaraan meedoen.

Verder schrijft de overheid ook niet voor welke pensioenen een werkgever voor zijn werknemers regelt. Hij kan kiezen voor een ouderdomspensioen en/of nabestaandenpensioen en/of arbeidsongeschiktheidspensioen.

Bij een nabestaandenpensioen is het heel lang gebruikelijk geweest dat werkgevers alleen weduwen- en weduwnaarspensioen regelden, dus voor werknemers die gehuwd waren. Partners van werknemers die ongehuwd samenwoonden hadden dan geen recht op zo'n pensioen na het overlijden van die werknemer. Maar toen in de afgelopen decennia het ongehuwd samenwonen meer en meer werd geaccepteerd werden in veel van de (22.000 verschillende) pensioenregelingen ook pensioenrechten opgenomen voor de (ongehuwde) partners van de werknemers.

Het was wel een probleem om juridisch correct vast te stellen wie dan wel die partner van de werknemer was. Stel voor dat na het overlijden van een werknemer iemand bij het pensioenfonds of de pensioenverzekeraar komt aankloppen voor een nabestaandenpensioen met als argument dat hij of zij met die werknemer heeft samengewoond. Hoe valt dat te controleren? De overheid heeft er daarom een aantal jaren geleden richtlijnen voor opgesteld. De partners moesten ten minste een half jaar samenwonen, geen familie in de rechte lijn zijn (dus geen ouder-kind) en er moest een samenlevingscontract zijn. Dit waren maar richtlijnen; elk pensioenfonds of pensioenverzekeraar kon er in principe eigen regels voor opstellen.

Omdat inmiddels veel pensioenregelingen in een partnerpensioen voorzien lijkt het niet nodig het partnerschap te laten registreren in verband met die pensioenregeling. Maar met pensioenrechten kan meer gebeuren.

Een voorbeeld. Bob en Joke wonen ongehuwd samen. Bob heeft bij zijn werkgever een pensioenregeling. Als hij de pensioenleeftijd bereikt kan hij recht krijgen op 30.000 gulden ouderdomspensioen per jaar. Zijn baas heeft ook voor een partnerpensioen gezorgd. Als Bob overlijdt krijgt Joke haar leven lang 21.000 gulden per jaar aan partnerpensioen. Als Bob zijn baan opzegt, dan houdt hij recht op een bepaald gedeelte van zijn ouderdomspensioen en Joke op een deel van het partnerpensioen. Wanneer Bob en Joke echter uit elkaar gaan, heeft Joke volgens de wet nergens meer recht op.

Dat is anders als Bob en Joke gehuwd zijn. Als zij dan gaan (echt-)scheiden zijn er voor het pensioen een aantal wettelijke regels. Volgens de Pensioen- en spaarfondsenwet (PSW) moet aan Joke een recht op een deel van het weduwepensioen worden gegeven. Dat wordt dan in de praktijk 'bijzonder weduwepensioen' genoemd. Als Bob overlijdt en Joke leeft nog, kan zij die pensioenuitkering krijgen. Verder krijgt Joke volgens de Wet Verevening Pensioenrechten bij Scheiding (WVPS) recht op de helft van het ouderdomspensioen dat tijdens de huwelijksperiode is opgebouwd.

Hoewel er bij het berekenen van de pensioenrechten bij echtscheiding nog een aantal regels om de hoek komt kijken en dit niet voor iedere pensioenregeling hetzelfde uitpakt, zou Joke bijvoorbeeld op 10.000 gulden per jaar kunnen rekenen vanaf het moment waarop Bob zijn ouderdomspensioen gaat ontvangen. Na overlijden van Bob zou zij recht kunnen krijgen op bijvoorbeeld 7.000 gulden bijzonder weduwepensioen per jaar.

Zouden Bob en Joke om welke reden dan ook niet willen huwen, maar hun partnerschap wel willen laten registreren, dan krijgen zij binnen een pensioenregeling dezelfde rechten als gehuwden. Als zij dan hun partnerschap weer zouden beëindigen zou Joke recht op een deel van het partnerpensioen houden - volgens de PSW - en ook - op grond van de WVPS - op een deel van het ouderdomspensioen, namelijk vijftig procent van dat deel wat opgebouwd is tijdens de 'registratieperiode'.

Voor werkgevers verandert er door de partnerregistratie ook wat. Werkgevers die, bijvoorbeeld om principiële redenen, wel aan gehuwden maar niet aan ongehuwd samenwonenden nabestaandenpensioen wilden toezeggen, moeten dat nu wel doen aan geregistreerd samenwonenden.