NETELENBOS

De mening van Leo Prick (LAVO, W&O 31 januari) over staatssecretaris Netelenbos wil ik gaarne ondersteunen. Zij heeft een gebrekkig oog voor de praktijk. Als psycholoog bij de gemeente Den Haag heb ik veel te maken met toelating en begeleiding van leerlingen op Voortgezet Onderwijs voor Moeilijk Lerende Kinderen (VSO-MLK), Individueel Voortgezet Beroepsonderwijs (IVBO) en Voortgezet Beroepsonderwijs (VBO).

Ondanks achterblijvende schoolresultaten op het basisonderwijs gaan er jaarlijks veel kinderen naar de VBO-brugklassen met een passieve woordenschat die kleiner is dan 8.000 woorden. Om kansen te maken op VBO-Mavo moet een kind toch zeker over 13.000 woorden beschikken. Deze taalarme groep bestaat voor een groot deel uit kinderen van Berberse origine en Turkse plattelandskinderen, waaronder veel Koerden. Ondanks veel extra taalles en de maatregelen om verzuim tegen te gaan luk het vaak niet om het jaar met succes af te sluiten.

De infrastructuur voor taalontwikkeling wordt aangelegd in de eerste drie levensjaren In veel plattelandse migrantengezinnen wordt gedurende de eerste drie jaar van een kind de taal niet gestimuleerd. Er zijn kinderen bij die goede ruimtelijk-technische en handvaardigheidscapaciteiten hebben. In de jaren op het VBO hebben zij goed begrepen dat vakkennis en ambachtelijk vakmanschap maar heel weinig maatschappelijke status heeft. Voor vakkennis en een ambachtelijk vakmanschap bestaat zelfs geen opleiding meer die hun kansen zou bieden. Zonder motivatie en toekomstperspectief wachten zij in één of meer degradatiecycli het einde van de leerplicht af. Hangend in de schoolbanken, wachtend op alles dat de verveling kan doorbreken. Ze voelen zich de domsten van Nederland. Dat kan ons nog duur komen te staan.

Wat moet gebeuren om deze problemen te verkleinen? Ten eerste taalstimulering in de eerste 3 levensjaren voor vooral de migrantenkinderen. Ten tweede een brede praktijkstroom in het onderwijs voor 12- tot 16-jarigen opzetten. En ten derde individualisering van de leerplichttermijn vanaf het 12de jaar.