Nagano

Een andere taal dan Japans zijn ze nauwelijks machtig, maar ze lachen en rennen zich rot, en buigen als knipmessen. De jongens en meisjes die de olympische gasten bedienen, staan altijd klaar. In de restaurants, bars en perscentra is geen vraag hen te gek. Bij de haltes van de olympische bussen turven ze met een stralende lach het aantal passagiers. Een olympiër die zich op straat begeeft, wordt onmiddellijk benaderd door een meisje of een jongen in uniform.

Ze buigen, scannen de streepjescode op de accreditatiekaart, zeggen 'thank you' en buigen. Wie de controle omzeilt, krijgt een hijgende maar lachende oppasser achter zich aan. De Winterspelen worden The Games from the heart, together with love genoemd. Ze worden gehouden aan de voet van de Zenkoji-tempel, de gewijde plek waar eens boeddhistische monniken in contemplatieve rust naar eeuwige vrede zochten. Het verhaal gaat dat wie in de kelder van de tempel de key to paradise vindt en beroert, naar de hemel gaat. Vandaar dat Nagano een bedevaartsoord is geworden waar toerisme en handel bloeien.

Boeddhabeeldjes worden even rijkelijk verhandeld als hamburgers. Vandaar ook dat de Amerikaanse tv-station CBS er zijn tenten heeft opgeslagen. De kloosterlingen wijzen de handel niet af. Ze zijn er rijk van geworden en rijden nu in sportauto's. Ze glimlachen, buigen en bidden ter meerder eer en glorie van de god van de handel. Bij hen zouden de jongens en meisjes hun opleiding gehad kunnen hebben. Maar wie ze dagenlang aandoenlijk heeft zien rennen, voelt dat hun beleefdheid puur is. Zoals dat meisje uit het peloton kamermeisjes dat elke morgen het mediadorp bestormt. Ze klopte heel zachtjes op mijn deur, wachtte en pakte nadat de deur eindelijk was geopend een briefje. Toen las ze langzaam voor: Good morning, may we make up your room, please? Ze glimlachte, boog en giechelde. In Nagano is het een feest om op te staan.