Mister Glitter doet rondje Nederland

Niemand heeft meer bijnamen en niemand draagt zoveel goud om hals en handen als darts- miljonair Bobby George. De Engelsman is in Nederland om het aan het bord tegen het volk op te nemen.

DEN HAAG, 7 FEBR. Overal waar hij zijn opwachting maakt, klinkt het lied We are the champions. Maar dat slaat niet alleen op hem, legt Bobby George uit. “Ik ben niet de kampioen, dat zijn we allemaal. We houden van darts en het publiek is onderdeel van de avond.” Voor 1.800 gulden per avond neemt George het in cafe's op tegen de stamgasten. Hij daagt de mensen uit, speelt een beetje met ze, maar zorgt er wel voor dat hij de meeste partijen wint.

Sinds het succes van Raymond van Barneveld is ook in Nederland veel vraag naar de flamboyante George en zijn fun darts. Afgelopen week reisde de 52-jarige Engelsman met zijn gezelschap het hele land door, van Zaandam naar Goirle en van Appingedam naar Den Haag. George zegt onderweg niet erg onder de indruk van het landschap te zijn geraakt. “Het is overal hetzelfde, vlak, geen heuvels. Maar jullie zijn hier wel dartsgek.”

En voor show moet je bij Bobby George, met zijn gouden kettingen en gouden ringen. “Darts heeft persoonlijkheden nodig. Gewoon kijken hoe die drie pijlen het bord ingaan, is saai. Er hoort show bij, daar komen de mensen voor.” Van Barneveld, de luidbejubelde wereldkampioen uit Den Haag, is een heel ander type dan George. “He is allright”, vindt Mister Glitter. “Hij is een toernooispeler, geen showman. Hij is ook een beetje nerveus. Het is moeilijk om iemand te veranderen. Je bent zoals je bent. Ik ben op het podium mezelf, ik hou van plezier maken. Ik doe dit al 23 jaar.”

Het heeft hem geen windeieren gelegd. George loopt na operaties aan rug en knieën zo mank als een eend, maar hij is wel miljonair. Zijn riante villa in Colchester, George Hall, heeft veertig vertrekken, inclusief zes badkamers. Op zijn landgoed heeft hij vijvers liggen, de Bobby Lakes, waarin hij zelf graag vist, maar waar ook het publiek, tegen betaling, zijn hengels mag uitwerpen. George is big business. En hij heeft er nog niet genoeg van. “Schrijf maar op dat elk Nederlands bedrijf me kan huren. Ik kan op feestavonden tegen het personeel spelen of op beurzen en tentoonstellingen tegen de klanten.”

George neemt zijn eigen materiaal mee, inclusief een podium. Hij heeft zelfs zijn eigen caller, de man die gekleed in smoking met overslaande stem de punten telt. One-hundred-and-eigthy! De gastheer hoeft alleen voor het bier te zorgen. Want George drinkt op zo'n middag of avond aan de lopende band grote glazen leeg. Dat er tegenwoordig tijdens wedstrijden on stage niet meer mag worden gedronken en gerookt, vindt de Brit belachelijk. “Dat moet je toch zelf weten? Denk je nou echt dat iemand die naar darts kijkt na de wedstrijd sigaretten en drank gaat kopen? Nee, die koopt pijlen!”

Hoeveel glazen drinkt George op een dag? “Zo veel als ik er krijg aangeboden.” Hij schatert het uit. Dan even serieus: “Er zijn weleens dagen dat ik alleen cola drink. Ik kan best zonder bier. Ik drink omdat ik het lekker vind en niet omdat ik het nodig heb. Van bier word je dik en lelijk en je moet veel naar het toilet, maar je gaat er niet dood van. Dat is met sterke drank anders. Het vernielt je lever.”

Hij noemt zichzelf de godfather van de darts. “Het is een spel voor iedereen”, zegt George. “Kinderen leren er door tellen en ook als je elkaars taal niet spreekt kan je het spelen. Met die drie pijlen in de hand maak je vrienden. Het is prachtig dat Van Barneveld kampioen is geworden. Dat is goed voor de verbreding van darts. Laten we hopen op meer Barney's. Van mij mag er volgende keer een Spanjaard of een Arabier winnen. Dan kan ik die landen weer bezoeken.” Hij heeft gemerkt dat hij over de hele wereld bekend is. “Ik was in Chicago toen ik werd aangesproken door een vrouw. Ik ken u, zei ze. U bent die man die twee voornamen heeft.”

Met frisse tegenzin doet Bobby George dit weekeinde mee aan de open Nederlandse kampioenschappen in Delden. Hij heeft een hekel gekregen aan het spelen van toernooien. “Daar valt niets te verdienen. Mickey Mouse Money. En het is er altijd zo druk, duizenden mensen. Ik speel liever in een klein café.” Toch is hij er bij in Delden omdat ze hem hebben gevraagd en hij was toevallig toch in Nederland. “Maar hoe sneller ik word uitgeschakeld, hoe beter”, zegt hij.

Hij heeft tot slot nog één verzoekje. Of zijn telefoonnummer in de krant kan worden vermeld zodat geïnteresseerde bedrijven hem kunnen bellen. Geen plek is hem te ver, hij komt. Hij gaat alleen nooit meer naar Duitsland. Want daar hebben ze geen humor.