Liebestraum

Liebestraum (Mike Figgis, 1991, Verenigde Staten). Zondag, BBC2, 0.00-1.55u.

“Wie is mijn moeder?” De wat schuchtere architectuurdocent Nick Kaminsky (Kevin Anderson) vraagt aan een verpleegster bij wèlk sterfbed in het ziekenhuis in een hem onbekende provinciestad hij aan moet schuiven. Hij heeft zijn biologische moeder (Kim Novak) immers nooit gekend.

Het is de opmaat van Liebestraum, een thriller-drama vol van het soort gestileerde mistroostigheid, onthechte personages en destructieve erotische impulsen waarin de van oorsprong Britse regisseur Michael Figgis (Internal Affairs, Leaving Las Vegas) zo graag grossiert.

Liebestraum is zijn tweede Amerikaanse film, was nooit eerder op de Nederlandse kabel te zien en blijkt nu vooral verwant aan Stormy Monday, Figgis' speelfilmdebuut dat gisteravond op Nederland 1 werd uitgezonden. In beide films betoont hij zich behendiger, en meer geïnteresseerd in het oproepen van dreigende atmosferen dan in het ontvouwen van een aannemelijk plot. In beide gevallen ook kun je proeven dat de man zijn carrière begon als jazzmuzikant.

Liebestraum (de titel verwijst naar het mopje van Franz Liszt) valt te beschouwen als een noodlotstragedie over de erfelijkheid van lust, overspel en afgunst. Een noodlotstragedie jawel, maar dan eentje die het karakter vertoont van een jamsessie waarin de musici wel erg schematisch voortborduren op een handvol basisakkoorden.

Het vervallen warenhuis dat de aandacht trekt van onze architectuurdocent en dat hem inzicht zal bieden in zijn schimmige voorgeschiedenis, wordt uitgerekend nu onder handen genomen door slopers.

Terwijl zijn voorgeschiedenis met de grond gelijk wordt gemaakt, ontstaat er voor onze hoofdpersoon eindelijk ruimte voor nieuwe, op de toekomst gerichte ervaringen. Het eerste orgasme van zijn minnares voltrekt zich voor alle duidelijkheid gelijktijdig met de laatste ademtocht van zijn moeder.