l'Etat, c'est l'Sdu!

Inmiddels bestaat het internet als wereldwijd openbaar medium alweer een hele tijd, maar nog steeds klinkt de verzuchting dat er geen droog brood mee te verdienen valt. Dat is maar ten dele waar. Providers hebben het moeilijk. Ze hollen diep gebukt onder schaalproblemen af op een onvermijdelijke shake-out. 0

Ook is er nog steeds geen serieus betaalsysteem, zodat commerciële diensten nauwelijks van de grond komen, op wat postorderactiviteiten na. Bovendien lijkt er een wijdverbreid gebrek aan ideeën te heersen over wát je nu precies winstgevend met dat net zou kunnen doen. Toch zijn er twee partijen die nu al handenwrijvend de guldens zien binnenrollen: de PTT en de juristerij. De PTT zit het mooist van allemaal. Bij Tante Telecom valt het kwartje immers altijd. Goede verbinding? Kassa! Verbroken verbinding? Weer kassa. Trage verbinding? Nog meer kassa.

Bijna zo mooi zitten de advocaten, want bijna elke activiteit die op het net ontplooid wordt, lijkt wel te moeten leiden tot echte of vermeende auteursrechtelijke problemen, compleet met procedures en gedingen. Wilde vorige week nog een bedrijf zijn tot soortnaam geworden merknaam met geweld monopoliseren, nu verheft de Sdu zich, in de gedaante van haar dochter Koninklijke Vermande en bij monde van het advocatenkantoor De Brauw Blackstone Westbroek, briesend op haar achterste benen.

Voorwerp van toorn van de uitgeverij is een student rechten, Pavle Bojkovski, die op zijn site 'Legislatio' (http://www.wetten.nu) op 18 december 1997 een collectie Nederlandse wetteksten openbaar maakte. Een mooie service, zou je zeggen, want worden wij niet allen geacht de wet te kennen? Juist om die reden zijn wetteksten in artikel 11 van de auteurswet uitdrukkelijk vrij van auteursrechten verklaard. Wie kon daarom voorzien dat Pavles initiatief de woede van de machtige Sdu zou opwekken? Toch gebeurde dat. Kerst of geen kerst, de site was nog geen drie weken open, of op barse toon werd sluiting geëist. Nu lijkt het dat de Sdu op dat moment ten dele een reden had om boos te zijn: de teksten zouden zijn overgenomen van een door haar dochter Vermande uitgebrachte CD uit 1996. Dat was natuurlijk niet slim van Pavle, en ook niet netjes. Zomaar een CD of boek kopiëren mag uiteraard niet, ongeacht wat erop staat. De site zou bovendien behalve auteursrechtenvrije wetsteksten ook elementen van die CD bevatten, waarop wel degelijk auteursrecht rustte. Welke elementen dat waren, wilde de Sdu evenwel niet zeggen.

Pavle, ook niet van gisteren, sloopte vervolgens alles waarvan hij kon vermoeden dat het auteursrechtelijk beschermd zou kunnen zijn van zijn site af, zodat alleen de kale wetteksten overbleven. Tevergeefs. De Sdu spande, in de beste intimidatietraditie, meteen maar een kort geding tegen hem aan. Nu niet vanwege het zonder toestemming overnemen van 'beschermde elementen', maar om een heel andere reden: een vermeend auteursrecht op de verzameling wetteksten als geheel.

Dat zit zo. In echt beschaafde landen zijn wetteksten niet alleen vrij van auteursrechten, maar spant de overheid zich daarnaast in om het corpus van wetten ook daadwerkelijk voor de burgers beschikbaar te maken. Tegenwoordig gebeurt dat tot in landen als Taiwan, Estland en de Oekraïne toe ook via het internet. Zo niet in Nederland. De Nederlandse staat publiceert alleen maar nieuwe wetten, wijzigingen en aanvullingen in het Staatsblad, maar zorgt zelf niet dat er op welke manier dan ook een compleet overzicht beschikbaar is. Complete verzamelingen van wetten worden door particuliere uitgevers samengesteld en, al dan niet becommentarieerd en geannoteerd, uitgegeven. De Sdu beweert nu dat enkel en alleen het verzamelen van wetteksten al een prestatie is - noem het databasevorming - die auteursrechtelijke bescherming geniet. Kortom, de teksten zijn weliswaar zelf vrij van auteursrecht, maar je mag ze toch niet zomaar groepsgewijs openbaarmaken, omdat er geen rechtenvrije bron is waaruit je ze en masse kunt overschrijven.

De Sdu trekt daarbij een vergelijking met het telefoonboek, dat ook niets dan openbare gegevens bevat, maar als geheel, als verzameling, wel degelijk beschermd is. Zit iets in, zou je zeggen, al is het trouw overtikken van het Staatsblad een prestatie van heel andere orde dan het bouwen van een telefoonboek. Maar er zitten twee adders onder het gras. Ten eerste staat de veronderstelde bescherming op gespannen voet met de door de wetgever beoogde toegankelijkheid van de wet, onontbeerlijk voor het functioneren van een behoorlijk staatsbestel. Zo de vergelijking met het telefoonboek dus al steek houdt, dan behoort voor wetteksten een uitzondering gemaakt te worden. Ze zijn het fundament van de rechtsstaat, waarzonder de Sdu ook haar gekoesterde auteursrecht niet kan handhaven.

De tweede adder is venijniger. Hoewel zij een fors deel van haar omzet nog steeds aan die omstandigheid ontleent, vergeet de Sdu doorgaans gemakshalve, dat zij niet zo lang geleden nog Staatsdrukkerij en -uitgeverij heette. Dat was voor de volle honderd procent een staatsbedrijf, dat eerst en vooral in opdracht van de rijksoverheid werkte, ten dienste van het algemeen belang. In die hoedanigheid is het overgrote deel van de verzamelingen wetteksten waarop zij nu het alleenrecht claimt, tot stand gekomen. Tot aan de betreurenswaardige privatisering van de Sdu stelde de Nederlandse overheid dus wel degelijk compilaties van wetteksten beschikbaar, compilaties waaraan het private bedrijf Sdu in de paar jaar van haar zelfstandigheid nog maar in bescheiden mate heeft hoeven - en kunnen - toevoegen. Wat de Sdu dus nu probeert, is zich met terugwerkende kracht rechten toeëigenen op werk dat ofwel rechtenvrij is, of waarop de rijksoverheid de rechten bezit. Pavle kan dat kort geding, dat op 11 maart in Den Haag dient, dunkt me, met vertrouwen tegemoet zien.