Kommil Foo vliegt almaar hoger

Voorstelling: Bek! door Kommil Foo (Raf en Mich Walschaerts). Gezien: 6/2 in de Kleine Komedie, Amsterdam. Tournee t/m 5/6. Inl. (015) 2159415.

Twee keer hebben de Vlaamse kleinkunstenaars Raf en Mich Walschaerts een programma gemaakt dat opviel door een cavalcade aan cartooneske scènes, waarin de logica vaak voor gek stond. Hun zotternijen kwamen bijna nooit ergens vandaan en gingen zelden ergens naar toe, maar dat maakte ze des te bezienswaardiger. Het was alsof er twee stripfiguren tot leven kwamen, en alsof elke scène een nieuw plaatje was zonder zichtbaar verband met het vorige.

Voor hun derde programma, Bek!, hebben de broers echter een levensloop bij elkaar gefantaseerd die het kader vormt voor alle nummers. Het verhaal gaat, zeggen ze, over hun grootvader Louis die er altijd van droomde te kunnen vliegen, hoog over de Keyserlei, en die in de oorlog bij de RAF terechtkwam. Het was een nederig baantje, maar later vertelde hij honderduit over zijn heldendaden - toen hij met zijn blote handen de ene Duitser na de andere om zeep bracht. En na zo'n levendig relaas zei hij tegen zijn vrouw: “Maar Jenny, ik praat daar allemaal niet zo graag meer over.”

Kunsten makend aan een metershoge driepoot spelen Raf en Mich Walschaerts in schetsmatige scènetjes dat ze hun opa zijn, of diens vrouw, of diens zuster, of 's mans kleinzonen. Een opvouwbare duimstok fungeert als apparaat om het geluid van een schrijfmachine na te doen en als telefoon. Soms laten ze een relaas op verrassende wijze ontsporen, en af en toe larderen ze hun spel met een luisterliedje in bluesy trant. Aardige, luisterrijke nummers zijn dat, met een aanvallig soort charme, bijvoorbeeld in een regel als: “Alleen de maan weet hoe ik elke nacht in duizend stukjes breek.”

Bek! is daarmee een heel ander programma geworden dan de twee vorige. Mich Walschaerts hangt weliswaar nog steeds met succes de onnozele uit, en zijn minder komisch uitgevoerde broer is de alwetende verteller gebleven, maar hun ambities reiken ditmaal hoger - en niet alleen omdat hun voorstelling in het teken van het vliegen staat.

Onmiskenbaar staat hun opa model voor zoiets als dromerij, idealen voor mijn part. Hun malligheid moet, hoe grappig soms ook, een bedoeling krijgen. En om dat te bereiken is, denk ik, net iets meer nodig dan het scheppen van een vertederend sfeertje en het verzinnen van een paar gekke nummers.