Justitie boekt nauwelijks resultaten; Strijd tegen de hasjhandel mislukt

AMSTERDAM, 7 FEBR. Justitie heeft in de jarenlange strijd tegen de handel in softdrugs “slechts speldenprikken kunnen uitdelen” aan de groothandelaren in hasj. De omvang en het profijt van hasjhandel blijven groot.

Dit zegt officier van justitie M. Witteveen, hoofd van de afdeling zware criminaliteit van het Amsterdamse parket. Uit een rondgang langs degenen die sinds begin jaren negentig betrokken zijn bij de vaderlandse drugsoorlog, blijkt dat politie, officieren van justitie en rechters unaniem van mening zijn dat de hasjcriminaliteit ondanks alle inspanningen in het geheel niet is teruggedrongen. “Neen, natuurlijk helpt die drugsoorlog niets”, zegt de vice-president van het Amsterdamse gerechtshof J. Willems. “Als ik mijn kamer vandaag stofzuig, is er toch ook geen garantie dat er morgen geen stof meer ligt.”

Ook de pogingen van justitie misdaadgeld van verdachten af te pakken, zijn bij de vervolging van de grote hasjhandelaren bijna volledig mislukt. “Justitie schetst in het algemeen een veel te rooskleurig beeld over de grote voordelen van financieel rechercheren. We pakken hooguit iets af van de sulletjes en het middenkader”, zegt Witteveen.

Het openbaar ministerie in Amsterdam vindt dat het geen zin heeft verdere pogingen te ondernemen op zoek te gaan naar “de honderden miljoenen guldens” die de vorige week tot 5,5 jaar cel veroordeelde Johan V., alias de Hakkelaar, met hasjhandel moet hebben verdiend. “De FIOD (Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst) had het plan om nog twee jaar met tien rechercheurs in een strafrechtelijk financieel onderzoek de bezittingen en het vermogen van Johan V. in kaart te brengen, maar wij zagen daar niets in. Wij denken dat het moeilijk te vinden is”, zegt Witteveen. Probleem is onder andere dat veel landen niet bereid blijken mee te werken aan financiële onderzoeken.

Justitie in Amsterdam vindt het onaanvaardbaar dat er een enorme kloof blijft bestaan tussen de inspanningen die het opsporingsapparaat verricht om hasjhandelaren te pakken en de milde straffen die de wetgever verbindt aan dit delict. “Het parlement moet toch echt een principiële keuze maken voor de invoering van een zogeheten gekwalificeerd hasjdelict: als het gaat om de invoer van hasj in georganiseerd verband moet een dubbele straf van de huidige van vier jaar mogelijk zijn”, aldus Witteveen.