India; Lekkernijen voor de heilige ratten van Deshnok

DESHNOK, 7 FEBR. De oude man buigt diep voorover. Met zijn stramme lichaam reikt hij juist tot aan de zilveren schaal op de grond, de eettafel van veertien donkergrijze ratten. Als hij een hapje van de gele, mierzoete brij in zijn mond heeft gestopt en doorgeslikt, slaat hij in volle vervoering een teken. “Heilig voedsel”, zegt de hoogbejaarde bedevaartganger zacht.

Duizenden ratten krioelen over de vloeren van de heilige tempel van Karni Mata in Deshnok, een klein, stoffig woestijnstadje in de deelstaat Rajasthan in het westen van India. Waar de gevreesde knaagdieren zich elders in het land opwerpen als beheerders van vuilnisbelten en kartonnen hutjes in de jhuggi's, de sloppenwijken, zijn de heilige kabas van Deshnok de belangrijkste ingezetenen, door de goden gezonden incarnaties van heiligen.

Behoedzaam stappen de tientallen rattenaanbidders door de eeuwenoude tempel. Een jongen met een centimeters brede, bloederige vleeswond op zijn wreef smeekt de rondschietende ratten om genezing. Onder een offerplaatsje met kaarsen, wierook en een afbeelding van de godin Durga koopt een andere bezoekster voor twintig rupees (één gulden) een zakje met snoepgoed, een voedseloffer aan de ratten. Haar ogen schieten even bezorgd omhoog, in de richting van de tientallen duiven die jaloers toekijken vanaf een enorm net dat over de tempel is gespannen: vogels moeten van het rattenvoedsel worden weggehouden.

Alleen het beste eten wordt de beesten voorgezet, laddu, een lekkernij van suiker, water en melk. Nadat het groepje dinerende ratten elders in de tempel gaat uitbuiken, eet de vrouw de restjes op. Ze kraait van plezier als één van de diertjes via haar rug in de knot van haar gitzwarte haar springt. Een hongerige, aanstormende rat gebruikt haar blote voeten - niemand mag de tempel betreden zonder zich van zijn schoeisel te hebben ontdaan - als springplank naar de zilveren eetschaal.

Uit heel India komen hindoes naar Deshnok om de ratten hun eer te bewijzen. “Bijna alle premiers zijn hier geweest”, zegt Gautam, een middenstander uit Bikaner, vijfendertig kilometer ten noorden van Deshnok. Kijk, zegt hij, wijzend op jong stel in traditionele Rajasthaanse kledij. Het pasgetrouwde paar schrijdt de tempel binnen. “Hun huwelijk kan alleen slagen na een zegen van de ratten.”

Sommige dieren nemen een aparte plaats in de samenleving van Rajasthan in. Stieren, ezels, paarden en kamelen worden gebruikt als vervoermiddel of als landbouwmachine. Voor koeien is in vrijwel elk gehucht in India plaats. In Rajasthan gaat de liefde voor de koe zelfs zover dat de regering onlangs een gesubsidieerde commissie in het leven riep die toeziet op het welzijn van de koe. Op zichzelf is dat niet zo gek in India, ware het niet dat ondanks herhaaldelijk aandringen geen rupee beschikbaar wordt gesteld voor een organisatie die zich ontfermt over mishandelde vrouwen. Ook mensenrechtenorganisaties moeten het in Rajasthan vooralsnog doen zonder overheidssteun.

Net als voor de koeien gelden voor de heilige troeteldieren van Deshnok aparte regels. Dat bleek in september 1994, toen in Surat, een stad in de aangrenzende deelstaat Gujarat, de pest uitbrak. Long- en builenpest worden verspreid door ratten en overgebracht naar mensen via de vlooien van besmette ratten. De ziekte breidde zich snel uit en joeg met name de bewoners van de welvarende staten Gujarat en Maharashtra de stuipen op het lijf. Overal in India, van Bombay tot Calcutta en van Delhi tot Madras trokken speciale rattenbestrijdingsteams er met grote hoeveelheden pesticiden op uit om ratten en vlooien te verdelgen. Uiteindelijk kwamen enkele tientallen mensen om het leven als gevolg van de ziekte.

Maar in Deshnok bleven de ongedierteverdelgers weg, zegt Gautam. “Niemand was hier bang dat de pest zou uitbreken. Deze ratten zijn een gave van God. Ze horen hier thuis.” Al tien jaar lang komt hij elke maand naar de rattentempel. “Ik voel me een stuk beter als ik hier ben geweest', zegt hij stralend.