Hollands Dagboek; Alis Koekkoek

Alis Koekkoek (53) is sinds 1994 lid van de Tweede Kamer voor het CDA. Sinds 1981 is hij hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Katholieke Universiteit Brabant te Tilburg. Dit was zijn laatste week als woordvoerder over justitie: zijn fractie was ontevreden over zijn optreden in het Kamerdebat over de gezagscrisis bij justitie. Hij staat op een onverkiesbare plaats en keert na de verkiezingen niet terug in de Kamer. Koekkoek is gehuwd met Hanny Dudok; zij hebben drie kinderen.

Woensdag 28 januari

Tegen zes uur word ik wakker in een Haags hotel. Om kwart voor zeven neem ik in bed mijn bijdrage aan het plenaire debat over het rapport-Dolman door. Dolman heeft de nevenfunctie van procureur-generaal Steenhuis bij bureau Bakkenist onderzocht. Heeft deze nevenfunctie enige invloed gehad op het onderzoek van Bakkenist naar de verhouding tussen politie en justitie in Groningen? Dolman kan het niet uitsluiten, maar heeft er geen aanwijzingen voor kunnen vinden.

Televisie, radio en de ochtendbladen berichten uitvoerig uit de ± 170 pagina's transcripten van de zeventien gesprekken die Dolman heeft gevoerd. Op mijn verzoek heeft de minister van Justitie ze dinsdagavond naar de Kamer gestuurd. Ik was er gisteravond zoet mee. De transcripten zijn onthullend. Vorige week zei minister Sorgdrager in het vragenuur nog tegen de Kamer: 'De minister heeft echt geen bemoeienis met de keuze van een bureau voor een bepaald onderzoek'. Uit de transcripten blijkt dat zij zich bij verschillende gelegenheden met de keuze heeft beziggehouden en daarbij de naam van Kottman van bureau Berenschot heeft genoemd (die het niet geworden is). Wanneer moet ik deze minister geloven?

9.15 uur. Voorgesprek bij de fractievoorzitter. We bespreken mijn bijdrage en de hoofdpunten van de bijdrage van Jaap de Hoop Scheffer. Hij zal de tweede termijn doen, na het antwoord van de regering. De inleiding van mijn betoog is nog wat slapjes. Ik vraag Hans Hillen de inleiding te herschrijven. In een mum van tijd zit er een kop op waarmee ik goed uit de voeten kan.

Om kwart over tien krijg ik als eerste het woord: 'Aan de orde is een buitengewoon ernstige vertrouwenscrisis op Justitie en daarmee een aantasting van het vertrouwen in de rechtsstaat'. Met mijn feitenrelaas ben ik snel door mijn tien minuten spreektijd heen. Het is mijn taak de feiten boven tafel te krijgen, Jaap zal de politieke afronding doen.

De minister antwoordt van kwart voor twee tot half vijf. Ik interrumpeer haar vaak, teneinde zoveel mogelijk de werkelijkheid achter de schijn bloot te leggen. Alleen al op mijn vragen zegt zij minstens vijftien maal dat zij het niet weet. Zij kan zelfs niet bij benadering aangeven op welk moment de vertrouwensbreuk met Docters van Leeuwen is ontstaan. Ik moet terugdenken aan het gesprek tussen Sorgdrager en Blok over het doorleveren van harddrugs. Tijdens de parlementaire enquête kon de minister zich ook een essentieel onderdeel van het gesprek niet meer herinneren.

16.45 uur. Jaap doet de tweede termijn uitstekend. Hij eindigt met een motie waarin de minister-president wordt gevraagd de leiding te nemen bij het oplossen van de problemen met het openbaar ministerie. Bij de Securitel-affaire heeft niet de minister van Justitie, maar de minister van Economische Zaken de leiding van de hersteloperatie op zich genomen. Er was dus een recent precedent. Omdat Jaap de tweede termijn doet, kan ik niet meer reageren op de opmerkingen van de andere woordvoerders. Dat is een handicap, maar het draagt wel bij aan bespoediging van het debat. Aan het slot van het debat 'bekent' de minister dat zij zich op haar positie heeft beraden. Dat had ik haar gevraagd in Den Haag Vandaag van donderdag 22 januari, zij het dat ik mij een andere uitkomst van haar interne beraad had kunnen voorstellen. Ik heb in die uitzending niet gezegd dat de minister moest opstappen. Dat maakte VVD-Kamerlid Benk Korthals ervan.

Na afloop van het debat geef ik de minister een hand. Door de steun van de coalitie wegens de naderende verkiezingen en de wijze waarop zij het debat heeft gevoerd, is zij overeind gebleven. “We moeten nog even samen verder, Winnie”, zeg ik. “Dat doen we”, is haar reactie.

Ik bel mijn vrouw Hanny. Zij kan heel kritisch zijn, maar heeft nu een positieve indruk van het debat. Thuis praten we na over de dingen die ons bezighouden. Er is meer dan politiek. Niettemin zie ik Hans Ouwerkerk zijn ontslag bekendmaken. Ik voel respect voor hem. Ondertussen hoor ik dat in Den Haag Vandaag Natasja Kuit fragmenten van mij en Jaap laat horen. Zij beluistert een tegenstelling die ik niet heb ervaren.

Donderdag

Een katterig gevoel. Ik ervaar de spanning tussen politiek en recht. In de politiek is gelijk hebben niet hetzelfde als gelijk krijgen. De aanleiding van het conflict tussen minister en OM is het fundamentele recht gehoord te worden, dat dreigde te worden geschonden.

Aangekomen in Den Haag heb ik meteen collega Gabor aan de lijn. We zijn het eens over onze reactie op het aftreden van Ouwerkerk. Dan merk ik dat een andere collega zich zonder overleg met mij met een deel van de bestuurlijke verhoudingen in Groningen gaat bezighouden. Ik heb indertijd de zaak-Lancée aangekaart en heb deze zaak en zijn sequelen steeds behandeld. Ik laat de fractievoorzitter weten dat ik dringend behoefte heb aan overleg met hem.

Om 13.00 uur zit ik als vervanger de Commissie van Verzoekschriften voor. Een aantal verzoekschriften wordt aangehouden omdat er principiële kwesties in zitten. Mijn persoonlijk medewerker Peter Dillingh heeft de dossiers goed voorbereid, zodat ik alert ben op de belangrijke punten.

Bij de correctie van het stenogram van gisteren kom ik grappige dingen tegen. De minister heeft Kottman van Berenschot genoemd als onderzoeker van de kwestie-Groningen. Het stenogram vermeldt: de kopman van Berenschot. Aardig gevonden!

Terug in Tilburg wacht mij een extra bestuursvergadering van de Vereniging tot stichting en instandhouding van scholen met de Bijbel te Tilburg. We zijn verdeeld over bestuurlijke fusie met andere protestants-christelijke scholen in de regio. Na twee uur vergaderen zijn we eruit.

Vrijdag

In ochtendblad Trouw valt mij op dat Willem Breedveld het met mij eens is. Zijn analyse is dat het beeld Docters heeft geknakt. In de Volkskrant treft mij de tekening van Jos Collignon van een meisje temidden van veel brokstukken, vertwijfeld kijkend naar een tube lijm in haar hand. Docters ligt ziek in het poppenbed.

Vrijdag is een Tilburgse dag. Voor 1 maart moet ik een hoofdstuk over Iers staatsrecht herzien. Ondertussen laat de telefoon mij niet met rust.

Na de lunch fiets ik door het bos naar de KUB. Ik geniet van de frisse lucht. Een student komt tentamen vergelijkend staatsrecht doen. Helaas niet voldoende. Ik lees mijn e-mail en verken de Irish Law site op Internet. Fantastisch om zoveel bronnen bij elkaar te hebben.

Tegenover het ANP reageer ik op het verzoek om overplaatsing van hoofdofficier Daverschot. Ik noem het 'verstandig'.

Tegen 19.00 uur rijd ik naar De Rosep te Oisterwijk voor een hooglerarendiner, dat dient om nieuwe collega's in te eten en vertrekkende collega's uit te eten. Ik ga speciaal voor Chris Geppaart, een van onze fiscalisten die afscheid heeft genomen. Na afloop praat ik nog even na met Ernst en Pauline Hirsch Ballin. Als ik om 0.45 uur thuiskom is Hanny nog op. Onze oudste zoon Herbert is thuisgekomen en blijft een nachtje slapen.

Zaterdag

Zestigste verjaardag van de koningin. De band tussen Nederland en het Huis van Oranje is heel bijzonder.

Om 8.00 uur op. In Trouw lees ik Hans Goslinga: de VVD gaat er met Kok vandoor. Het doet me denken aan de liberale leuze in 1937: Zet meer Liberalen naast Colijn! Indertijd dachten veel Liberalen: 'Dan kunnen we beter meteen op Colijn stemmen!'

Ik heb een langdurig gesprek met een journalist. Ik ben voorzichtig in mijn oordeel, maar als ik naga hoe de zaak juridisch zit, schrik ik. Een nieuwe kwestie dient zich aan.

Zondag

Na een heerlijke nachtrust luister ik vanuit de keuken naar de klanken van de Evangelische Omroep. Vertrouwde liederen geven mij innerlijke rust. Tegen tien uur gaan Hanny, Johan en ik naar de Opstandingskerk van de Protestantse Gemeente van Tilburg en Goirle (Samen op Weg). Het is een feestelijke gezamenlijke dienst met de Indonesisch-Nederlandse Christelijke Kerk. Daarna is er thuis koffie met vlaai. Tijd voor klassieke muziek. Geen Buitenhof.

's Avonds bereid ik mijn bijdrage voor het komende plenaire debat over een wijziging van de Wet Nationale Ombudsman voor. Er zitten meer haken en ogen aan dan ik had verwacht. Hanny en ik bekijken op video de eerste twintig minuten van het debat van woensdag. Tijdens de interrupties blijk ik in m'n element.

Maandag

Het Brabants Dagblad meldt dat Bolkestein het CDA een linkse partij vindt, die wars is van lastenverlichting. Zou hij het CDA-program gelezen hebben? Lastenverlichting zit er op vele plaatsen in: voor zorgtaken, vrijwilligerswerk, het Midden- en Kleinbedrijf, enz.

's Middags bespreek ik op de KUB met twee universitaire docenten, Eric Janse de Jonge en Gert-Jan Leenknegt het maken van een proefopzet voor een nieuwe druk van Akkermans/Koekkoek, De Grondwet, een coproductie van Rotterdam en Tilburg. Ik bereid mijn bijdragen voor over de Wet op de kansspelen die deze week aan de orde is. 's Avonds opnieuw een vergadering van het schoolbestuur.

Dinsdag

Deze dag was de verjaardag van mijn vader, Hendrik Bastiaan Koekkoek, geboren in 1909, overleden in 1984. Ik denk vaak aan hem.

Om 7.10 uur gaat de telefoon. Ik ben amper wakker en zeg: “Hallo!” “Spreek ik met Rosenmöller?” “Nee, het spijt me, wel met Koekkoek, ook Kamerlid.” Even is het stil aan de andere kant. Dan: “O, dat treft, u spreekt met KRO Ontbijt TV. Mag ik u een artikel uit de GPD-bladen faxen, waaruit blijkt dat Sorgdrager de Kamer belangrijke informatie heeft onthouden?”

Om half acht lees ik het artikel. Kort daarna geef ik in de uitzending per telefoon een gematigde reactie. Ik bepleit een constructieve oplossing van het conflict tussen minister en OM. Om 7.50 uur belt de fractievoorzitter. Hij ging er vanuit dat hij de woordvoering zou coördineren. Hij zal mijn optreden in het fractiebestuur bespreken. Ik concludeer dat het de voorkeur had verdiend als Rosenmöller en niet ik was opgetreden.

In de fractievergadering evalueren we ruim een uur het debat van afgelopen woensdag. Jaap trekt de conclusie dat hij met het oog op de verkiezingscampagne de woordvoering opnieuw wil bekijken.

Bij de regeling van werkzaamheden 's middags in de Kamer vraag niet ik, maar vraagt Ella Kalsbeek na overleg met mij namens vele fracties om opheldering over het bericht in de GPD-bladen. Ik onthoud mij van commentaar over Steenhuis en Docters van Leeuwen. Als de journalisten vragen waarom, verwijs ik hen naar de voorlichter, Jack de Vries.

Na de stemmingen heb ik verschillende fractiecommissies. Die van Justitie zit ik voor. Ik lees een uitstekend artikel van Eric Vrijsen over de rol van het staatshoofd bij de kabinetsformatie.

's Avonds heb ik een gesprek met Jaap. Hij wil dat een ander het dossier-Groningen en wat ermee samenhangt overneemt. Ik ben het daarmee niet eens, maar leg me bij zijn beslissing neer.

De rest van de avond is gevuld met de plenaire behandeling van de Wet Nationale Ombudsman. Om 23.00 uur Hanny gebeld. Ik blijf in Den Haag en lees de Vierde voortgangsrapportage over de reorganisatie van het openbaar ministerie.

Woensdag 4 februari

Halverwege de nacht word ik wakker vanwege het ontnemen van mijn woordvoerderschap inzake Groningen. Ik besluit er verder geen commentaar op te geven en slaap verder.

Overdag in de Kamer blijkt wie mijn vrienden zijn. De vele steun doet mij goed.

Het is weer een drukke dag. De nieuwe kwestie (zie zaterdag) houdt mij bezig. Van 11.30 tot 12.15 uur een indringend gesprek van de vaste commissie Justitie met de president van en de procureur-generaal bij de Hoge Raad. Van 13.00 tot 15.00 uur een Algemeen Overleg met de minister van Justitie. Ik beperk mij tot de voortgangsrapportage sec. Tussendoor geef ik positief commentaar op de kandidatuur van de prins van Oranje voor het Internationaal Olympisch Comité.

Daarna plenaire behandeling van wijzigingen van het Reglement van Orde van de Kamer. Ik houd mijn kortste toespraak ooit: 'De CDA-fractie is het eens met de voorstellen. Dit was mijn kortste plenaire bijdrage tot nu toe.'

Het Parool en de Haagse Courant berichten dat ik onder curatele ben gesteld en dat het CDA mij op de vingers heeft getikt. Ik onthoud mij van commentaar.

Er is de komende maanden nog een hoop te doen. Bij leven en welzijn verlaat ik op 18 mei de Kamer met opgeheven hoofd. Met een goede herinnering aan de collega's die vrienden zijn geworden. Met vertrouwen in een vrije pers, die fouten maakt, maar als het erop aankomt, de feiten aan het licht brengt.

Ook vanavond staat Hanny mij op te wachten op het station.