Het echte hongerlijden

Een spook waart door Europa - het spook van het communisme. Alle machten van het oude Europa hebben zich tot een heilige drijfjacht tegen dit spook verbonden (...)'', zo begint het Communistisch Manifest in 1848. Honderdvijftig jaar later heeft in Nederland Bolkestein deze taak op zich genomen. Nadat het communisme officieel dood werd verklaard, vindt de paus het nodig Cuba - een levend voorbeeld van het tegendeel - te bezoeken en worstelt Bolkestein met zijn onverwerkte verleden. Waarom toch al die moeite ná de teraardebestelling? Bang voor spoken misschien?

Het antwoord ligt voor de hand. Het Communistisch Manifest bood de arbeidersklasse voor het eerst een heldere analyse van de aard van het kapitalisme en gaf bovendien aan dat genoemde maatschappijvorm noodgedwongen zou moeten overgaan in het socialisme. Het manifest vormde voor vele generaties werkers een belangrijke bron van kennis om de dagelijkse klassenstrijd effectiever te kunnen voeren. En dat is nog steeds een feit. Het Communistisch Manifest is springlevend, omdat het gebaseerd is op feiten. Het gaat over de werkelijkheid. Dat is precies het verschil tussen het gedateerde boekje Onverwerkt verleden van Bolkestein, dat slechts berust op het lezen van twee andere auteurs en wat gesprekken met zogeheten dissidenten. Het is binnenkort weer vergeten, omdat het niet met de werkelijkheid overeenstemt. Bolkestein en zijn neoliberale vrienden beweren bijvoorbeeld glashard dat er in Nederland geen tweedeling tussen arm en rijk is. Boekjes als dat van Bolkestein zullen nooit zo'n bestseller worden als het Communistisch Manifest omdat er geen antwoord in staat op de vragen waarmee miljoenen gewone mensen, overal ter wereld, worstelen.

Elke dag overlijden tussen de 20.000 en 25.000 kinderen aan ondervoeding. Maar liefst 226 miljoen anderen ondervinden er elk jaar ernstige gezondheidsschade door. En allemaal nodeloos, want het gevolg van de kapitalistische rooftochten, van uitbuiting van mensen, plundering van grondstoffen en afbraak van plaatselijke industriële capaciteiten. In Nederland nam het aantal miljonairs in ruim tien jaar met vierhonderd procent toe, van 35.000 tot 150.000. Maar zelfs in de rijke Westerse industrielanden leeft bijna een kwart van de mensen op of rond het bestaansminimum. In Nederland bestaat er honger in twintigduizend gezinnen, rond veertigduizend gezinnen moeten de warme maaltijd soms overslaan. Het feitelijke aantal werklozen in Nederland ligt boven de twintig procent van de bevolking en tegelijkertijd neemt de stress op het werk epidemische vormen aan.

En wat gebeurt er in Oost-Azië? Wat betekent de crisis daar voor de gewone mensen overal ter wereld? De Indonesische munt wordt elke dag minder waard. Tien miljoen Indonesische werkers dreigen te worden ontslagen, binnenkort al twee miljoen. Miljoenen werkers in Thailand, Maleisië, Zuid-Korea en de Filippijnen hebben hun ontslagbrieven al ontvangen. De lonen in deze landen zijn zo laag dat de meeste werkers hun families niet kunnen voeden, ook al werken ze zestig uur per week. En dus staan politie en leger klaar om de opstanden, die onvermijdelijk zullen komen, neer te slaan.

Hoe kon het dat deze crisis bij verrassing plaatshad zonder dat politici, bankiers en vele duizenden financiële analisten in Oost-Azië, de Verenigde Staten en West-Europa er erg in hadden? Hoe is het mogelijk dat deze 'tijgereconomieën' zo plotseling ingestort zijn?

De zaken zijn de laatste 150 jaar geleden enorm veranderd, maar de beste verklaring voor die crisis werd anderhalve eeuw geleden geschreven door Karl Marx en Friedrich Engels. Het Communistisch Manifest blijkt steeds weer accurater dan de verklaringen van de meeste 'financiële deskundigen'. Het manifest toonde aan dat deze wilde economische crises onlosmakelijk verbonden zijn met de kapitalistische maatschappij. De kapitalistische eigenaren kunnen de productiekrachten die ze in beweging brengen niet beheersen. Kapitalisme staat voor instabiliteit. Productie voor de winst leidt tot overproductie en stagnatie, tot roofbouw en genadeloze concurrentie. Kapitalisme leidt tot armoede en honger, niet wegens te geringe productie, maar als gevolg van overproductie. Kapitalisme is gebaseerd op keiharde concurrentie tussen een relatief klein aantal eigenaren van de productiemiddelen. Zij kunnen alleen overleven door voortdurende kapitaalaccumulatie en het openleggen van nieuwe markten, door steeds goedkoper te produceren en de lonen van de werknemers zo laag mogelijk te houden.

Marx openbaarde bovendien het geheim van de kapitalistische winst. Eenvoudig gezegd: het verschil tussen wat werkers produceren en wat ze ervoor betaald krijgen. De macht van de kapitalistische klasse is veel groter en meer geconcentreerd dan 150 jaar geleden, maar de manier waarop ze proberen om deze laatste cyclus van overproductie te overwinnen is dezelfde als in de dagen van Marx en Engels: over de ruggen van de arbeiders.

In het Communistisch Manifest staat niet precies wanneer en hoe het kapitalisme over zal gaan in het socialisme. Er staan geen routebeschrijvingen in. De afgelopen 150 jaar was er ook sprake van verkeerde interpretaties, van sektarisme en leerstelligheid. Want het manifest is pas 150 jaar jong. Maar het communisme heeft zijn wilde haren inmiddels verloren en gaat verder op basis van de inzichten die de eerste keer zo trefzeker en helder in het Communistisch Manifest werden beschreven. Een leidraad, geen profetie. Een verzameling wetenschappelijke inzichten en instrumenten: een gereedschapskist, dat is het Communistisch Manifest. Over vijftig jaar vieren we het tweehonderdjarig bestaan ervan.