Harlinger vuurtoren voorgoed gedoofd

Donker wordt het niet in Harlingen, maar wel sfeerlozer. Tot verdriet van veel Harlingers gaan de lichten van de vuurtoren aan de Willemskade deze week na 77 jaar definitief uit. De 21 meter hoge toren, sinds 1980 een rijksmonument, gaat binnenkort in de verkoop.

De laatste verouderde reservelamp schoof drie maanden geleden automatisch via een caroussel in het lenzenstelsel. Maar omdat de toren al jarenlang geen echte, nautische functie meer heeft, is een nieuwe investering nutteloos, zegt K. Minnes van de vaarwegmarkeringsdienst van de regio Noord van Verkeer en Waterstaat.

Minnes: “De gloeilampen die erin zitten worden niet meer gemaakt. En een nieuwe technische installatie kost al gauw zo'n 20.000 gulden. Maar je kunt de belastingbetaler niet laten opdraaien voor een vuurtorenlicht waarop de beroepsscheepvaart niet meer navigeert”, vindt hij.

De rodesector-lamp belichtte nog maar een klein deel van de geul die langs de strekdam Pollendam ligt. Deze dam steekt vanaf Harlingen drie kilometer de Waddenzee in en voorkomt dat de vaargeul dichtslibt. Een sectorlicht is een smalle bundel licht dat de stuurman aan moet houden, wil hij op de goede koers blijven, meestal een haveningang. Maar een rondvraag onder loodsen en schippers leerde dat vrijwel niemand het licht meer gebruikt om de Harlinger haven veilig binnen te varen.

De kustlichttoren verving in 1921 een rood-wit geblokt exemplaar. De toendertijd nieuwe bakstenen toren deed oorspronkelijk dienst als geleidelicht, dat zeven mijl - twaalf á dertien kilometer - zeewaarts scheen. De scheepvaart navigeerde langs de Pollendam door op één lijn te koersen, die het vuurtorenlicht met een kleiner licht op de Zuiderpier maakte.

Toen de havenmond in 1976 als gevolg van stroming werd verplaatst, kreeg de toren een ondergeschikte functie. Toch bleven de lampen 22 jaar lang branden. Achteraf gezien deels overbodig, geeft Minnes toe. Maar de bezuinigingswoede had nog geen wortel geschoten bij de ministeries.

Minnes: “In die tijd werd er bij de overheid nog niet zo strikt op dit soort dingen gelet.” Wat zeker meespeelde was dat de elektriciteitskosten laag waren: zo'n honderd gulden per jaar.

K.J. de Vrijer, in de jaren tachtig plaatsvervangend directeur van de regio Noord van DGSM (Directoraat Generaal Maritieme Zaken) herinnert zich dat het doven van het licht geen prioriteit had. “Kennelijk was men bij het ministerie gevoelig voor het argument dat een vuurtoren moet branden.” Hij vindt het saai dat het licht nu voor altijd uitgaat.

Eenzelfde gevoel heeft mevrouw M. Tiel uit Harlingen. “'s Avonds gaan we vaak even naar zee en beklimmen we de uitkijktoren aan het Wad. Als ik de vuurtoren dan zie branden, gaat mijn hart helemaal open.”

Ze is gefascineerd door lichtbakens. “Toen ik vroeger op Schiermonnikoog woonde, scheen het licht van de vuurtoren altijd in mijn kamertje. Het geeft me een veilige havengevoel.”

Ze vindt dat er nu een klein lampje 'voor de sier' in de toren moet worden gedraaid. “Zodat-ie toch nog een klein beetje licht geeft en een brandend monument wordt. Dat moet kunnen, want er staan ook lampen op de gevels van het stadhuis.”

Woordvoerder S. Brandsma van de gemeente Harlingen vindt het “historisch gezien jammer” dat de markante, wit gepleisterde toren geen licht meer uitstraalt. “Het wordt een doods ding.”

De gemeente Harlingen heeft echter geen geld om van de toren een toeristische attractie te maken. Brandsma: “Dan moet je er een goede trap in bouwen en permanent toezicht hebben. Dat kost je al gauw een ton per jaar.”

De vuurtoren van Harlingen is een van de 300 kleinere vaste 'lichtopstanden' die in ons land langs de kust staan. Daarin wordt de laatste jaren gesaneerd. Maar de Harlinger vuurtoren is de eerste vuurtoren wiens lichten doven. Volgens Minnes wordt de functie van de vaste kustlichten, in tegenstelling overigens tot de grote, 'echte' vuurtorens langs de Noordzeekust, allengs minder.

Minnes: “De plaatsbepalingsapparatuur en de satellietnavigatie zijn de laatste vijftien jaar sterk verbeterd en betaalbaar geworden. Maar als die apparatuur het op zeker moment laat afweten, dan kun je op het oude vertrouwde instrument, de vuurtoren, afgaan. Dat kan straks niet meer.”

Het doven van het Harlinger vuurtorenlicht gebeurde deze week in stilte. Een ceremonie werd er niet van gemaakt. De knop werd simpelweg omgedraaid. Later wordt de lichtinstallatie ontmanteld. Minnes: “We moeten er niet al te nostalgisch over doen”.