'Groene labels' in energiesector

ARNHEM, 7 FEBR. De 35 regionale energie-distributiebedrijven stoppen de komende drie jaar 100 miljoen gulden in een systeem van verhandelbare waardepapieren ('Groene labels') om de productie van elektriciteit uit duurzame bronnen te bevorderen.

Dat bedrag betalen de bedrijven uit de opbrengst van de 'MAP-toeslag' (Milieu Actie Plan) op de maandelijkse energierekening van afnemers en in die regio's waar deze toeslag niet meer wordt geheven uit de opgebouwde MAP-fondsen. In het begin zal het vooral gaan om het plaatsen van meer windmolens. Later, als de prijsverschillen met stroom van gas- en kolengestookte centrales minder worden, komt ook elektriciteitsopwekking met biomassa, waterkracht en zonnepanelen aan bod.

Dat maakte directeur R. van 't Hullenaar van de koepelorganisatie EnergieNed eerder deze week in Arnhem bekend. EnergieNed organiseerde in het sportcentrum Papendal een congres om het systeem - dat uniek is in Europa - te introduceren en medewerkers van de energiebedrijven er vertrouwd mee te maken.

Handel in de groene labels tussen producenten en afnemers sluit aan bij het streven van minister Wijers (Economische Zaken) om in het jaar 2020 10 procent van het nationale energieverbruik uit duurzame bronnen te halen en meer marktwerking op de stroommarkt te introduceren. Als eerste stap hebben de energiebedrijven zich verplicht om in het jaar 2000 3 procent van hun totale levering aan hun klanten uit 'duurzame stroom' te laten bestaan: in totaal 1,7 miljard kilowattuur. Vóór het jaar 2000 zou er nog een extra vermogen van 500 megawatt van voornamelijk windmolens nodig zijn, waarmee een investering van 1 miljard gulden is gemoeid.

Windenergie is nu nog ongeveer tweemaal zo duur als opwekking van stroom met grote centrales die fossiele brandstoffen gebruiken. Het prijsverschil wordt nu voor een deel opgevangen door een hogere vergoeding aan exploitanten van windmolens, subsidies en betalingen uit het ecotax-fonds.