Genen

Ter verklaring van de bijzondere verdiensten van het jodendom voor de westerse beschaving verwijst Shimson Arad in de krant van 22 januari naar “een ondoorgrondelijke combinatie van genen, erfgoed en milieu”.

Het zou mij heel wat waard geweest zijn wanneer hij de genen erbuiten gelaten had. Want daarmee wekt hij op z'n minst de suggestie dat het joodse volk over bijzondere erfelijke eigenschappen beschikt. En dat is voer voor demagogen.Als de genen inderdaad een rol spelen, hoe kan dan verklaard worden dat een belangrijk deel van het joodse volk, namelijk de Russische joden, voortkomt uit de Turkse Chazaren? Verstandiger is het zich aan te sluiten bij de Spaans-joodse geleerde Jehoeda Hallevi (1085-1145), de auteur van Al-Choezari, 'het boek van argumentatie en bewijsvoering ter verdediging van een verachte godsdienst'. Daarin wordt de voortreffelijkheid van de joodse beschaving herleid tot de religie als iets geheel eigensoortigs, die noch door de menselijke rede, noch door het menselijk gevoel voortgebracht kan worden, doch alleen door het woord Gods, gesproken tot de mens.