Dreigende schaduwen

De crisis in Zuidoost-Azië, het belastingplan voor de 21ste eeuw en de invoering van de euro zijn ontwikkelingen die meerdere lezers zien als dreigende schaduwen.

Welke gevolgen heeft de crisis voor ons? Dat weet niemand precies. Een ding is wél zeker: er zijn daar vele miljarden gulden verlies geleden en iemand, met name de bevolking, moet het gelag betalen. De officials die de reddingsoperaties leiden, neigen in het openbaar tot optimisme om geen paniek te zaaien. De voorzichtige afwikkeling van de schade kan daarom nog jaren duren, bijvoorbeeld zoals in Japan.

Intussen gaat het (bedrijfs)leven in de getroffen landen door. Door de waardevermindering van de plaatselijke munt, ten opzichte van de belangrijke buitenlandse valuta, betalen die landen meer voor de producten die zij importeren uit bepaalde landen. Hun exportproducten worden daarentegen goedkoper, tenzij de importerende landen (de EU) daar extra belasting op heffen om de eigen zaken te beschermen. Zo ontstaat wereldwijd een verschuiving van handelsstromen en neemt de concurrentie toe, met op den duur lagere en mogelijk dalende (deflatie) prijzen als gevolg.

In werkelijkheid zit de (internationale) economie vele malen ingewikkelder in elkaar dan deze prijzensimplificatie suggereert. Maar de trends wijzen overal in ieder geval op dalende prijzen.

Oók de rente kan verder dalen. Daardoor lijkt het lenen van meer geld aantrekkelijker dan ooit. Daarbij gaat het vaak, zoals bij hypotheken, om langlopende verplichtingen. Wie geld leent, moet nu al rekening houden met de gevolgen van het belastingplan voor de 21ste eeuw. Hoe dat plan er precies uit zal zien, weten we pas bij de formatie van het nieuwe kabinet na de verkiezingen in mei. Eén wijziging is zo goed als zeker: de tarieven van de inkomstenbelasting gaan naar beneden. Daardoor wordt de renteaftrek onvoordeliger: de lener betaalt meer zelf en de fiscus draagt minder bij. Om die tariefsverlaging te financieren, moet de totale som waar de fiscus belasting over heft (de grondslag) breder worden. Hetgeen onder meer impliceert dat de renteaftrek (die de grondslag uitholt) voor enkele belastingbesparende constructies straks niet meer is toegestaan. Wie de komende tijd geld leent voor zo'n contractuele constructie, bijvoorbeeld met aandelen, moet dus nagaan of navragen welke gevolgen een toekomstige verlenging van zijn contract op dit punt kan hebben.

Een lezer uit Mook, met een eigen huis zonder hypotheek, maakt zich zorgen over de voorgestelde vermogensrendementbelasting, ook een onderdeel van het nieuwe plan. Die heffing bedraagt 25 procent over een voor iedereen vastgesteld gelijk denkbeeldig (fictief) rendement van 4 procent per jaar over alle vermogensbestanddelen, minus schulden. Per saldo 1 procent.

De briefschrijver uit Mook vreest straks voor zijn onbelaste huis van 400 duizend gulden ieder jaar 4 duizend gulden rendementbelasting te moeten betalen. Daarom wil hij een hypotheek nemen om zijn vermogen te verkleinen. Dat is niet nodig, want de eigen woning wordt niet in de fictieve belastingheffing betrokken.

Hij roert overigens wél een interessant punt aan. Wie straks een hypotheek neemt of verhoogt, bijvoorbeeld om aandelen te kopen, verandert in fiscaal ongunstige zin de samenstelling van zijn vermogen voor de genoemde belasting. De waarde van het huis is vrij, maar de aandelen zijn belast met 1 procent.

Moet je schulden altijd uit de weg gaan? Een vader uit Hillegom worstelt met dit probleem. Zijn studerende zoon wil na zijn studie, over een jaar of vier, een eigen bedrijf beginnen. Hij wil liever geen geld lenen om zijn studie te betalen, want de aflossing en rente drukken anders straks te zwaar op de bedrijfshuishouding.

Vader raadt hem aan wél geld te lenen en dat iedere maand in een beleggingsfonds te stoppen. In feite: beleggen met geleend geld en middelen. Is het belegde saldo over vier jaar negatief, dan past de 'oude heer' het verschil bij, bij een positief spaargedrag. Dit lijkt beleggen met geleend geld en een 'inleg terug' garantie.

Maar geboren Hillegommers staan bekend om hun keiharde koppen: zoonlief wil niet lenen en vader vindt zijn voorstel de beste benadering. Wie heeft er gelijk? De vader. De zoon weet zich straks verzekerd van een minimaal startkapitaal voor zijn bedrijf. Vallen de beleggingsresultaten mee, dan komt er zelfs een fors kapitaal beschikbaar.

En hoe houd je rekening met de euro in je persoonlijke geldzaken? Daar valt nog niets van te zeggen. Tenzij je de werkloosheid in landen als Duitsland en Frankrijk, en het onvermogen om veel banen te scheppen, beschouwt als voorlopers van de euro, omdat regeringen gehouden zijn aan de toelatingscriteria.

Er bestaat ook een verband met de Azië-crisis: die landen produceren nu nog goedkoper dan voorheen, waardoor er mogelijke meer werk van de EU naar Azië verschuift. Deze twee factoren belemmeren de groei in Europa.