De zware last van de tijd

ROTTERDAM, 7 FEBR. Van oudsher is het International Filmfestival Rotterdam bij uitstek het platform voor weerbarstige en vernieuwende films. Een sterk in omvang groeiend publiek blijkt tijdens het festival bereid van zulke films kennis te nemen, ook al krijgen die in de publieksenquête vaak een relatief lage waardering.

Een goed voorbeeld is Gummo van de slechts 23-jarige Harmony Korine, die veel professionele filmkijkers in vervoering wist te brengen met zijn ongepolijste en volstrekt originele surrealistische fantasiefilm over wrede kinderen en pubers. Je zou Gummo misschien nog het best kunnen typeren als Twin Peaks gesitueerd aan de verkeerde kant van de spoorlijn, maar dan geheel bevolkt door doorgedraaide adolescenten. Korine lijkt zich weinig te bekommeren om dramatische conventies en wekt ondanks (misschien wel juist dankzij) zijn onmiskenbare talent de indruk er opzettelijk met de pet naar te gooien.

Waarschijnlijk om dezelfde reden eindigde de film in de onderste regionen van de ranglijst van de publiekswaardering en had de Nederlandse distributeur al in een vroeg stadium besloten Gummo uitsluitend op video uit te brengen. Het zou mooi zijn als de positieve reacties op de vertoningen in Rotterdam daar verandering in kunnen brengen, want Gummo, gefotografeerd door Léos Carax' vaste cameraman Jean-Yves Escoffier, komt het best tot zijn recht op het grote doek.

Als laatste film in de competitie om de Tiger Awards ging gisteravond Frost van de Duitser Fred Kelemen voor een half gevulde zaal in wereldpremière. Weliswaar werd Frost al vorig jaar in een kortere versie op het festival van Berlijn vertoond, maar de regisseur was het niet met zijn producent eens en beschouwt de in Rotterdam vertoonde versie van drie uur en vijfentwintig minuten als de enige authentieke montage.

Kelemen, die eerder het in de Nederlandse filmtheaters vertoonde Verhängnis regisseerde, is een leerling van Bela Tarr, de Hongaarse maker van het zeven uur durende Satantango. Ook voor Kelemen is het niet manipuleren van de tijd een essentieel stijlelement. Als in Frost een vader zijn slapende zoontje op de schouder naar huis draagt, dan krijgen we de complete tocht te zien, stapje voor stapje, totdat je de last bijna fysiek gaat meevoelen.

Niet het verhaal van de film is de hoofdzaak, maar de ervaring van handelingen, lichaamstaal, landschappen, afgelegde trajecten. Voor het grootste deel is het Kelemen uitstekend gelukt om indruk te maken met zijn hyperrealistische film, al dreigt het na verloop van tijd een beetje een maniertje te worden: niet het vermijden van ellipsen, maar de slepende ellende en het pessimistische wereldbeeld, waaraan hij zijn personages onderwerpt. Een film die elke ervaring tot iets zwaars maakt, verraadt een kunstmatige kijk op de wereld.

Niet dat zoiets bezwaarlijk hoeft te zijn, maar het is wel een manipulatie die haaks staat op de anderszins zo geserreerde en natuurlijke stijl van de film.

Tot mijn verbazing wekt Frost desondanks relatief weinig ergernis, omdat Kelemen heel veel beelden aanbiedt die je dankbaar in je geheugen opslaat: een boven het ijs uitstekende omgevallen torenspits, de close-up van een verfomfaaid kapsel na een woeste dans, de zwaarte van een slapend kind. Het Rotterdamse festival had zich nauwelijks een meer opvallend slot van de competitie kunnen wensen.