De worst van een hemel op aarde

In het voorjaar van 1949 heb ik in Arnhem mijn exemplaar van Het Communistisch Manifest in handen gekregen. Hoewel ik slechts 15 jaar was, heeft de gedachtegang van Karl Marx reeds toen een enorme indruk op mij gemaakt. Als eerstejaars werd ik in september 1951 lid van de communistische studentenvereniging Pericles in Amsterdam.

Elke week kwamen wij met een tiental studenten een avond bij elkaar om enkele bladzijden van het Manifest door te nemen. Ik vond het fantastisch. Nog steeds ben ik onder de indruk van de analytische kracht, waarmee Marx de ondergang van het kapitalisme voorspelt. Dat die voorspelling niet is uitgekomen, doet niets af aan de overtuigingskracht van het wetenschappelijk socialisme.

Het Communistisch Manifest ontleent zijn zegetocht aan de langs logische weg afgeleide vestiging van de dictatuur van het proletariaat. Het voortschrijden van de techniek zorgt tegelijk voor de uitstoot van arbeiders en een wassende stroom van consumptiegoederen. Het leger van werklozen ontbreekt het aan koopkracht de goederen af te nemen, zodat een enorme afzetcrisis ontstaat die uitmondt in een revolutionaire situatie, waarin de bourgeoisie wordt weggevaagd door het proletariaat. De theorie van Marx houdt de arbeiders de worst voor van een hemel op aarde. In het Manifest zwepen Marx en Engels de arbeiders op hun positie te verbeteren door de inwendige dynamiek van het kapitalisme te versnellen door samenspanning. De slotzin: 'Proletariërs aller landen verenigt U', is uitgegroeid tot een mondiale strijdkreet.

In Het Communistisch Manifest treft men de dimensies van ruimte en tijd aan op een wijze die typerend is voor een abstract denken dat zich losmaakt van lokale gebondenheid en van een afgesloten tijdspanne. De proletariërs van alle landen dienen zich te verenigen, en niet alleen die van Frankrijk, Engeland en Duitsland. En de tijd strekt zich uit van de vroegere tijdperken der geschiedenis tot het wenkend perspectief van een betere wereld voor het proletariaat. Zo beschouwd is Het Communistisch Manifest bij uitstek ingebed in het joodse denken dat noodgedwongen en van nature altijd heeft moeten abstraheren van een beperkt grondgebied en van een beperkt aantal jaren. De proletariërs hebben door hun ketenen uit het verleden nu een wereld te winnen, die hun toekomst veilig stelt.

Het is sinds 1848 anders gelopen dan Marx en Engels hebben voorspeld. Wellicht mede door het angstaanjagende van de voorspelling voor de kapitalisten. Vooral echter wegens het pluriforme karakter van de technische ontwikkeling, die niet uitsluitend zuiver arbeidsbesparend is gebleken. Juist in onze tijd blijkt hoezeer het voortschrijden van de techniek ook kapitaalbesparend is. Daardoor is niet alleen sprake van een uitstoot van werknemers, maar ook van een vraag naar arbeid. Deze vraag wordt nog versterkt door prijsdalingen als gevolg van lagere kosten en door het beschikbaar komen van nieuwe producten met nieuwe markten. In beginsel komt er voldoende koopkracht beschikbaar om de expansie van de consumptiegoederen bij te houden.

Heeft Het Communistisch Manifest van Marx en Engels daardoor aan betekenis verloren?

Geenszins. Een herformulering van de boodschap van de beide revolutionairen laat zien hoe actueel het Manifest is voor het huidige tijdsgewricht en voor ons land. De paradox die wordt blootgelegd houdt in dat naarmate de ontwikkeling van het kapitalisme uitbundiger, creatiever en dynamischer is, de verdeling schever wordt. Hoe harder we groeien door nieuwe productiemethoden en nieuwe producten, hoe groter de afstand tussen de mensen die voorop lopen en de achterblijvers. De grotere verschillen hebben niet alleen betrekking op het inkomen, ook al springt dit aspect van de verpaupering als eerste in het oog. Terwijl aan de ene kant de inkomensgroei van de voorhoede spectaculair is, tekent zich een duidelijk armoedevraagstuk af. Mensen die het in onze samenleving moeilijk hebben, worstelen met een erg laag inkomen, met werkloosheid, met gebrekkige scholing en met een vervuild milieu.

Het kabinet-Kok heeft te weinig oog voor wat zich aan de onderkant van de samenleving afspeelt. Deze blinde vlek wordt veroorzaakt door de begrijpelijke aandacht voor het herstel van het economisch evenwicht in de publieke en private sector een viertal jaren geleden en door het succes van het gevoerde beleid. De maatschappelijke spanning die wordt opgebouwd in de sfeer van alle mensen, die verstoken zijn van voldoende inkomen, kennis en werk ontsnapt aan de aandacht. Wanneer ook een tweede kabinet-Kok de ogen sluit voor de noodzakelijke samenhang van explosieve dynamiek en een verwoestende verdeling, staat ons nog veel maatschappelijke ellende te wachten. Daarin schuilt de kern van de boodschap die Marx en Engels in Het Communistisch Manifest hebben neergelegd. Daarom ook blijf ik die boodschap, ontdaan van strakke dogmatiek, uitdragen.