De opmars van wereldwijde controle

Spionage floreert, ook na het einde van de Koude Oorlog. De toenemende afhankelijkheid van de samenleving van faxen, de elektronische snelweg en de mobiele telefonie maakten het werk van de inlichtingendiensten er alleen maar eenvoudiger op.

AMSTERDAM, 7 FEBR. “Heren gluren niet in andermans brieven”, zei de voormalige Amerikaanse minister van Oorlog Henry Stimson. Dit moet een van de minst profetische uitspraken van de eeuw zijn, want spionage floreert als nooit tevoren.

Ooit bestond het gereedschap van geheim agenten hoofdzakelijk uit foto-apparatuur, maar naarmate de draadloze militaire communicatie steeds belangrijker werd, kwamen afluistertechnieken in zwang. Vooral signals intelligence (SIGINT) hebben een hoge vlucht genomen. Letterlijk, want het waren met name vliegtuigen en satellieten die het etherverkeer afluisterden.

In de loop van de Koude Oorlog verrezen op alle continenten Amerikaanse grondstations voor de ontvangst van berichten die waren onderschept door kunstmanen met exotische namen als Rhyolite, Moonpenny, Vortex en Jumpseat. Behalve op veel plaatsen in de Verenigde Staten zelf, bevindt zich zo'n station bij Alice Springs in Australië, bij Bad Aibling in Duitsland, bij Misawa in Japan, en bij Menwith Hill in Groot-Brittannië. Ook Rusland, dat een hele familie Kosmos-satellieten in een baan om de aarde had draaien, houdt er nog steeds een grote afluisterpost op na in Cuba.

De satellieten werken met uiterst gevoelige antennes die de allerkleinste radio-energie nog kunnen opvangen. Om afluisteren tegen te gaan gingen alle partijen in de Koude Oorlog over op het gebruik van gerichte straalzenders. Dat is een systeem van hoge masten met antennes die gericht signalen moesten uitzenden naar ontvangers. Maar ook de zenders 'misten' wel eens gedeeltelijk de antenne waarop ze stonden gericht, zodat spionage-satellieten de 'gemorste' signalen konden ontvangen.

Nog afgelopen herfst lanceerden de VS een spionage-satelliet: de Trumpet. De kunstmaan is ontworpen om tienduizenden draadloze verbindingen af te luisteren. Trumpet, die wordt geproduceerd door elektronica-reus Hughes, heeft een antenne met een oppervlakte van meer dan een voetbalveld. Over de capaciteit van deze satelliet is - natuurlijk - niets bekend, maar Hughes produceert ook een civiele satelliet die, met een oppervlakte van slechts een tiende van een voetbalveld, 16.000 telefoonkanalen tegelijkertijd kan doorseinen.

Het nut van deze constellatie van satellieten bleef ook na het einde van de Koude Oorlog bestaan. Niet alleen was een diffuse veiligheidssituatie ontstaan waarin een vroegere vijand min of meer een vriend was geworden, maar ook het omgekeerde (vrienden die vijanden worden) was heel goed mogelijk.

Het brandpunt van de spionageactiviteiten verlegde zich naar het vergaren van economische informatie. Franse, Amerikaanse en Britse inlichtingendiensten maken daar niet eens een geheim van. “Het is nu de meest besproken kwestie binnen de inlichtingenpolitiek,” zei voormalig CIA-directeur James Woolsey over het onderwerp toen spraakmakende berichten hierover in de pers verschenen. Franse geheim agenten zouden microfoons hebben geplaatst in de stoelen van de Concorde om de conversatie van Amerikaanse zakenlieden af te luisteren.

De Britse geheime dienst zou, toen Amerikaanse Stealth-vliegtuigen de vliegshow van Farnborough bezochten, de gelegenheid te baat hebben genomen om de effectiviteit van de eigen radarsystemen te beproeven. En Frankrijk zette vraagtekens bij de werkelijke taak van Amerikaanse U-2 spionagetoestellen die in het kader van missies boven het voormalige Joegoslavië op de Zuid-Franse vliegbasis bij Istres waren gestationeerd.

Nu de maatschappij zich gestaag digitaliseert en steeds meer burgers gebruikmaken van fax, Internet en mobiele telefoon, hebben de spionagesatellieten eigenlijk alleen maar meer geheugen nodig om ook het civiele verkeer af te tappen.

Dat dit al lange tijd gebeurt bleek begin jaren negentig, toen drie Iraanse geheim agenten de Iraanse oud-premier Sjapoer Bakhtiar in zijn ballingsoord Parijs hadden vermoord.

Het drietal was na de gelukte aanslag op weg gegaan naar het schuiladres: het Iraanse consulaat in Genève. Aan de grens werden ze evenwel door de Zwitserse douane aangehouden - en onmiddellijk weer vrijgelaten, omdat nog niemand Bakhtiar had gevonden.

De Franse geheime dienst had echter inmiddels lont geroken en beluisterde daarop alle gesprekken die waren gevoerd vanuit openbare telefooncellen langs de snelweg tussen Parijs en Genève. Daaruit bleek dat de voortvluchtigen vanuit zo'n cel in het Farsi om raad hadden gevraagd aan hun chef. De onderschepte berichten brachten de hele aanslag aan het licht.

Ook de Zwitserse autoriteiten raakten onlangs voor iets dergelijks in opspraak: al het GSM-verkeer bleek sowieso een half jaar te zijn opgeslagen. Waarmee overigens niet is gezegd dat al die gesprekken ook daadwerkelijk werden bestudeerd. Dat de Verenigde Staten vriend en vijand, burger en militair bespioneren, is dus niet bijzonder opmerkelijk: iedereen doet het. Of dat màg volgens nationale wetten is een ander verhaal.

De Amerikaanse activiteiten, waarop het rapport An appraisal of Technologies of Political Control van het Britse onderzoeksbureau Omega de aandacht vestigt, zullen in elk geval veiligheidskringen binnen de Europese Unie allesbehalve hebben verrast.

Volgens Statewatch - een Britse niet-gouvernementele organisatie die opkomt voor de naleving van burgerrechten in Europa - werken de Europese Unie en het Amerikaanse Federale Recherchebureau, FBI, gebroederlijk samen bij het opzetten van een mondiaal surveillance-systeem dat enorme hoeveelheden data-verkeer kan waarnemen.

Het project valt onder de noemers 'criminaliteits-bestrijding' en 'bescherming van de nationale veiligheid', maar volgens Statewatch is het systeem in staat om alle fax-, e-mail-, en telefoonverkeer vast te leggen en te analyseren. “Het Britse parlement, net als veel andere in de EU, is hierbij op grove wijze gepasseerd”, aldus de groepering.