Confrontatie Litouwen met gruwelijk oorlogsverleden

In Vilnius is - eindelijk - de kogel door de kerk: bijna twee jaar nadat de Amerikanen hem naar zijn geboorteland Litouwen deporteerden wil de Litouwse justitie de inmiddels 90-jarige Aleksandras Lileikis in staat van beschuldiging stellen wegens zijn aandeel in de massamoord op Litouwse joden in de Tweede Wereldoorlog.

ROTTERDAM, 7 FEBR. Aleksandras Lileikis werd in juni 1996 door een Amerikaanse rechter uitgewezen, nadat hem zijn Amerikaanse staatsburgerschap was ontnomen. De rechter had zich laten overtuigen door overlegd bewijsmateriaal, waaruit bleek dat Lileikis in de oorlog als hoofd van de veiligheidspolitie in het door de nazi's bezette Vilnius betrokken was geweest bij de deportatie van en moord op tienduizenden Litouwse joden. Over dat oorlogsverleden had Lileikis gelogen toen hij in 1955 naar de Verenigde Staten uitweek.

De voormalige Litouwer Lileikis, zo oordeelde de Amerikaanse rechter, heeft een groot aandeel gehad in de vrijwel volledige uitroeiing van de joden van Vilnius. Vilnius, dat toen bekend stond als Wilna of Wilno en dat in het interbellum deel had uitgemaakt van Polen, werd wegens de bloei van zijn joodse gemeenschap vóór de oorlog 'het Jeruzalem van het Noorden' genoemd.

Er stonden in de stad 94 synagogen. De stad telde meer joodse dan niet-joodse uitgeverijen en joodse studenten, rabbijnen en geleerden kwamen uit heel Europa naar Vilnius om er te studeren aan het beroemde Jiddische Leerinstituut (YIVO), dat over 's werelds grootste collectie boeken in het Jiddisch beschikte.

Van die gemeenschap was in 1944 niets meer over. Van de 60.000 joodse inwoners van Vilnius overleefden er uiteindelijk slechts vijfduizend de oorlog; de anderen werden vermoord in het Ponary-bos, ten zuiden van de stad. In heel Litouwen werd 94 procent van de 220.000 zielen tellende joodse bevolking uitgemoord.

Op dit moment telt Vilnius nog maar één - gerestaureerde - synagoge. Afgezien van wat restanten van de oude boekencollectie - die zelfs nog niet volledig zijn gecatalogiseerd en die in de Litouwse Nationale Bibliotheek op een ordeloze hoop liggen - is van de rijke aanwezigheid van de vroegere joodse gemeenschap niets meer terug te vinden.

Tot verbazing - verbijstering is wellicht een beter woord - van de Amerikanen en van internationale organisaties die zich met de opsporing van oorlogsmisdadigers bezighouden maakte de Litouwse justitie bijzonder weinig haast met de vervolging van Lileikis.

In de eerste maanden na zijn deportatie werd hij slechts vier keer verhoord (hij bleef alle schuld ontkennen) en de aanklager sprak met de grootste waardering over “de heroïsche wijze” waarop de grijsaard tijdens de verhoren standhield.

Hij werd eerder als getuige dan als verdachte behandeld en er werd voortdurend verwezen naar zijn hoge leeftijd, die ook als reden werd aangevoerd hem niet op te sluiten, maar hem bij verwanten te laten wonen. Ook werd telkenmale aangevoerd dat het door de Amerikanen overhandigde bewijsmateriaal onvoldoende was en dat in de Litouwse archieven helaas niets over Lileikis te vinden was.

De zaak-Lileikis legde een vinger op een zere plek: Litouwen heeft nog altijd grote moeite in het reine te komen met zaken als anti-semitisme en de collaboratie van Litouwers met de nazi's bij de vernietiging van de joodse gemeenschap. Algemeen vatte de indruk post, alsof de Litouwers danig met Lileikis in hun maag zaten en het liefst zagen dat de man overleed voordat het tot een proces zou komen.

Pas na talrijke oproepen vanuit het buitenland - bijvoorbeeld door het Israelische parlement - en druk van president Brazauskas kwam er in de loop van vorig jaar enig schot in de zaak.

In juni vorig jaar meldde openbare aanklager Kazys Pednycia dat Lileikis in staat van beschuldiging zou worden gesteld wegens genocide. Hij verbond daar wel de voorwaarde aan dat de artsen moesten beslissen of de hoogbejaarde verdachte gezond genoeg is voor een proces.

Pednycia benoemde een commissie van medici om Lileikis te onderzoeken en om te beslissen of dat het geval is. Vervolgens bleef het weer een half jaar stil in de zaak.

Een dezer dagen wordt nu, zo is woensdag in Vilnius aangekondigd, een formele aanklacht tegen Lileikis uitgebracht, een bekendmaking die ondanks het nog wat premature karakter door organisaties als het Simon Wiesenthal Centrum alvast is verwelkomd. Maar het Centrum drong er in een reactie bij de Litouwse justitie op aan nu wel eens haast te maken met de berechting, gezien Lileikis' leeftijd.

Tegelijkertijd werd geëist dat een begin zou worden gemaakt met de vervolging van Lileikis' plaatsvervanger als chef van de veiligheidspolitie van Vilnius, Kazys Gimzauskas.

In de herfst is men in Vilnius een onderzoek naar diens oorlogsverleden begonnen. Maar ook in dat geval laat een aanklacht nog altijd op zich wachten.