CALIGULA

Je wrijft je ogen toch wel uit als uit een aantal stempels op wijnvatplanken en enige voormalige hopen puin geconcludeerd wordt dat de Romeinse keizer Caligula aanwezig is geweest in Katwijk aan Zee en in Vechten (W&O, 27 december). Als fantasieën passen in het bevestigen van het traditionele verhaal van de Nederlandse geschiedenis van het eerste millennium, dan is blijkbaar alles toegestaan; wordt met alternatieve hypotheses (Delahaye, Illig, Whittaker) gewerkt dan komt er doorgaans een alomvattende generaliserende veroordeling, een wijze van wetenschapsbeoefening waarin onder meer S.L. Wynia al vele jaren uitblinkt.

Het meest opmerkelijke in zijn 'theorie' is nog wel dat de Romeinse havens t.b.v. de oversteek van Engeland niet aan de Kanaalkust ter hoogte van Boulogne zouden hebben gelegen. Daarbij beroept hij zich op welgeteld één hoogleraar die Suetonius alternatief leest. Zuid-Holland lag dus in litori Oceani?

Als het werken in een 'context of discovery' op deze wijze is toegestaan, waarom dan niet een open oog voor de mogelijkheid dat we Germania Inferior, de Canninefaten met hun woordvoerder Brinnio en de Bataafse opstand enkele honderden kilometers zuidelijker moeten denken. Ik lees in de recensie van Holleman dat Caligula zich in de tweede helft van 39 met liefst twee legioenen naar de Rijn haastte (let wel 'Renus', want het staat wel vast dat daar niet alleen de Rijn mee is bedoeld bij de klassieke schrijvers) en hij vervolgt letterlijk: “Daar voerde hij een kort aanvalletje uit op Germanië. Na de winter in Lyon te hebben doorgebracht vertrok hij in de lente naar de kust. Hij leek Brittannië te willen veroveren.” Dat gebeurde dus vanuit Katwijk, beste lezer. Ik zie nu maar af van de vraag of met Brittannië Engeland of Bretagne is bedoeld.

De NRC beschouw ik met enige sympathie als een van de PR-bladen van de Nederlandse universitaire archeologie. Als lezer zou ik het wel op prijs stellen dat de komende jaren deze taak met de nodige kritische zin wordt uitgevoerd. Van centraal belang zijn daarbij de volgende kwesties. Uitkijken als vondsten 'ingebreid' worden in traditionele historische verhalen; de bronnen met betrekking tot de geschiedenis van de lage landen vòòr het jaar 1000 hebben een grote interpretatiebreedte. Het archeologisch onderzoek in verband met de aanleg van de Betuwelijn nodigt uit om ook in de publiciteit een open discussie te bevorderen.