Buurten in de boomkruin; OVERSPEL MAAKT HET GIBBONLEVEN KNUS

Gibbongezinnen gaan gezelliger met elkaar om dan lang werd gedacht. Onder gibbons komt kindermoord weinig en overspel veel voor.

MENSAPEN leken altijd een demonstratie te willen geven voor een handboek over gevarieerde leefwijzen. Aan de ene kant van het sociale spectrum de Afrikaanse chimpansees met hun gemengde groepen, en gorilla's met hun rond één leidende man gecentreerde haremgroepen. Aan de andere kant de grotendeels alleen levende orang-oetans, die evenals de verschillende soorten gibbons een eenzelviger gedrag vertoonden. Tot op heden meende men dat gibbons in kerngezinnen leefden en door luidkeels te roepen en te zingen de buren uit hun territorium wilden weren. Ontmoetingen tussen gezinnen die elkaars weg kruisten in de bovenste leeflaag van het regenwoud zouden agressief verlopen, terwijl men er bovendien van uitging dat gibbonouders er een levenslange, monogame relatie op na hielden.

Dat traditionele beeld - dat ook zijn weerslag had op het denken over de evolutie van menselijk sociaal gedrag - is nu, althans wat de gibbons betreft, grotendeels onderuit gehaald (Behaviour 134, 1135-1174). Een langdurig onderzoek in Khao Yai National Park in Thailand heeft uitgewezen dat verschillende gezinnen vaak samen zijn. Bioloog Ulrich Reichard en antropoloog Volker Sommer volgden namens een Thaise en Engelse universiteit vanaf 1989 verscheidene groepjes withandgibbons (Hylobates lar). Zij slaagden erin 162 ontmoetingen bij te wonen tussen gibbongezinnen. Ontmoetingen bleken bijna tien procent van de achteneenhalf-urige werkdag van de gevolgde gibbons uit te maken. Bovendien bleken naburige leefgebieden elkaar voor meer dan zestig procent te overlappen. Van angstvallig bewaakte en gerespecteerde territoria is dus geen sprake. Een doorsnee-gezin ontmoet in de loop van de tijd alle buren.

Bij de meerderheid van de ontmoetingen speelt agressie inderdaad een rol, meestal in de vorm van elkaar najagen. Slechts af en toe, in minder dan tien procent van de gevallen, wordt werkelijk gevochten. Maar, anders dan eerder werd aangenomen, is agressie lang niet altijd de doorslaggevende sfeerbepaler. Groepjes zoeken soms tegelijk in een boom voedsel, of verplaatsen zich en rusten samen. Betrekkelijk veel tijd wordt tegenover elkaar zittend op boomtakken doorgebracht.

Bij ontmoetingen blijkt spel tussen onvolwassen leden van de verschillende groepen betrekkelijk gewoon. Voor de jongen heeft dit sociale contact een bijzonder voordeel. Gibbongezinnen tellen naast het ouderpaar hooguit vier opgroeiende jongen van uiteenlopende leeftijd. Die hebben dus geen gelijkwaardige speelmaatjes. Bij een ontmoeting met een andere groep kiezen ze vrijwel altijd een leeftijdgenoot als tegenspeler. Niet alleen de jonge dieren spelen. Mannetjes van bezoekende groepen steken ook wel een hand uit naar een buurkind. Bij zo'n intiem contact gaat het altijd om spel, zo blijkt. Van de bij gibbons veronderstelde infanticide of kindermoord als verantwoorde evolutionaire strategie is niets gebleken. Hun leven is haast harmonieus.

Hoe kan dat? Het is vermoedelijk te danken aan het verschijnsel overspel. Dezelfde studie in Thailand weerlegt het idee dat gibbons een monogame levenswandel hebben. Zo paarde een vrouwtje in haar vruchtbare periode niet alleen met haar vaste partner, maar ook met twee naburige mannen. Sociale ontmoetingen bieden een vrouwtje gelegenheid voor alternatieve seksuele strategieën. Flirtende mannen hebben het intussen niet makkelijk: zij staan voor het dilemma dat hun overspelig gedrag ten koste gaat van de bewaking van hun partner. De tijdelijk verlaten vrouwelijke partners compliceren de zaak. Gibbons zingen doorgaans duetten, maar een alleen gelaten vrouwtje barst vaak in solo-zang uit. Haar overspel bedrijvende man kan die zang niet beantwoorden zonder anderen te laten horen dat zijn vrouwtje niet bewaakt wordt, zodat die solozang andere mannetjes des te meer aantrekt, aldus de onderzoekers. Door de niet-monogame paringspatronen is genetische verwantschap waarschijnlijk diep doorgedrongen in naburige groepen. Een laag niveau van competitie en agressie tussen naburige groepen is dan ook niet zo verwonderlijk.

Toch lijkt partnerbewaking door mannen de basis van het sociale leven van gibbons te zijn; concurrentie waar het gaat om voedsel speelt door een ruim aanbod een ondergeschikte rol. De vrouwtjes gaan hun gang en blijken de ware gezinsleiders. In driekwart van de gevallen bepalen zij de groepsbewegingen. De mannetjes begeven zich pas naar voren als er een ontmoeting met een andere groep op til is. En het zijn ook de mannetjes die het leeuwendeel van de agressie leveren als die wèl optreedt.

De vraag is hoe het scheve beeld van zich alleen aan hun gezin wijdende gibbons, die de buren liever buiten de deur houden, is ontstaan. Volgens de onderzoekers was dat een logisch gevolg van eerdere gebruikte onderzoeksmethoden. De meeste voorgaande onderzoeken concentreerden zich op één gibbon-paar of -gezin, dat bij de dagelijkse activiteiten werd gevolgd. Die dieren raakten gewend aan de aanwezigheid van de onderzoekers, maar dat gold niet voor hun buren, die schuw of gespannen op de mensen reageerden. Ontmoetingen tussen gibbons, in het bijzonder 'vriendschappelijke' ontmoetingen, werden daardoor ondergerapporteerd. Vooral ontspannen spel wordt bij de geringste verstoring afgebroken.

Dat is nu ook bewezen, doordat zowel ontmoetingen werden geregistreerd tussen wel aan menselijke toeschouwers gewende dieren en dieren die niet aan de mens gewend waren. De ontmoetingen tussen gewende dieren bleken, met gemiddeld 0,7 per dag, zeven maal zo frequent als die tussen niet-gewende. Bovendien duurden ze, met gemiddeld ruim één uur, twee maal zo lang. Het onderzoek heeft vastomlijnde ideeën van biologen flink in de war geschopt, niet het minst de mening dat mensen de enige zoogdieren zijn die zich vanuit kerngezinnen volop aan overspel overgeven.