Bovenmodale werkriedel van Frits Bolkestein

Wie beweert dat iedereen boven modaal slapende rijk wordt, weet niet wat hard werken is.

Met deze ferm gearticuleerde one-liner oogste Frits Bolkestein een stormachtig applaus tijdens het verkiezingscongres van de VVD. Dat is niet verwonderlijk want in ons calvinistische welvaartsparadijs is het zo dat naarmate men hoger boven het fiscale maaiveld uitstijgt, de behoefte aan een sluitende verklaring groter wordt. En de beste verklaring tot nog toe, die zowel door God, premier Kok als de mensen geaccepteerd wordt, is hard werken. Wie zijn persoonlijke voorspoed hiermee kan rechtvaardigen heeft in ethisch opzicht niets te vrezen, en kan tevreden zijn vermogenswinsten incasseren.

Daarom dus de hartstochtelijke bijval van Bolkesteins bovenmodale achterban. De resolute woorden van de partijleider maakten aan ieder spoortje twijfel een einde. Iedereen wist nu zeker waar het geld op zijn bankrekening vandaan kwam. Men had er keihard voor gebikkeld.

Maar, zo vraagt de meer gedistantieerde beschouwer zich af, hadden de VVD-afgevaardigden niet iets zuiniger moeten zijn met hun applaus? Hoe leuk ook om te horen, de simpele stelling dat iedereen boven modaal keihard aan het werk is, is in wetenschappelijk opzicht op zijn minst onzorgvuldig, en in politiek opzicht daarom onverstandig.

Want hoe stel je met zekerheid vast dat iedereen die veel verdient ook hard werkt? Observatiestudies leren dat in bedrijven en kantoren waar mensen uiteenlopende salarissen ontvangen het onmogelijk is vast te stellen of de meest verdienende personeelsleden 's avonds met grotere wallen onder de ogen het pand verlaten dan hun minst verdienende collega's. Cijfermateriaal waaruit een dwingend verband blijkt tussen hard werken en inkomen is er bijna niet. Het enige bewijsmateriaal in die richting vormen de WAO-bestanden. De meeste versleten ruggen treft men in de lagere inkomenscategorieën aan. Boven modaal kom je ze nauwelijks tegen.

Nu bedoelt Frits Bolkestein met hard werken ongetwijfeld ook de geestelijke arbeid die in de hoogste loonschalen verzet moet worden. De intellectuele inspanning die tegenwoordig nodig is om met succes een managementcursus af te ronden bijvoorbeeld. Daar moet men niet licht over denken. Heel wat bovenmodale Nederlanders zweten regelmatig peentjes als ze op de zoveelste hei-sessie met een viltstift hun persoonlijke leiderschapsstijl moeten inkleuren op de mentale kaart van hun lerende organisatie. Dat zou je hard werken kunnen noemen.

Maar hoe weet je dat zeker? Met welke criteria kun je vaststellen dat de hoger gesalarieerden in al die conferentieoorden inderdaad een prestatie hebben geleverd? De behaalde certificaten liggen voorgedrukt klaar voordat de training begonnen is. Als het cursusgeld betaald is, krijgt men die automatisch mee naar huis. Dus dat zegt niks. En als de managers weer terug zijn op de werkplek merkt eigenlijk niemand aan hen dat ze iets geleerd hebben. Het meest harde bewijs dat op de hei hard gewerkt is, vormt het aantal gedeclareerde overnachtingen. Maar daarmee moet je voorzichtig zijn als je wilt aantonen dat bovenmodaal niet slapende rijk wordt.

Wetenschappelijk gezien is Bolkesteins stelling dus onhoudbaar. Zijn hypothese kan voor hetzelfde geld omgedraaid worden: wie beweert dat bovenmodaal hard aan het werk is, weet niet wat slapen is. Hiervoor zijn wellicht wat meer bewijzen te vinden in ondernemend Nederland.

Steeds meer bovenmodale landgenoten zien de financiële onafhankelijkheid razendsnel dichterbij komen nu hun in aandelen belegde spaargeld zich zo wonderbaarlijk vermenigvuldigt. En hoewel ze op dit moment - nieuwsgierig als ze zijn naar de beurspagina's in de ochtendkrant - niet langer uitslapen dan benedenmodaal, zal dat straks, als het vermogen de gewenste nullen heeft, wel degelijk het geval zijn.

Op het VVD-congres klapten deze geluksvogels hun handen stuk. En daarmee verdrongen zij een werkelijkheid waarin ze maar niet willen geloven: hun spectaculaire inkomensstijging staat los van welke individuele prestatie dan ook. Hun rijkdom is niet meer dan een lot uit de loterij van het wereldkapitalisme. Of men daar hard voor werkt, veel voor leert, rechtschapen voor leeft of liberaal voor stemt, het maakt allemaal weinig uit. Het enige talent dat in deze omstandigheden nodig is, is een talent voor nederigheid. Een talent om je neer te leggen bij de absurditeit waarmee het grote geld over de wereld wordt uitgeschept. Wie dat kan, hoeft zijn bestaan niet zo krampachtig te ontkennen door stoer te doen over hard werken en eigen verantwoordelijkheid. Die ontwikkelt een gezond gevoel voor humor en staat open voor de fun die de onzinnigheid van het leven te bieden heeft.

Een politieke partij die ook in de volgende eeuw haar electoraat in de bovenmodale hoek zoekt, zal deze geesteshouding moeten gaan uitstralen. Anders lopen de jonge veelverdieners uit verveling naar het kamp van de tegenstander.

Gelukkig beseft de VVD dit ook. Want met de klassieke werkriedel van Bolkestein was het congres niet afgelopen. Dat eindigde pas met het aanheffen van de Internationale door alle VVD-ministers. Een ideetje van Gerrit Zalm.

Een partij met zo'n absurdist in de gelederen is klaar voor de toekomst.