Bloedeloze revolutie; Het volkskapitalisme rukt op; De modale werknemer ontwikkelt zich tot werknemer-kapitalist

Tijdens mijn studie in Sussex kwam ik al snel in aanraking met volgelingen van Marx, Engels, Lenin, Trotsky en Mao en maakte veel vrienden. Geestverwanten waren het niet. Ze waren nogal dogmatisch en van zichzelf overtuigd. Er werd bijvoorbeeld geen energie gestopt in het formuleren van testbare hypothesen, welke men vervolgens met behulp van empirisch materiaal probeert te verwerpen. Zolang men dat niet doet, volg ik Popper en moet ik niets hebben van het 'wetenschappelijk' socialisme.

Het idee dat het proletariaat zijn krachten bundelt in een bloedige revolutie tegen het grootkapitaal leek me onwezenlijk. Ook vond ik het bizar dat, later, studenten voor mijn colleges in Londen geld inzamelden voor bakstenen, zodat de mijnwerkers de politie en liefst mevrouw Thatcher zelf konden bekogelen.

Voor mijn proefschrift beschreef ik in Cambridge de symbiotische tegenstellingen van het kapitalisme à la Marx. Arbeiders gebruikten hun hele loon voor consumptie. Kapitalisten spaarden wel en ploegden al hun winsten terug in investeringen. Kapitaal en arbeid waren complementair; substitutie was niet mogelijk. Met een groot reserveleger van werklozen daalde het aandeel van lonen in het nationale inkomen en met een krappe arbeidsmarkt steeg dit aandeel. Elke opleving van de economie draagt dan het zaad van haar eigen destructie, door het reserveleger van werklozen te vernietigen en de macht van werknemers te vergroten.

Het gevolg is een eeuwigdurende klassenstrijd waarbij arbeiders en kapitalisten elkaar nodig hebben om te produceren en toch voortdurend in strijd zijn over de verdeling van het nationale inkomen. Ook de moderne arbeidsmarkteconomie stelt dat in de kapitalistische economie werkloosheid onvermijdelijk is, want anders zou de discipline en motivatie van werknemers ver te zoeken zijn.

Marx voorzag dat de automatisering en globalisering steeds verder zou voortschrijden. Laaggeschoolde mannen zijn de pineut. Zij worden verdrongen door automatisering en goedkopere arbeidskrachten. De ongelijkheid tussen mensen binnen naties neemt toe.

Marx voorspelde ook dat de automatisering niet zou stoppen voordat de laatste arbeider uit het productieproces verstoten is. Dat bleek onjuist, want de verdienstelijking leverde veel nieuwe banen op. De vraag naar zorg, onderwijs en cultuur is schier oneindig, zeker omdat ze tot nu toe collectief worden gefinancierd. Omdat deze diensten mensenwerk blijven, worden ze relatief steeds duurder en moeten ze in toenemende mate particulier worden gefinancierd. Socialisten hebben het daar moeilijk mee.

Marxisten wijzen er op dat niet de behoeften van mensen, maar de winsten van ondernemingen investeringsstromen bepalen. Dit miskent de rol van flitskapitaal in het dichten van de kloof tussen rijke en arme landen. Immers: particulier kapitaal stroomt naar ontwikkelingslanden, omdat de rendementen daar hoger zijn dan in rijke landen. Marxisten onderstrepen ook de neiging van de dalende winstvoet en voorspellen de val van het kapitalisme. Dit berust net zo min op empirie als de waarschuwingen van Jehovagetuigen dat het einde van de wereld nabij is.

het Communistisch Manifest van Marx en Engels is een politiek pamflet. In Rusland, Cuba en China is het gebruikt om de 'wetenschappelijke' fundering van de socialistische heilstaat te leggen. Het pamflet stelde dat de samenleving zich steeds meer opsplitste in twee klassen die direct tegen over elkaar staan: de bourgeoisie en het proletariaat. Het criterium of een burger tot de ene of de andere klasse behoorde, was of ze wel of niet eigenaar waren van de productiemiddelen. Het proletariaat bestond uit loon- en huurslaven. Marx en Engels waarschuwden dat de kloof tussen het proletariaat en de bourgeoisie zou groeien door de voortschrijdende industrialisatie. Daarom riepen zij alle arbeiders van de wereld op zich te verenigen in een opstand tegen de bourgeoisie, om de relatieve verarming van het proletariaat tegen te gaan. Het doel was alle land, banken en bedrijven in handen van de gemeenschap te geven.

In het manifest stelden Marx en Engels dat het smeden van het proletariaat in een hechte klasse en in een politieke stroming keer op keer wordt verstoord door de strijd tussen arbeiders onderling. Hoog opgeleide werknemers pikken de best betaalde baantjes in, terwijl de grote massa van laag- en ongeschoolde werknemers slachtoffer van de automatisering en globalisering zijn. Het Lumpenproletariat van mensen zonder vaste taken in de samenleving werd gezien als rijpe voedingsbodem voor dieven, criminelen en bedelaars. Het manifest had een cynische visie op de staat. Die was er slechts om de belangen van de bourgeoisie te behartigen en het proletariaat te onderdrukken.

De zorgen van Marx en Engels over de relatieve verarming van het proletariaat zijn nog steeds relevant. Het vermogen van een klein aantal miljardairs overtreft het gecombineerde jaarinkomen van bijna de helft van de wereldbevolking. De rijkste één procent van Nederland bezit een kwart van alle vermogens. In de eerste maanden van vorig jaar werd in Nederland aan koerswinsten meer verdiend dan het looninkomen van het gehele jaar. Er is sprake van exorbitante verrijking van topmanagers. De kloof tussen de gewone werknemers en mensen die kunnen accumuleren doordat ze huizen en kapitaal bezitten en vermogens erven, wordt steeds groter. Arme mensen zijn ongezonder en sterven eerder. Dit alles dwingt tot correcties op het kapitalisme.

Toch is de analyse van Marx en Engels niet meer van toepassing op de moderne kapitalistische samenleving. Immers: de belangrijkste veronderstellingen waren dat het management en het eigendom van de onderneming in aparte handen zijn en dat het proletariaat geen kapitaal bezit. Tegenwoordig zijn de vele werknemers, via de pensioenfondsen, voor tachtig procent eigenaar van de aandelen op de beurs.

Het volkskapitalisme rukt op. De modale werknemer koopt steeds vaker obligaties, aandelen en een eigen huis en ontwikkelt zich daarmee tot werknemer-kapitalist. Men heeft het al over de campingbelegger en de regering stimuleert het verwerven van aandelen in het eigen bedrijf. Samen met partijgenoot en Kamerlid Adri Duivesteijn probeer ik via een initiatiefwet het bezit van het eigen huis te stimuleren onder mensen met een bescheiden inkomen. Terwijl de Conservatieven en Labour ruzieden over de vraag of gemeentelijke woningen wel of niet verkocht moesten worden, namen de Britse (euro)communisten het juiste standpunt in: geen betutteling van huurders, dus verkopen en de boekwinst gebruiken om nieuwe betaalbare huurwoningen te bouwen voor de echte armen.

Marx was geen Marxist. Hij was voorstander van een open, democratische samenleving en geïnteresseerd in consensus: een revisionist. Volgens hem was bloedeloze revolutie mogelijk in geavanceerde samenlevingen als het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Holland. Deze stille revolutie is, juist in een corporatistische samenleving in Nederland, voluit aan de gang.

De analyse van Marx en Engels is waardevol, maar de agenda van vandaag is anders dan die in zijn tijd. Het gaat nu om het aanpakken van exorbitante vormen van verrijking door de bourgeoisie, meer zeggenschap voor werknemers over hun werk, hun huis, hun bezit en hun leven, en het bestrijden van vervuiling van de natuur. Socialisten vechten voor vrijheid en emancipatie van werknemers, radicale democratie op werk, thuis en in de samenleving, en een schoon milieu.