Beter goed gejat dan slecht bedacht

Programma-ideeën zijn vogelvrij. De bedenkers van originele formules krijgen zelden de financiële erkenning die ze verdienen. “Hoe ongelijkwaardiger partijen zijn, hoe meer er met ideeën gesold wordt.”

Bij de Nederlandse televisie wilde niemand voor de programmaformule van het Belgische muziekprogramma Het Swingpaleis betalen. Dat was althans het idee dat producent Willem Herselman kreeg. Hij had geïnvesteerd in een optie op de rechten van het programma, maar dat bleek weggegooid geld. Eigenlijk vond hij dat raar, want de formule was in Engeland, België, Italië en Frankrijk een enorm succes geworden.

Hij was verrast toen het televisieseizoen erna, John de Mol Producties met het muziekprogramma Het Gevoel Van... op de buis kwam. Ook daar streden twee teams van bekende personen een muzikale strijd, onder luid gezang van het publiek. Net als in Het Swingpaleis. Ook daar liepen liedteksten op een scherm in de studio mee, zodat het publiek hartelijk kon meezingen. En ook daar ging het om de leut van het zingen. Ook al klonk het soms wat vals.

Afgekeken van Het Swingpaleis? Willem Herselman zal je het niet horen zeggen. Er zijn genoeg verschillen tussen de twee programma's aan te wijzen die John de Mol Producties van diefstal van de formule vrijpleiten.

Inmiddels zijn de rollen omgedraaid. Amper een jaar later lijkt John de Mol Producties zélf te worden bestolen van een succesvolle programma-formule. En dat nog wel op de Amerikaanse markt, waar het bedrijf hevig probeert voet aan de grond te krijgen. Afgelopen week spande moedermaatschappij Endemol Entertainment een rechtszaak aan tegen het Amerikaanse 20th Century Fox dat een programma gemaakt heeft dat opvallend veel gelijkenis vertoont met De Mols Het Spijt me. In dat programma maken ruziënde mensen het weer goed onder leiding van presentatrice Caroline Tensen. Ook in Amerika wijst de titel daarop; Forgive and Forget.

“Een onbeschaamde total rip off”, vindt bestuursvoorzitter Ruud Hendriks, directeur van Endemol Entertainment. Als de Amerikaanse rechter hem gelijk geeft, moet Fox een boete van enkele tientallen miljoenen betalen.

En zo hoort het ook, zou de leek denken. Omroepen mogen dan wel eens wat elementen van elkaar 'lenen', voor een écht origineel idee moet de bedenker beloond worden. De praktijk is anders. Eigenlijk is de legendarische Merv Griffin een van de weinigen die miljonair geworden is met zijn idee voor het spelprogramma The Wheel of Fortune. Naar verluidt kost het RTL4 15.000 gulden per aflevering om Hans van der Togt aan zijn rad te laten draaien.

Andere creatievelingen zijn niet zo gelukkig. Zij krijgen bij de rechter zelden gelijk. Van de tien (gepubliceerde) zaken in Nederland op dit gebied, werd slechts één keer de eiser in het gelijk gesteld. Dat betrof de Vlaamse televisiezender VTM die vond dat een programma-onderdeel in het Nederlandse Jackpot te veel gelijkenis vertoonde met hun programma Talk About. Maar daar bleef het in Nederland bij. Ideeën zijn vogelvrij, zo lijkt het.

Dat is ook zo, zegt wetenschapper Jaap Haeck die binnenkort hoopt te promoveren op de auteursrechtelijke bescherming van ideeën. Vooral als een idee slechts op papier bestaat, en een producent daar bij de rechter een videoband tegenover kan leggen.

“Een idee alleen is niet beschermd binnen het auteursrecht”, zegt Haeck. “Een videoband of televisieprogramma daarentegen, wordt in de wet als 'expressie' aangemerkt, de uitwerking van een idee. En expressie is wel beschermd door het auteursrecht.” De motivatie daarachter is dat bij bescherming van ideeën niemand deze nog zou mogen gebruiken, waardoor een stagnatie zou optreden in de culturele en economische ontwikkeling van een natie.

Maar zelfs áls het verschil tussen idee en expressie al in het wetboek zou worden opgeheven, dan nóg is het moeilijk aan te tonen dat een omroep of producent met een programma-idee aan de haal is gegaan, zo zegt Haeck. De rechter zal steeds de nadruk leggen op de verschillen tussen programma's, ook al zijn ze maar heel klein.

“Het Gevoel van... gaat niet tussen mannen en vrouwen zoals Het Swingpaleis, maar tussen gemengde teams”, zegt Haeck. “Bovendien wordt Het Gevoel van... niet gepresenteerd door een man, maar door een vrouw, die bovendien kan zingen; en is er een spelelement toegevoegd. Misschien zeg je: waar heb je het dan over. Maar al die verschillen bijelkaar, zijn voor de rechter vaak al genoeg.”

Het enige dat een programma-bedenker daaraan volgens Haeck kan doen, is zijn idee zo uitgebreid mogelijk uitwerken en omschrijven alvorens het naar een omroep op te sturen. “Zo zou je het aantal en het geslacht van de kandidaten variabel kunnen maken, de mogelijke decors en presentatoren nader omschrijven, en er al dan niet spelelementen aan toevoegen.”

Maar zelfs dán geeft hij programma-bedenkers weinig kans. Want als zij weer te specifiek hun idee gaan omschrijven, lopen ze het risico dat een producent of omroep slechts een kleine aanpassing hoeft te plegen om de beschuldiging van plagiaat te weerleggen.

“Ik heb vaak van dit soort zaken”, zegt entertainment advocaat Bertil van Kaam. “Net nog, belde iemand die beweerde dat zijn idee door een omroep gekopieerd was. Maar ik adviseer particulieren in 99 van de 100 gevallen niet met hun beschuldiging naar de rechter te stappen. Ik geef ze te weinig kans. Dat is jammer, want voor een arme programma-bedenker, kan het big business zijn als hij wint.”

Programmamaker Ivo Niehe zou vierkant achter een wetswijziging op dit gebied staan. “In de twintig jaar dat ik voor de tv zit, heb ook ik een aantal keren gedacht: dát is van mij. Maar omdat ik mijn eigen machteloosheid op dat gebied ken, heb ik met mezelf afgesproken er niet veel energie meer in te stoppen.”

Hij zegt er minder last van te hebben gekregen, naarmate hij een steviger positie in Het Wereldje kreeg. “Hoe ongelijkwaardiger twee partijen zijn, hoe meer er met ideeën gesold wordt. Zo krijg ik keurig een vergoeding voor het nieuwe RTL4-programma B.O.T.S. waarvan ik een gedeelte bedacht heb.”

Maar als er een zwakke partij in het spel is, gaat het vaak nog mis, zo weet Niehe. “Ik weet inmiddels met wie ik veilig mijn ideeën kan bespreken. Maar ik kan me voorstellen dat je er als beginnende programmamaker steeds huiveriger voor wordt, open te vertellen wat er zich in je hoofd afspeelt.”