Bestand was opgezegd; Franse prefect op Corsica vermoord

PARIJS, 7 FEBR. De hoogste Franse ambtenaar op Corsica is vermoord. Claude Erignac, prefect op het Franse eiland werd gisteravond om kwart over negen met twee schoten in de rug om het leven gebracht in de straten van Ajaccio. De twee vermoedelijke daders zijn te voet gevlucht.

De prefect was onderweg naar een concert in een rustig deel van de stad. Voor zover bekend was Erignac niet bedreigd. De politie had vannacht nog geen begin van een verklaring voor de moord. In de Franse Nationale Vergadering, waar gisteravond laat nog de wet op de 35-urige werkweek werd behandeld, vroeg minister Aubry namens de regering een minuut stilte. De minister sprak haar verontwaardiging uit over “deze schandelijke daad”.

Hoewel de verantwoordelijkheid voor moord vannacht niet was opgeëist, ligt het voor de hand te denken aan een terreurdaad van de 'nationalistische' beweging. Al jaren vechten diverse groepen, die zijn afgescheiden van de vroegere onafhankelijkheidsbeweging FLNC, met elkaar en met het Franse gezag. De bevolking van voelt in overgrote meerderheid niets voor zelfstandigheid en zegt het aanhoudend geweld te verafschuwen.

De laatste tijd was het juist wat rustiger op Corsica. De nationalisten hebben verscheidene keren een wapenstilstand afgekondigd, onder andere toen de centrum-rechtse regering-Juppé in '96 bereid leek te onderhandelen met de verzetsgroepen. De eisen gaan steeds meer over erkenning van de Corsicaanse taal, een speciale status en financiële voordelen dan over vormen van zelfstandigheid. Toen premier Juppé duidelijk maakte dat wetteloosheid desondanks zou worden afgestraft, werd in oktober '96 het stadhuis van Bordeaux waar hij burgemeester is, gebombardeerd.

De linkse regering-Jospin, die vorig jaar juni aantrad, is tot nu toe redelijk gespaard gebleven door de FLNC-splinters. Kort geleden kondigde één groep echter aan de wapens weer ter hand te zullen nemen. Dat dreigement werd algemeen gezien als een poging nieuwe toezeggingen los te krijgen in de aanloop naar de departementale en regionale verkiezingen, die half maart in heel Frankrijk, en dus ook op Corsica worden gehouden.

Tot nog toe waren vooral gebouwen die de Franse staat vertegenwoordigen het doelwit van bomaanslagen. Aanslagen op personen waren meer gericht tegen prominenten van rivaliserende groeperingen. Bovendien heerst op Corsica een aanzienlijke mafia-macht. Ook die heeft de nodige levens gevergd. Daarom wordt de mogelijkheid niet uitgesloten dat de prefect in die hoek tegenstanders had gemaakt.