ANS

De bespreking die Liesbeth Koenen in de bijlage W&O van 24 januari wijdt aan de herziene editie van de 'Algemene Nederlandse Spraakkunst' (ANS) is uiterst teleurstellend. Wie haar oppervlakkige recensie leest, krijgt gemakkelijk de indruk dat het boek nauwelijks de moeite van het inzien (laat staan het kopen!) waard is. De ANS leest niet gemakkelijk, hanteert een moeilijke terminologie en weet niet goed raad met (de interpretatie van) de vele nieuwe taalfeiten die de moderne taalkunde aan het licht heeft gebracht.

Is er nog iets dat ten gunste van de ANS kan worden gezegd? Ja, wil Koenen nog wel toegeven, het boek bevat “een gigantische hoeveelheid voorbeeldzinnen”. Bovendien (en dat is toch ook weer meegenomen) krijgen mensen die de ANS raadplegen over kwesties, zoals het verschil tussen 'als' en 'dan' na een vergrotende trap, zowaar “een gedegen en onderbouwd antwoord” (een bewering die overigens regelrecht in tegenspraak is met het begin van haar bespreking, waar gesteld wordt dat de ANS “de geïnteresseerde taalgebruiker stuurloos laat ronddobberen”).

Met deze recensie heeft Liesbeth Koenen geen recht gedaan aan de prestatie van de auteurs. Hun grammatica is de uitgebreidste beschrijving die we van het hedendaags Nederlands hebben. Het boek is descriptief georiënteerd, niet gebaseerd op een taalkundige theorie en moet derhalve niet beoordeeld worden alsof dat wel het geval zou (moeten) zijn.

Als Liesbeth Koenen ervan overtuigd is dat “het heel goed mogelijk is een overzichtelijker, inzichtelijker en bovenal leesbaarder naslagwerk van het Nederlands te maken”, dan moet ze daar maar een leuk artikel over schrijven in NRC Handelsblad.