Adembenemend overzicht van Francis Bacons schilderkunst in Londen; Sereen vlees in het slachthuis van het leven

Tentoonstelling: Francis Bacon. The Human Body, Hayward Gallery, London SE1, 0044-171-9283144. Toegang: zes pond. Dagelijks geopend van 10 tot 18 uur. T/m 5 april.

Het slotstuk van de expositie in de Londense Hayward Gallery. Misschien ook de sleutel. Een drieluik, Study for Self-Portrait (1985-1986), toont de schilder gezeten op een barkruk in verschillende poses. Op het rechterpaneel hangt hij onbeschaamd als een vent op de stoel, de benen wijd geopend. Op het linkerpaneel zit hij kaarsrecht en kuis op de punt, de benen zedig over elkaar geslagen. Met gevouwen handen voorkomt hij een blik onder zijn denkbeeldige mini-rok. Op het middelste doek is zijn lichaam vormloos, seksloos terwijl zijn rechterhand in zijn schaamstreek rust.

Man of vrouw? “In Francis Bacon ontmoetten de twee seksen elkaar, meer dan in welk ander mens dat ik ooit ben tegengekomen,” schrijft David Sylvester, samensteller van de overzichtstentoonstelling Francis Bacon. The Human Body, in de catalogus bij de expositie. “Op sommige momenten was hij de vrouwelijkste van alle mannen, dan weer de mannelijkste. Hij verwisselde die rollen even plotseling en onvoorspelbaar als bij een lichtknop die wordt aan of uit gezet.” Sylvester vergelijkt Bacon met de Griekse ziener Tiresias die zowel in een mannen- als in een vrouwenlijf gebivakkeerd had. Hij suggereert dat veel van de mannelijke en vrouwelijke personen die Bacon heeft geschilderd naar het lichaam van de schilder zijn gemodelleerd, al heeft de kunstenaar dat in een tv-gesprek met Sylvester 32 jaar geleden heftig ontkend.

Wat Bacon (1909-1992) niet heeft ontkend is dat hij als 16-jarige jongen door zijn vader, die officier was in het leger, het huis werd uitgegooid nadat hij betrapt was in de kleren van zijn moeder. Ook heeft hij zijn catastrofale homoseksuele relaties nooit geloochend. Tegenover vrienden gaf hij toe dat hij zich in zelfvernietigende excessen met drank, seks en gokken stortte om zijn lichaam maar te voelen - symptoom van de transseksueel, een vrouw gevangen in een mannenlijf.

Dat zou verklaren waarom de meeste gedaanten op zijn schilderijen zo amorf zijn, blubberend, bijna vloeibaar, niet bijeengehouden door een opperhuid en solide beenderstructuur. Vervormde, verminkte personen zijn het, zonder lichaamsbewustzijn. Niet meer dan vlees in het slachthuis van het leven. Is er een passendere weergave van zichzelf denkbaar voor een schilder die Bacon heet?

Bacons werk staat bekend als onrustbarend en afstotend. Gewelddadig en nihilistisch. En het is waar dat de lijven op zijn schilderijen nooit zinnelijk zijn of verheffend, eerder confronterend omdat ze het menselijk verval tonen en de kwetsbaarheid. Bacon zei dat hij alleen “de bruutheid van de feiten” weergaf. Doeken wilde hij schilderen die “het zenuwstelsel raakten met het rauwe geweld van het leven zelf.” Dat die aanpak soms op weerzin stuitte toont een bekende uitspraak van de Britse ex-premier Margaret Thatcher. Zij noemde Bacon “die afschuwelijke man die afzichtelijke schilderijen maakt.”

Maar het etiket van existentialistische zwartkijker doet geen recht aan de klassieke schoonheid en verbluffende kleurenpracht van zijn werk. Zelfs het onrustbarende drieluik waarop hij de zelfmoord van zijn geliefde George Dyer weergeeft aan de vooravond van Bacons eerste buitenlandse overzichtstentoonstelling in Parijs, ademt evenwicht en kalmte door de strakke compositie. Hoe schokkend het ook is om het verwrongen, naakte lijf van Dyer op een wc-pot te zien hangen (links) en in een wasbak te zien kotsen (rechts), het geheel is eerder sereen dan macaber. Geruststellend is de symmetrie van het drieluik: de wijkende deurposten, de elektriciteitsdraden en de lichtknopjes aan weerszijden van de buitenste doeken. Ontroerend is op het middelste doek het lichtpeertje dat bungelt boven het ontzielde gezicht.

Sinds de dood van Bacon zes jaar geleden werden er in Venetië, Parijs en München grote tentoonstellingen aan zijn werk gewijd, allemaal samengesteld door zijn vriend en bewonderaar David Sylvester. Maar de expositie in Londen is de eerste die Bacons portretten, dierenschilderijen en landschappen negeert en zich volledig concentreert op wat altijd zijn favoriete thema is gebleven: het menselijk lichaam. De Hayword Gallery toont niet meer dan 23 werken: vijf drieluiken en 18 doeken uit de periode van 1944 tot 1984. Die monomane zelfbeperking geeft de schilderijen ruimte en zorgt voor een adembenemend overzicht van Bacons ontwikkeling. Van zijn blote schimmen en mannen in oversized pakken, in niet meer dan twee of drie kleuren, via zijn woekerende vrouwenfiguren in schreeuwerige tinten tot zijn verstilde 'Figure in Movement' uit 1978, met zijn gewaagde kleurenharmonie. Het menselijk lijf als rode draad.