Woningbouw in Nederland; Heimwee naar oude huizen

Vincent van Rossem e.a.: Verlangen naar romantische architectuur. SFB Vastgoed en bpf-bouw (distributie Architectura & natura), 148 blz. ƒ 59,90

Ir. F. Ph. Bijdendijk: Duurzaamheid loont. Architext, 55 blz. ƒ 24,50.

Het gaat goed met met de Nederlandse architectuur. Tenminste, als men afgaat op vooraanstaande buitenlandse architectuurtijdschriften. Bladen als het Italiaanse Domus en het Japanse A+U volgen de scheppingen van Nederlandse architecten op de voet. Niet alleen aan het werk van internationale beroemdheden als Rem Koolhaas besteden ze aandacht, maar ook aan nieuwe gebouwen van Willem Jan Neutelings, Claus en Kaan, Mecanoo, Ben van Berkel, Lars Spuybroek enzovoort, enzovoort.

Maar juist nu de Nederlandse bouwkunst in het grote buitenland zo succesrijk is, neemt in eigen land het ongenoegen over de nieuwbouw toe. De kruistocht die Carel Weeber, de voorzitter van de Bond van Nederlandse Architecten (BNA), vorig jaar begon tegen de huidige Nederlandse woningbouw, krijgt steeds meer bijval. Ook politici als PvdA'er Adri Duijvestein, oud-directeur van het Nederlands Architectuurinstituut, pleiten voor meer ruimte voor de wensen van consumenten in de woningbouw. Grote opdrachtgevers als woningbouwverenigingen en projectontwikkelaars stellen (en beantwoorden) in twee recente publicaties openlijk de vraag of al die honderdduizenden woningen die de komende tien jaar in Nederland worden gebouwd, eigenlijk wel voldoen aan de verlangens van de bewoners.

SFB Vastgoed, die woningen, kantoren en winkels als beleggingen laat bouwen, probeert in het boek Verlangen naar romantische architectuur zelfs al een alternatief voor de veelal neomodernistische nieuwbouw te formuleren. Ironisch genoeg gebruikte de onroerend-goedpoot van het Sociaal Fonds Bouwnijverheid hiervoor het geld dat was verbonden aan de Bronzen Bever, de prijs voor uitmuntende opdrachtgevers in de architectuur die het fonds in 1996 had gekregen. SFB Vastgoed kreeg de Bronzen Bever omdat het de laatste jaren veel heeft laten bouwen door vooraanstaande, door critici gewaardeerde Nederlandse architecten, maar in het boek vraagt de directeur van SFB Vastgoed zich af of dit ook werkelijk prijzenswaardig is. 'De officiële architectuur is de afgelopen decennia aan de consument vaak schouderophalend voorbijgegaan', schrijft Anne Bodzinga in het voorwoord van Verlangen naar romantische architectuur. 'Stedenbouw en architectuur waren het domein van de professional. Architectuur moet 'problematiseren' vindt de elite van smaakmakende architectuurcritici nog steeds.'

Tuintjes

Dat SFB Vastgoed juist nu met een pleidooi voor meer zeggenschap van de consument, is natuurlijk niet toevallig. Opdrachtgevers als SFB Vastgoed vrezen dat de honderdduizenden woningen die gebouwd gaan worden op de VINEX-locaties (van staatswege voor woningbouw bestemde gebieden bij de grote steden) zorgen voor een te groot aanbod van woningen. Dit leidt niet alleen tot een vooral door makelaars gevreesde daling van de huizenprijzen, maar ook tot meer keuzevrijheid van de consument. En die woont volgens onderzoeken het liefst in een vrijstaand huis met tuin en niet in VINEX-rijtjeshuizen met piepkleine tuintjes. SFB Vastgoed is, kortom, bang dat de huizen die nu worden gebouwd onrendabel worden. 'Overheden, opdrachtgevers en ontwerpers staan daarom voor de uitdaging nieuwe concepten en formules te ontwikkelen waarbij zowel recht wordt gedaan aan maatschappelijke ontwikkelingen als aan de behoefte van de individuele consument aan woningen met sfeer en identiteit en wijken waar hij of zij prettig en veilig kan vertoeven', schrijft Bodzinga.

Sfeer, identiteit, veiligheid - dit zijn de steekwoorden van de 'romantische architectuur'. Het zijn ook precies de begrippen die in het vocabulaire van veel 'avantgardistische' en door critici gewaardeerde architecten niet voorkomen. Die geloven juist dat globalisering de hedendaagse mens verandert in een moderne nomade die met een laptop computer in zijn tas de hele wereld afreist en niet is geïnteresseerd in zoiets oubolligs als 'gezelligheid'. Bodzinga lijkt het tegendeel te beweren: juist omdat de hele wereld virtueel en reëel zo gemakkelijk bereikbaar is, heeft de huidige mens behoefte aan geborgenheid en een veilig tehuis.

Dit laatste geloven ook de meeste deelnemers aan het tafelgesprek over romantische architectuur dat projectontwikkelaars, architecten, meubelontwerpers, hoogleraren en trendwatchers op verzoek van SFB Vastgoed voerden en waarvan het verslag in het boek is opgenomen. 'Waar de consumenten in geïnteresseerd zijn, is alles wat te maken heeft met het familieleven, de gemeenschap en de duurzaamheid', zegt de architectuurhistorica Liane Lefaivre in de discussie die voor een groot deel bestaat uit de spraakverwarring onder deelnemers als architect Sjoerd Soeters, interieurontwerper Jan des Bouvrie en trendwatcher Lidewij Edelkoort.

Ook de bijdrage van de Alexander Tzonis, hoogleraar architectuurtheorie in Delft, mondt niet uit in een concreet manifest van de romantische architectuur. Na een lang, uit knarsende zinnen opgebouwd overzicht van de eerbiedwaardige geschiedenis van de romantiek, van Rousseau en Goethe via Hitler tot Robert Venturi, komen zij niet verder dan een aantal algemene, al even knarsend geformuleerde vragen en opmerkingen als: 'Hoe moeten romantische waarden gestalte krijgen in de context van de huidige technologische ontwikkelingen, met name van de communicatietechnologie en technologie van nieuwe materialen?'

Veel concreter is Vincent van Rossem in verreweg de beste bijdrage in Verlangen naar romantische architectuur. De architectuurhistoricus Van Rossem heeft al eerder in zijn boekje Randstad Holland bewezen dat hij niet bang is om provocerende standpunten in te nemen. Zoals hij in dit boekje uit 1994 voorstelde om de Randstad te veranderen in een soort Los Angeles, omdat de meeste mensen nu eenmaal zo willen wonen, zo pleit hij nu ook weer voor respect voor de consument: architecten, geef de bewoners wat ze willen. En wat willen veel mensen nu? Geen Los Angeles dit keer, maar 'leuke oude huizen in een gezellige buurt, bijvoorbeeld de Amsterdamse Jordaan of de binnenstad van Delft.' Wat romantische architectuur is, is voor Van Rossem heel eenvoudig: 'Traditionele architectuur, of iets wat daar op lijkt, is romantisch, en dat is wat kopers en huurders waarderen.'

Monocultuur

Het modernisme heeft met zijn preoccupatie voor 'waarheid' in de architectuur, deze wensen genegeerd en zo gezorgd voor monotone woonwijken, aldus Van Rossem. 'Zou het niet verstandig zijn om hieruit de conclusie te trekken dat fanatiek zoeken naar 'waarheid' maar al te makkelijk leidt tot een dictatoriale monocultuur? Is het niet aantrekkelijker, en misschien zelfs wel democratischer, te streven naar en maximum aan variëteit? De (wan)smaak van de woonconsument en de voortgaande liberalisering van de woningmarkt bieden wellicht een garantie tegen de dictatuur van welke 'waarheid' dan ook.'

In Nederland heeft het modernisme langer dan waar ook geregeerd: lange tijd was Nederland het Noord-Korea van de architectuur waar het postmodernisme alleen in de vorm van citaten uit de modernistische architectuur kans had. Toch verschijnen er de laatste jaren steeds meer traditionalistische gebouwen in de Nederlandse steden. Dit is hoofdzakelijk het werk van buitenlandse architecten. Zo heeft de Belgische classicist Charles Vandenhove in Amsterdam, Den Haag en Maastricht al grote woningbouwprojecten op zijn naam staan en nadert zijn kolossale nieuwe rechtbank in Den Bosch nu zijn voltooiing. De Italiaanse neotraditionalist Adolfo Natalini mocht na een enquête onder de bevolking van Groningen het centrum van deze stad onder handen nemen en werkt nu aan een plan voor een bestuurscentrum en 175 woningen in Helmond. Natalini is ook betrokken bij 'De Resident', zoals de herstructurering van een grote kantoorwijk in het centrum van Den Haag heet. Het stedebouwkundig plan voor De Resident is gemaakt door de Luxemburger Rob Krier, een uitgesproken antimodernist die niet terug schrikt voor het ontwerpen van gezellige straatjes en pleintjes in het digitale tijdperk.

Ook voor de Amsterdamse woningbouwvereniging Het Oosten heeft Krier twee grote woningbouwprojecten ontworpen die de komende jaren worden gebouwd. Net als zijn collega van SFB Vastgoed wil Bijdendijk, de directeur van Het Oosten, af van het neomodernistische bouwen. In de onlangs verschenen brochure Duurzaamheid loont pleit hij voor degelijke, rijk versierde 'gebouwen die mooi oud worden.' Dit geeft gebouwen een 'meerwaarde' die door bewoners zeer wordt gewaardeerd, aldus de directeur van de vereniging die 17.000 woningen beheert. 'Ik loop als directeur nog al eens langs onze woningcomplexen. Je wilt per slot van rekening weten hoe ze er bij staan en hoe ze worden ervaren', schrijft hij. 'Bij een van onze oudste woningen vroeg ik aan een meisje van een jaar of twaalf, misschien veertien: 'Vind je dit een mooi gebouw?' 'Ja hoor', zei het meisje enthousiast. En ik werd nieuwsgierig: 'Waarom vind je het mooi?' En dat meisje gaf een onvergetelijk antwoord: 'Omdat het zo oud is, meneer.'

Het bijzondere van Bijdendijks boekje is dat hij niet alleen een esthetische, maar ook een economische fundering geeft voor zijn antimodernisme. Dit is zonder meer opzienbarend, want een van de belangrijkste rechtvaardigingen van het modernisme was nu juist dat sober en doelmatig bouwen onnodige verspilling aan ornamenten en andere overbodigheden voorkwam en dus economisch verantwoord was. Bijdendijk laat aan de hand van exploitatieberekeningen zien dat deze rechtvaardiging van het modernisme loos is. Hiervoor vergelijkt hij drie typen woningbouw met elkaar. Het eerste is de in Nederland gebruikelijke sociale woningbouw die in vijftig jaar wordt afgeschreven. Het tweede type is wat Bijdendijk de 'boshut', heeft gedoopt, het demontabele kringloophuis waarvan de onderdelen na 25 jaar gebruik weer hergebruikt kunnen worden en dat nu wordt gepropageerd door de voorstanders van lichte woningbouw. Ten slotte berekende hij de exploitatiekosten van het 'piramide-type', ruime degelijke woningen met zware casco's die minstens tweehonderd jaar mee moeten.

Kringloophuis

Verrassend genoeg levert dit laatste type de economisch gunstigste exploitaitie op. De in Nederland gebruikelijke sociale woningen zijn na vijftig jaar praktisch onbruikbaar en kunnen alleen tegen bijzonder hoge kosten opnieuw voor bewoning of andere functies geschikt gemaakt worden. Het kringloophuis valt door zijn korte levensduur zelfs nog duurder uit. En wat aanvankelijk het duurst lijkt, de ruime woning met een grote entrees en een zwaar casco, blijkt uiteindelijk het goedkoopst. De belangrijkste oorzaak hiervan is dat de grote ruimten en zware constructies van de 'pyramidewoningen' het gebruik voor andere functies vergemakkelijken.

Modernistische architecten hielden (en houden) het adagium 'form follows function' hoog, maar een gebouw dat met zo weinig mogelijk middelen en kosten heel precies op één functie is toegesneden, blijkt uiteindelijk duur te zijn. 'Zuinigheid en monofunctionaliteit blijken te leiden tot dure en, zoals we in de naoorlogse wijken zien, ook tot lelijke, onaantrekkelijke gebouwen. Soberheid en doelmatigheid leveren kortom geen meerwaarde op', schrijft Bijdendijk dan ook. Sterker nog: 'De sober en doelmatig gebouwde woning was bedoeld voor lage inkomens. Nu blijkt dat deze woning in exploitatie duurder is dan de duurzame woning. We hebben al die mensen met lage inkomens al die jaren te veel laten betalen door een, weliswaar goed bedoeld, maar zoals nu blijkt volstrekt verkeerd gekozen uitgangspunt. (...) Sober en doelmatig bouwen houdt de armen arm.'

Het verlangen naar romantische architectuur en Duurzaamheid loont laten slechts één conclusie toe: traditionalistische architectuur heeft de toekomst. Bewoners geven de voorkeur aan degelijke, ruime huizen met versieringen en aangezien deze economisch gezien het rendabelst zijn, zullen ook steeds meer opdrachtgevers hieraan de voorkeur geven. De enigen die nog terugdeinzen voor traditionalisme zijn de Nederlandse architecten: zij laten het ontwerpen van de classicistische wooncomplexen nu nog liever over aan buitenlandse architecten. Maar ook zij zullen vroeg of laat door de tucht van de markt ongetwijfeld tot een retour à l'ordre worden gedwongen.