Verschuiving bij ICI van bulk naar eindproducten

Het Britse Imperial Chemical Industries verandert in hoog tempo om de winstgevendheid op te voeren.

LONDEN, 6 FEBR. Het chemieconcern ICI, met 67.489 werknemers actief in vijftig landen, maakt een metamorfose door: van bulkproductie naar specialiteiten en eindproducten die veel winstgevender zijn. In een ongekend tempo worden bedrijven afgestoten en nieuwe weer aangekocht, zoals afgelopen jaren de chemiepoot van Unilever.

Tegelijk wordt er drastisch gereorganiseerd om op kosten te besparen. Voor het personeel, ook de 2.670 medewerkers in Nederland, betekent dat een cultuuromslag: meer flexibiliteit en eigen verantwoordelijkheid. Net als bij andere grote concerns is de tijd van de 'vaste baan voor het leven' voorbij. Want ICI, in 1926 opgericht om een Brits tegenwicht te bieden aan de Duitse hegemonie op chemisch terrein en explosieven, zal zich in zijn veranderingsproces blijven richten op activiteiten met toekomst die hun bestaan slechts ontlenen aan een goede concurrentiepositie.

“Over vijf jaar is de huidige chemische industrie niet meer herkennen”, zegt bestuursvoorzitter Charles Miller Smith, die gisteren tegenvallende jaarcijfers presenteerde. “Alleen al in de afgelopen twaalf maanden hebben we meer veranderingen gezien dan gedurende de laatste veertig jaar.”

Omdat ICI in 1997 voor 16 miljard gulden bedrijven aankocht (van Unilever) en voor 11 miljard desinvesteerde - waarbij flinke schulden werden gemaakt - zijn de resultaten van vorig jaar moeilijk met die van 1996 te vergelijken. De concernwinst werd vooral gedrukt door de hoge koers van het pond sterling (190 miljoen pond) en de lage productprijzen op de wereldmarkt (250 miljoen pond).

ICI is nog gevoelig voor de cyclische beweging van prijzen en grondstoffenkosten door forse belangen in de zogenoemde bulkchemie met een lage toegevoegde waarde. Het recept van Miller Smith om daarin verbetering aan te brengen: “We werken aan een veel 'lichtere' portefeuille van producten. Een verschuiving naar speciale chemicaliën, zoals we van Unilever hebben overgenomen, en naar halffabrikaten en eindproducten met een veel hogere toegevoegde waarde en winstgevendheid. Dat is een strategische verandering waar we middenin zitten. De nieuwe portefeuille zal steeds meer in het teken staan van kennis en ervaring en minder druk op het kapitaal leggen.”

Miller Smith heeft zich als doel gesteld het rendement op geïnvesteerd vermogen op 20 procent te brengen, maar dat cijfer werd vorig jaar alleen op de duurste productgroepen bijna gehaald: 19 procent. Het gemiddelde rendement was 10,8 procent. In het bovenste 'lichtere' deel van de portefeuille nemen de vier voormalige Nederlandse bedrijven van Unilever met hun buitenlandse vestigingen een belangrijke plaats in, en daarover is de ICI-directie zeer tevreden: “Deze acquisitie voldoet volledig aan onze verwachtingen en verbeterde de winst op onze kernactiviteiten.” Een recordresultaat werd vorig jaar bereikt in de sector lakken en verven. Ook met halffabrikaten voor de kunststofindustrie, isolatieschuim, perspex en plastic verpakkingen werden margeverbeteringen geboekt.

ICI's omzet steeg in 1997 nog met 3 procent tot ruim 11 miljard pond sterling (37,3 miljard gulden), maar de nettowinst daalde met 32 procent tot 240 miljoen pond (808,8 miljoen gulden). Miller Smith wil die situatie snel verbeteren: “Ons doel is een jaarlijkse groei met 7 tot 8 procent en winstmarges van twee cijfers. Als wij onze portefeuille dit jaar weten te saneren, lijken die getallen haalbaar.”

Vorig jaar stonden tegenover de overname van Unilever-chemie de verkopen van ICI-Australië (3,5 miljoen gulden), de productiefabrieken voor polyesther en tioxide in diverse landen (6 miljard), een deel van de productie van kunstmest (0,6 miljard) en explosieven (1 miljard). Per saldo groeide het aantal werknemers bij ICI met enkele duizenden.

ICI wil nu nog af van zijn petro-chemische activiteiten, zoals bulkproductie van de grondstof etheen voor de kunststofindustrie, derivaten, de productie van chloor en fluorcarbonaten en de nog resterende productie van kunstmest en explosieven. “Het komende halfjaar kunt u meer aankondigingen van wijzigingen verwachten”, aldus Miller Smith.

Ook komt het belang van ICI in de pvc-producent EVC die aan de Amsterdamse beurs is genoteerd in de verkoop “zodra we daarvoor een goede prijs kunnen maken”. In Nederland behoren de overgebleven fabrieken allemaal tot de kernactiviteiten, zodat hier geen desinvesteringen meer worden verwacht.