Variëteit van filmaanbod maakt debat moeilijk

ROTTERDAM, 6 FEBR. De enorme omvang van het aanbod op het International Filmfestival Rotterdam maakt de kans klein dat een festivalganger dezelfde films gezien heeft als jij. Er zijn genoeg controversiële films te vinden, maar het debat tussen de bezoekers beperkt zich veelal tot films die vooraf veel publiciteit kregen, zoals Michael Haneke's Funny Games, en de veertien films in de competitie om drie Tiger Awards, die zo'n beetje de harde kern van het programma uitmaken.

Na er tien van die veertien te hebben gezien, springen er voor mij een stuk of vier uit boven de middelmaat: Who the Hell is Juliette? van de Mexicaan Carlos Marcovich, het Amerikaanse First Love, Last Rites van Jesse Peretz, Die Siebtelbauern van de Oostenrijker Stefan Ruzowitzky en Knoflikari van de Tsjech Petr Zelenka. Over dit lijstje bestaat tamelijk veel overeenstemming, al schijnt de jury ook enthousiast te zijn over het Italiaanse Giro di lune tra terra e mare van Giuseppe Gaudino. Zeer verdeeld wordt geoordeeld over mijn persoonlijke favoriet, Marie Baie des anges van de Franse debutant Manuel Pradal: er valt ook slecht over te discussiëren, want de film roept zulke sterke reacties op dat die positieve of negatieve gevoelens zich nauwelijks laten amenderen.

Ik wil dus geen kwaad woord horen over deze tot in de puntjes beheerste eerste film van de 30-jarige Pradal uit Montpellier, die zijn mythische vertelling over engelen en haaien, over een 14-jarig meisje dat het Goede zoekt, maar liever verleid wordt door het Kwaad en over in het wit geklede Amerikaanse musicalmatrozen (zó weggelopen uit Jacques Demy's Lola of uit On the Town) situeerde aan de Côte d'Azur. Zoals alles in Marie Baie des Anges lijkt dat landschap wel een beetje op de realiteit, maar is het vooral een kunstmatig filmparadijs, waar een dromerig strand grenst aan een Amerikaanse marinebasis, het Carltonhotel in Cannes, de Grand Prix van Monaco en het stadion van Olympique Marseille. Het wervelende camerawerk, rijdend en glijdend, spelend met scherp en onscherp riep bij mij van de eerste tot de laatste minuut verrukking op, maar ik ken ook kijkers die er zeeziek van werden. Pradal is niet een van die talrijke jonge Franse filmmakers die een sympathiek debuut maken over jeugdige criminelen in de provincie, maar verwerkt hetzelfde thema tot een echte, verwarring zaaiende auteursfilm in de trant van Jean Vigo, Robert Bresson of Jean-Luc Godard. Er is in tijden niet meer een filmdebuut geweest dat me zo nieuwsgierig maakt naar de volgende film, al was het maar om vast te stellen of deze explosie van talent eenmalig zal blijken.

Niet alleen de kwaliteit van het competitieprogramma in Rotterdam is hoog dit jaar. Wie de juiste keuzen heeft gemaakt en een beetje geluk heeft bij het reserveren, kan er het beste zien wat andere festivals het afgelopen jaar boden: East Palace, West Palace van Zhang Yuan, Hana-bi van Takeshi Kitano, The Sweet Hereafter van Atom Egoyan, Unagi van Shohei Imamura, Winterschläfer van Tom Tykwer, The River van Tsai Ming-liang en Gummo van Harmony Korine. Over dit lijstje zou consensus onder professionele filmkijkers kunnen bestaan, maar het Rotterdamse publiek plaatste geen van die titels bij de eerste tien in de tussenstand van de publieksprijs. Zo wordt de keuze dus alleen maar groter in dit frustrerende Luilekkerland van de film.