Thriller voor het kind

Abbing & Van Cleeff: De zwarte rugzak. Uitg. Leopold, 147 blz. ƒ 29,90

Een schurk in een kinderboek is vaak een schurk op kindermaat, die kinderschurkenstreken uithaalt. Of hij is potsierlijk en overdreven, niet iemand om bang voor te zijn, zelfs niet eens bestaanbaar. De schurk uit De zwarte rugzak, het tweede boek van Abbing & Van Cleeff is wel bestaanbaar. En hij is ook om bang voor te zijn. Hij is bloedstollend.

In het vorige boek van Abbing & Van Cleeff, Struisvogelkoorts, was het kwaad een samenzwering die ontrafeld moest worden, in dit boek is het kwaad een man. Een ziekelijk jaloerse man die een levensgevaarlijke psychopaat blijkt te zijn. De kinderen zijn met zijn vijven. Ze hebben per ongeluk de rugzak van de man meegenomen met daarin zijn kaart. Ze denken leuk een beetje te gaan spoorzoeken door de kruisjes die de man op de kaart heeft gezet op te zoeken. Dat geeft een doel, nu ze besloten hebben, vlak voor ze de bus in zouden stappen die hen naar het Franse zomerkamp moest brengen, dat ze geen zin hebben in een kamp.

Dit boek is een 'jeugdthriller', maar ook wie de kinderleeftijd al lang voorbij is wordt behoorlijk gethrilld. Dat wordt al snel bereikt door een eenvoudige truc. De aandacht van het boek richt zich op de kinderen: de lezer ligt naast hen in het warme Franse gras, eet hun ijsjes, bibbert mee in het ijskoude rivierwater en luistert naar hun kampvuurgesprek. Het perspectief is het gezamenlijke kinderperspectief. Maar ineens weet de lezer iets wat hem de rillingen over de rug doet lopen. Want plotseling staat er een korte cursieve passage: “Behoedzaam volgt de man het pad langs de donkere rivier. (-) De man kan de kinderen niet goed zien, maar hij weet dat ze er zijn. Hij kan ze net verstaan. Hij wacht.” Vanaf dat moment ligt er een dreiging over die zo zorgeloos redenerende en deducerende kinderen.

Op het moment dat we te horen krijgen dat deze man de mooie en aardige bakkersvrouw te pakken heeft genomen en haar gezicht met een mes heeft toegetakeld ligt de lezer geen moment meer rustig in zijn slaapzak en smaakt het stokbrood hem ook niet meer. De lezer denkt aldoor: 'kinderen maak je toch uit de voeten.' Maar het wordt steeds duidelijker dat er meer gered moet worden dan alleen die kinderen, zo dat dat uit de voeten maken geen zin heeft. Hier moet iets opgelost worden, niet alleen maar iets ontvlucht.

Is dit dan eigenlijk een volwassenen-thriller met alleen maar toevallig kinderen in de hoofdrol? Nee. Er is aandacht voor van alles waar kinderen aandacht voor hebben, het boek is niet alleen maar een raadsel dat zich op moet lossen. Het is ook een boek, met ruzies, met zweterig lopen, met bang voor onweer, met dertienjarig gedweep met een volwassen beeldhouwer. Alleen het kwaad is zo eng, zo volwassen eng, zo levensgroot eng.

Het kwaad is ook literair. Zowel de beeldhouwer met de bedweepbare handen en ogen als de jaloerse beeldenvernietiger leest hartstochtelijk Dante's Divina Commedia. 'Weten Hollandse dames wie Dante is?' Nee, maar daar komen Hollandse dametjes en heren snel achter. Ze moeten regels als: 'En de vorst deed zijn tranen bevriezen' heel letterlijk nemen om een dode te voorkomen. Ze moeten leren beeldspraken te begrijpen, ze moeten het gezicht van de jaloezie leren kennen - en dat is een naar gezicht. En lezers moeten aanwijzingen leren zien - al die hagedissen, al die duiveltjes, de zelfmoordenaars die tot bomen worden: 'Zó kwamen uit de afgescheurde tak tegelijk woorden en bloed.'

Uiteindelijk blijft het aantal doden beperkt tot de lievelingskat, anonieme hagedissen en een zelfmoordenaar. Maar het heeft op sommige momenten niet veel gescheeld en we wisten allemaal, kinderen en lezers, dat het kwaad bereid en in staat was tot het uiterste te gaan.

Het enige wat verbazing wekt is dat de kinderen bij zoveel dreiging toch betrekkelijk onaangedaan blijven. Een dertien- en een veertienjarige jongen die naar buiten gaan, een donkere bossige tuin in waar ze zojuist een man in hebben zien rondsluipen van wie ze weten dat hij gewelddadig is - dat zijn wel erg dappere jongens. En het kleine kereltje dat maar ternauwernood aan de moordenaarshand ontsnapt, is ook opmerkelijk weinig overstuur. Hij is wel bang, ook daarna nog, maar toch. Ik was banger dan die kinderen geloof ik. Wel prettig bang. Misschien worden Abbing & Van Cleeff wel de Sjöwall & Wahlöö van de jeugdthrillers. Misschien zíjn ze dat al.