Starr zoekt gestaag verder naar bewijzen

Monica Lewinsky zou volgens Amerikaanse media bereid zijn te getuigen dat ze een seksuele verhouding had met president Clinton, maar niet dat hij haar heeft aangezet om te liegen.

WASHINGTON, 6 FEBR. Achter gesloten deuren werkt onafhankelijke aanklager Kenneth Starr gestaag verder aan zijn onderzoek naar president Clinton en Monica Lewinsky. “Er zit veel schot in de zaak en we hebben aanzienlijke vooruitgang geboekt”, zei hij gisteren tegen journalisten.

Clinton sprak nogmaals tegen dat hij een verhouding met de voormalige stagiaire heeft gehad en dat hij haar heeft aangespoord om daarover onder ede te liegen. Toen hij gisteren samen met de Britse premier, Blair, in het Witte Huis poseerde voor fotografen, antwoordde de president op vragen over de kwestie: “Ik heb al gezegd dat de beschuldigingen niet waar zijn.”

Nog altijd onderhandelen de advocaten van Lewinsky met aanklager Starr over vrijstelling van rechtsvervolging voor hun cliënt, in ruil waarvoor zij volledige opening van zaken zou geven. Lewinsky heeft Starr via haar raadslieden laten weten wat ze in dat geval zal zeggen, maar Starr vreest dat ze niet het achterste van haar tong laat zien. Gisteravond gaf de aanklager een schriftelijke verklaring uit dat hij “zonder haar persoonlijk te spreken redelijkerwijs niet kan bepalen of ze de waarheid vertelt”.

Volgens verschillende Amerikaanse media is Lewinsky wel bereid te getuigen dat ze een seksuele verhouding met de president had, maar niet dat hij haar heeft aangezet om te liegen. De president en zijn vriend Vernon Jordan zouden haar hebben aangespoord om vragen over de verhouding “ontwijkend” te beantwoorden.

Intussen verhoren Starr en zijn staf een lange reeks getuigen uit Clintons directe omgeving, die mogelijk licht kunnen werpen op de vermeende verhouding van de president met Lewinsky. Gisteren werd onder anderen John Podesta, plaatsvervangend stafchef van het Witte Huis, verhoord voor een grand jury. Deze kamer van onderzoek moet bepalen of er voldoende bewijs is om een strafzaak te beginnen. De zittingen van een grand jury, die bestaat uit 23 burgers, zijn geheim en worden geleid door de aanklager of een van zijn assistenten. Wie verhoord wordt moet zijn advocaat op de gang achterlaten, maar mag het verhoor op elk moment onderbreken voor overleg met de raadsman.

Een van Clintons persoonlijke bedienden is al twee keer voor de grand jury verschenen. Ook twee andere bedienden en Clintons persoonlijke secretaresse Betty Currie zijn verhoord, net als Podesta's voorganger Evelyn Lieberman, Clintons voormalige adviseur George Stephanopoulos en ten minste twee voormalige stagiaires. Starr zou van plan zijn om ook beveiligingsagenten van het Witte Huis te verhoren, maar Clintons advocaten proberen dat te verhinderen.

Secretaresse Betty Currie (58) lijkt een belangrijke getuige voor Starr te zijn. The New York Times meldt vandaag dat Currie heeft getuigd dat president Clinton haar, nadat hij op zaterdag 17 januari was verhoord door de advocaten van Paula Jones, opbelde om de volgende dag naar het Witte Huis te komen. Daar zou hij met haar hebben doorgenomen wat hij onder ede over zijn verhouding met Lewinsky had verklaard. Hij zou zijn verslag hebben verwoord in vragen als: We waren nooit alleen, ok?

Volgens de krant heeft Currie aan Starr ook cadeautjes overhandigd, die Clinton aan Lewinsky gegeven zou hebben, onder meer een hoedenspeld, een broche en een jurk. Toen Lewinsky eind december door de advocaten van Paula Jones per gerechtelijk bevel werd opgedragen om geschenken van de president over te dragen, zou ze daar met Clinton over gesproken hebben. Clinton zou haar gezegd hebben dat ze niet iets kon overdragen dat ze niet had, waarna Currie de cadeautjes bij haar zou hebben opgehaald.

Currie geldt als een diep religieuze vrouw en een trouwe Democraat, die verscheurd wordt door haar loyaliteit aan president Clinton en de noodzaak om te vertellen wat ze weet. Clintons vertrouweling Vernon Jordan heeft verklaard dat hij werk voor Lewinsky is gaan zoeken op verzoek van Currie. Bij veel van de 37 bezoeken die Lewinsky aan het Witte Huis heeft gebracht sinds ze daar niet meer werkte, gaf Currie de beveiligingsdienst toestemming haar binnen te laten. Currie zou verklaard hebben dat ze niet weet of Clinton en Lewinsky een verhouding hadden.

Een van Clintons voornaamste vertrouwelingen in het Witte Huis, Bruce Lindsey, is ook gedagvaard om voor de grand jury te getuigen. Lindsey, die sinds Clinton in 1992 zijn eerste campagne voor het presidentschap voerde nauwelijks van zijn zijde is geweken, geldt als de man die alle geheimen kent. Het Witte Huis overweegt om, als Lindsey ondervraagd wordt, een beroep te doen op het zogeheten 'executive privilege', het recht van de uitvoerende macht om in het landsbelang bepaalde informatie geheim te houden. Met dat recht in de hand zou het Witte Huis met name de vertrouwelijkheid willen beschermen van de gesprekken die Clinton met zijn adviseurs voerde na afloop van zijn verhoor door de advocaten van Paula Jones, op 17 januari. In dat verhoor zou Clinton onder ede hebben ontkend dat hij een verhouding met Lewinsky heeft gehad.

Maar juristen betwijfelen of Clinton in dit geval een beroep op het vaag omschreven executive privilege kan doen. Bovendien is het een politiek riskante manoeuvre, die de indruk kan wekken dat de president iets te verbergen heeft. Het brengt ook in herinnering hoe president Nixon, voor hij door het Watergate-schandaal moest aftreden, tevergeefs een beroep op hetzelfde recht deed om zijn befaamde bandopnamen geheim te houden.

Gevraagd of hij voor sommige medewerkers een beroep zou doen op het executive privilege, zei Clinton gisteren: “Laat me eerst duidelijk maken dat we vier jaar lang onze medewerking hebben verleend [aan het onderzoek, red.], op een uitputtende manier. Voorzover ik weet is de vraag nu hypothetisch. Maar als hij zich aandient, zal ik de aanbeveling van de juridische adviseur van het Witte Huis over de verantwoordelijkheden van het presidentschap afwachten, om daarna een besluit te nemen.”

Premier Blair, die de indruk wekte enigszins in verlegenheid gebracht te zijn door de directe vragen die de pers aan Clinton stelde, prees de president voor zijn weigering om “afgeleid te worden van zijn aandacht voor wat ik noem het grote plaatje”.

Aanklager Starr, die vanwege zijn agressieve onderzoeksmethodes aan groeiende kritiek blootstaat, probeerde gisteren tegenover journalisten zijn handelwijze te rechtvaardigen. “We werken volgens het boekje”, zei hij. Hij wees erop dat minister van Justitie Janet Reno hem heeft opgedragen “zeer ernstige aantijgingen te onderzoeken: mogelijke obstructie van de rechtsgang, intimidatie van getuigen en aanzetten tot meineed. We willen de waarheid en de hele waarheid”, aldus Starr.

Een Democratisch lid van het Huis van Afgevaardigden, John Conyers van Michigan, zei dat hij minister Reno officieel zal vragen om na te gaan of Starr zijn boekje te buiten is gegaan, door geheime informatie uit zittingen van de grand jury te laten uitlekken naar de pers, of door getuigen onder grote druk te zetten.