Soms is een lui oog voldoende; Nieuwe Nederlandse kunst in De Appel

De actuele kunst lijdt aan een letterlijkheid die weinig aan de verbeelding overlaat. Hartstocht en radicaliteit ontbreken en toch zijn er uitschieters op de groepstentoonstelling met nieuwe Nederlandse kunst in De Appel in Amsterdam, zoals het videowerk van Yvonne Fontijne.

Unlimited.nl; De Appel, Nieuwe Spiegelstraat 10 Amsterdam. Tot 22 maart.

Een van de kunstwerken op de tentoonstelling Unlimited.nl is een brief. Hij kan bij de receptie van De Appel worden opgehaald en behoort door de bezoeker pas bij thuiskomst te worden gelezen. In de brief klaagt kunstenaar Sjaak Langenberg. Over het onvermogen van de kunst om de afstand die hij voelt tussen zichzelf en de anderen te overbruggen. De kunst blijft, als verlengstuk van hemzelf, een ondoordringbare geheimtaal.

Van die geheimtaal is de brief een illustratie. Steeds weer draait het krullerige taalgebruik in zichzelf vast, niet omdat de schrijver dat zo bedoelt, maar omdat hij tot niet meer in staat is. Langenberg krijgt zijn gedachten niet helder omdat hij zo verbeten probeert literatuur te maken.

Toch figureert Langenberg op deze tentoonstelling van nieuwe Nederlandse kunst niet als schrijver maar als beeldend kunstenaar. Dat betekent per definitie dat literaire criteria niet of nauwelijks op hem van toepassing zijn: beeldende kunst is geen literatuur, al kan ze zich wel als tekst voordoen. Ze is tekst zoals ze ook behang kan zijn, of het copyright-teken of een bloemenslinger, dat wil zeggen ze neemt de gedaante van die dingen aan. Maar haar betekenis overstijgt die basis vele malen. Tenminste, die ambitie mogen we veronderstellen.

Ik zeg dat erbij omdat de beeldende kunst, als ze geen schilderkunst is, vaak een beroep doet op de goodwill van de beschouwer. Deze moet bereid zijn te geloven dat achter bespijkerde poppenkoppen of opgestopte panty's wel eens een idee kan zitten dat diep ingrijpt op zijn beeld van de wereld of van zichzelf. Zelfs museumdirecteuren brengen dat niet altijd op.

Die bereidheid wordt vooral getest als het om kunst van jonge, onbekende kunstenaars gaat. Meestal krijg je op een groepstentoonstelling maar een of twee werken van hen te zien waaruit je een hele artistieke denkwereld moet distilleren. Wanneer, zoals recentelijk bij de expositie van Gemeente-aankopen in het Stedelijk Museum, de presentatie dan liefdeloos en chaotisch is, is dat vrijwel onmogelijk.

Zwemmen

Maar zelfs als het werk met zorg wordt gepresenteerd, zoals nu in De Appel in Amsterdam, is een of andere vorm van introductie geen luxe. In dit geval is die alleen voor de pers gereserveerd. De overige bezoekers moeten het doen met een A 4tje. Daarin wordt het werk van de kunstenaars in een paar woorden ondergeschikt gemaakt aan wat typerend zou zijn voor Unlimited.nl: 'het samengaan van het fysieke en het efemere en het in elkaar overlopen van zintuigelijke en mentale gewaarwordingen.' Om bij die woorden nog enige nieuwsgierigheid te voelen naar de jongste Nederlandse kunst, moet je een liefhebber zijn van zwemmen in de winter.

Voor Langenberg, zo heb ik mogen lezen, is schrijven zijn manier om uitdrukking te geven aan 'een unieke opvatting van ruimte'. Ruimte is voor hem tekst, evenals architectuur en kunst. Die herschrijft hij met, let wel, 'ongebruikelijke materialen als papier, tekst en natuurlijk gedachtengoed'. Deze tentoonstelling heeft hij middels zijn brief 'herschreven', niet precies en niet helder, maar zwaarwichtig en bombastisch.

Ideeënkunst, want daar valt het werk van Langenberg onder, heeft geen stevige traditie in de Nederlandse kunst en zakt gewoonlijk weg in zwarte gaten van taal. Toch hebben kunstenaars als Wim T. Schippers, Ger van Elk en Stanley Brouwn hier ooit laten zien dat ideeënkunst licht en radicaal tegelijk kan zijn, radicaler zelfs dan welke kunstvorm ook.

Maar dat was in de jaren zeventig en hoe populair die tijd nu ook is, het woord radicaliteit is vreemd geworden in de Nederlandse kunst. Ook op deze tentoonstelling zul je niets radicaals vinden. Wanneer dit het nieuwe talent van Nederland is, dan kan het omschreven worden als gematigd in zowel zijn lyriek als zijn pathos, persoonlijk maar toch gevoelig voor wat internationaal speelt en gecontroleerd, zelfs in zijn uitschieters.

Bij die uitschieters is het videowerk van Yvonne Fontijne. De beelden die direct op de muur zijn geprojecteerd, tonen vormen die als cellen in een laboratoriumbakje aan elkaar klitten, splijten, zich losmaken en weer in elkaar oplossen volgens gecompliceerde ritmische patronen. Het ballet dat ze uitvoeren is een werkelijk ballet van de choreografe Karin Post, alleen zijn de lichamen van de dansers via de computer gereduceerd tot half- of zwak doorschijnende, ronde of vierkante vormen. Fontijne, die zich inderdaad voor fysica interesseert, heeft zo haar verbeelding van moleculaire bewegingen gekoppeld aan de georkestreerde bewegingen van het menselijk lichaam. Het is de zwaarte fijnstoffelijk gemaakt en de schoonheid wetenschappelijk.

Wat Fontijne schijnbaar moeiteloos lukt, wetenschappelijke ideeën en geavanceerde techniek in dienst stellen van de verbeelding, knarst en hapert bij de video van Arthur Elsenaar. Elsenaar gedraagt zich als wetenschapper. Hij heeft zijn gezicht voorzien van elektronische bedrading die wordt geactiveerd door elektronische geluiden, opgeroepen door de computerlinguïst Remko Scha. Iedere impuls werkt op een of ander gezichtsspiertje wat volgens het persbericht 4096 uitdrukkingen van het gezicht oplevert. Is dat veel is of is dat weinig? Als het gezicht de spiegel is van de ziel, is het nog maar een begin en zou Elsenaar, om verder door te dringen, ook zijn verbeelding in moeten schakelen.

Hartstocht

Veel actuele kunst lijdt aan een letterlijkheid die weinig aan de verbeelding over laat. Ook bij Unlimited.nl laten de ideeën zich niet zelden met een lui oog lezen. De prikkels moeten dan komen van uitgekiende combinaties, zoals Paul de Reus met Machiel van Soest en Barbara Guldenaar met Elka Oudenampsen. Stuk voor stuk zijn het bekwame kunstenaars, maar verrassen doen ze niet. Daarvoor is hun thematiek, de menselijke conditie, te zeer op de trend toegesneden, en hun aanpak te weinig gepassioneerd. Van Soest schildert de huid van een schilderij als een echte huid of transparant als een lijkwade en De Reus hakt een ouder, bril dragend echtpaar naakt uit in hout. Waarom? Welke noodzaak, hartstocht, ambitie voelden zij om op de mode in te gaan? Het blijven vragen. Geen moment wordt de geschilderde huid een levend vlies, of wordt het echtpaar meer dan een stel malle poppen, zodat de aandacht al snel naar de techniek afdwaalt. En verwaait.

De schilderijen van Oudenampsen tonen de menselijke figuur als een samenraapsel van brokkelige en stakerige stukken steen of hout, met een ronde knop als hoofd. De figuur bevindt zich in een onbestemd landschap waar soms 'planten' in groeien, puntig en scherp als steekwapens. Het zijn strenge schilderijen met een onderkoeld pathos, wat past bij de thematiek, en toch ontbreekt net dat extra dat de verstening werkelijk doet voelen, misschien omdat Oudenampsen te veel de kilheid als kil wil schilderen.

Guldenaar zoekt het juist in de suggestie van warmte en bescherming. Zij maakt van oude dekens trappelzakachtige omhulsels met uitstulpingen, snedes en gaten, voor grote en kleine mensen. Ze liggen op de grond, of hangen op knaapjes aan de muur, wachtend of achtergelaten als een oude huid. Ze doen hun best te ontroeren, en af en toe lukt dat ook, zoals bij twee trappelzakjes als kindersarcofagen. Maar de ontroering glijdt ook snel weer weg omdat iets ontbreekt dat diep op je insnijdt, een schrijnen dat de zachte deken tot een verlangen maakt.

De metamorfose van een materiaal in een emotie is een van de grote mysteries van de beeldende kunst. De aard van die emotie kan zelfs totaal tegengesteld zijn aan de aard van het materiaal. Neem de lage, open 'zuil' van pannensponsmateriaal die Dianne Hagen heeft gemaakt. Filigrain wordt het, een fijnzilverige verleiding dankzij kleine kerstboomlampjes die er zorgvuldig in zijn gehangen, en tegelijk scheppen de scherpe randjes afstandelijkheid. Kwetsbaar maar onaanraakbaar is ook wat ik maar de 'ruggengraat' zal noemen, een met lucht gevulde, transparant plastic buis die als een omgekeerd vraagteken vrij in de ruimte hangt. Een lange, witte flap van siliconenkit slingert zich er omheen, glimmend als een laag vochtig kauwgum. Bij de tactiele ervaring van stoffen voegt Fransje Killaars de kleur. In een hoge, vierkante tent van gekleurd, doorzichtig gaas heeft zij smalle stapelbedden gezet. Het zacht getinte gaas zorgt voor diffuus licht waaronder de felkleurige kussens en opgevouwen dekens die hier en daar op de bedden liggen, als mooie beloftes opgloeien. Unlimited.nl zou niet unlimited zijn als er geen seks aan te pas kwam, want seks, zelfs als er grappen over worden gemaakt, staat in de kunst voor het ongebreidelde drama van de seksen en het geïsoleerde individu. Voor Yael Davids is dat een reden om het vrouwelijk geslacht 'tot object te maken' en zich zo te verkleden en voorover te buigen dat het uit het boord van een mannelijk overhemd piept. Arno Nollen ontfermt zich over het mannelijk geslacht. Hij toont een videoband waarop twee mannelijke onderlijven non stop met volstrekt mechanische, anale seks bezig zijn. Er horen drie grote, kitscherige kleurenfoto's bij van een overdreven schoongeboende jongeman in een satijnen overhemd en een steeds weer opnieuw beginnende song van de Back Street Boys.

'Modern gevoel' heet deze installatie en dat gevoel is samengesteld uit de hitsige sfeer van de homo-dancing, de voortdurende zucht naar snelle seksuele bevrediging en de romantisering daarvan. Die sfeer heeft Nollen perfect getroffen, koel en precies, zonder te oordelen en met weinig middelen.

De doeltreffende eenvoud, die zo kenmerkend is voor de beste werken op deze tentoonstelling, krijgt bij een video van Fiona Tan een meditatieve waarde. Roerloos, in zichzelf gekeerd maar aandachtig, staat zij in de Leidsestraat terwijl om haar heen mensen, fietsers en trams in razende vaart voorbijschieten. Prachtig dichterlijk wordt ze met een filmloop waarbij een vrouw achter de ramen van een bovenhuis in een volksbuurt grote gebaren maakt die zowel zemen als schrijven betekenen. Maar de brief die ze ononderbroken schrijft, is vervaagd voordat hij ons bereikt.