Raadswerk en baan gaan moeilijk samen; Lage plaats schaadt maatschappelijke carrière

Politieke partijen hebben zich veel moeite getroost kandidaten te recruteren uit het bedrijfsleven voor de gemeenteraadsverkiezingen. Succes was niet verzekerd.

ROTTERDAM, 6 FEBR. “Ik zal een frisse wind laten waaien door Amsterdam. Dat staat als een paal boven water.” H. Grifhorst, middenstander en kandidaat-raadslid voor de PvdA in Amsterdam, kwam de afgelopen jaren zo vaak aanzetten met nuttige ideeën dat de fractie in de gemeenteraad hem ten sterkste aanbeval bij de kandidaatstellingscommissie van de hoofdstedelijke PvdA.

Grifhorst is beschikbaar. Als eigenaar van drie winkels in kinderkleding in Amsterdam kan hij zelf zijn tijd indelen. Maar hij is een van de weinigen, zo leert de ervaring van de partijen die meedoen aan de komende gemeenteraadsverkiezingen op 4 maart.

Niet zelden haken kandidaten af omdat ze het raadswerk niet met hun baan denken te kunnen combineren. En hun werkgevers weigeren vrijstelling om het tijdrovende raadswerk te kunnen verrichten. Van een wettelijke terugkeerregeling, zoals voor ambtenaren, is geen sprake, en wie overstapt, al is het maar gedeeltelijk, kan er ook in salaris op achteruit gaan.

Het gevolg is dat de gemeentebesturen, net als de provinciebesturen en het landsbestuur, worden bevolkt door ambtenaren en schoolmeesters, zo stelde de werkgeversorganisatie VNO/NCW enkele maanden geleden na onderzoek vast. Van alle Nederlanders die in staat zouden zijn een politieke functie te vervullen heeft 52 procent een achtergrond in een onderneming, zo bleek uit het onderzoek. Maar in politieke organen blijven ze in de minderheid. In gemeenteraden is hun aandeel met 39,8 procent nog relatief groot vergeleken met Provinciale Staten (29,5 procent) en Tweede Kamer (20,8 procent).

“Je kunt er vergif op innemen dat na de gemeenteraadsverkiezingen bepaalde groepen weer oververtegenwoordigd zijn. Voor de legitimatie van het gemeentelijk bestuur is dat niet goed”, zegt P. Dordregter, directeur van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Hij wijst erop dat jaren geleden de honorering van raadsleden werd verbeterd, zodat werknemers tijd bij hun baas konden vrijkopen. Maar daar komt niet zoveel van terecht. Dordregter: “Het bedrijfsleven pakt zijn verantwoordelijkheid te weinig op. De werkgevers zouden naar hun achterban meer moeten uitstralen dat ze er belang bij hebben om zich politiek te manifesteren.” De VNG roept bedrijven op om belemmeringen weg te nemen voor werknemers die aan politiek willen doen, en politiek werk te stimuleren.

Met name in de grote steden vinden partijen het belangrijk raadsleden te vinden die vanuit een bedrijfseconomische achtergrond weerwerk kunnen geven aan de vloed van informatie die het ambtelijk apparaat over hen uitstort. “Als je een mening hebt, hou daar dan stug aan vast en wees bestand tegen de druk van ambtenaren.” Dat is volgens voorzitter E. Janse de Jonge van het CDA in Den Bosch een van de belangrijkste eigenschappen die een raadslid moet hebben.

Een loopbaan in het bedrijfsleven kan daarbij dienstig zijn. De Rotterdamse VVD is er “trots” op een aantal mensen uit het bedrijfsleven te hebben gevonden die van de hoed en de rand weten. “Het is geen geheim dat wij vinden dat wij in de gemeenteraad de afgelopen periode bepaalde kwaliteiten misten. Er was te weinig gewicht om de dichtgeslibde PvdA-cultuur te doorbreken”, zegt VVD-voorzitter A. van Leeuwen uit Rotterdam. VVD-lijsttrekker is W. van der Stek, voormalig directeur van een transportbedrijf en thans partner in een maatschap van consultants op het gebied van transport en logistiek. Binnenkort verhuist hij van Zeewolde naar zijn geboortestad Rotterdam.

Volgens Van der Stek, die behalve managementskwaliteiten ook ruime bestuurlijke ervaring heeft, kan het bedrijfsleven zich niet veroorloven uit de politiek weg te blijven. “Politici hebben vaak geen enkel benul van wat er speelt in ondernemingen”, zegt Van der Stek. “Bij discussies worden ze weggehoond, omdat ze de taal van het bedrijfsleven niet spreken. Daarom moet je zorgen dat je erbij komt. Ik weet ook dat veel werknemers de drinkbeker liever aan zich voorbij zien gaan, omdat ze bang zijn hun job kwijt te raken, omdat ze een hoge hypotheek hebben of bezig zijn met de opbouw van hun carrière. Toch heb ik zelf bestuurlijk werk er lange tijd naast kunnen doen.”

Van der Stek is van plan krachtig leiding te geven aan een fractie die in meerderheid uit nieuwelingen zal bestaan. De VVD-lijsttrekker, die een plaats op de landelijke groslijst van de VVD liet schieten voor zijn Rotterdamse kandidatuur, is ambitieus genoeg: hij wil in Rotterdam een 'banenmachine' opzetten door uitbreiding van de haven, betere bereikbaarheid van de haven en door meer werk in de wijken. “Een Deltaplan tegen de armoede”, noemt hij het.

Kandidaten uit het bedrijfsleven die aanvankelijk met veel moeite over de streep zijn getrokken, willen bij de uiteindelijke samenstelling van de fractie nog wel eens buiten de boot vallen. Want kandidaten moeten communicatief sterk zijn, in staat zijn standpunten helder en overtuigend te vertolken en netwerken op te bouwen. Maar bovenal maken ze deel uit van een uitgebalanceerd team, dat een getrouwe afspiegeling van de samenleving moet vormen. Daar zit hem de kneep. Bij het zoeken naar de ideale mix van generalisten en specialisten, vrouwen en allochtonen, jongeren en ervaren bestuurders, blijkt een gewaardeerde werknemer uit het bedrijfsleven soms van de weeromstuit op een onverkiesbare plaats te staan.

Zoiets deed zich voor bij de PvdA in Amsterdam. Voorzitter W. Gortzak van de kandidaatstellingscommissie moest “dramatische gesprekken” voeren toen er bij de definitieve vaststelling enkele gewaardeerde mensen uit bedrijfseconomische hoek moesten afvallen ten gunste van T. Halbertsma, investeerder bij Mees Pierson, twaalfde op de lijst. Gortzak: “Er zijn maar weinig plaatsen vrij. Als je niet de allereerste keuze bent, roetsj je meteen enorm naar beneden.”

Een lage plaats schaadt de maatschappelijke carrière, zegt Gortzak. “Je plaats in de pikorde wordt ervan afgeleid.” De kandidaat moet zijn collega's uitleggen dat hij na eerst te zijn overgehaald om de politiek in te gaan, door diezelfde politiek toch niet zo verschrikkelijk gewenst wordt. Het imago is geschonden, en het wantrouwen jegens de politiek bij de collega's op het werk verder vergroot. Sommigen vragen dan maar helemaal van de lijst geschrapt te worden.

De Amsterdamse winkelier Grifhorst kwam, een tikje teleurstellend voor hem, op plaats achttien van de PvdA-lijst terecht, misschien net hoog genoeg om een raadszetel te bemachtigen. Hij heeft alle begrip voor zijn lage klassering. “Vrouwen en kinderen eerst”, weet hij. Ook als hij de gemeenteraad niet haalt, wil Grifhorst bij de politiek betrokken blijven, de leemte in praktijkkennis bij politici opvullen. Politieke kleur doet daarbij niet ter altijd ter zake, met ideologische verschillen heeft hij weinig op. “Ik was al paars bij mijn geboorte.”

Een woordvoerder van de werkgeversorganisatie VNO/NCW laat weten de deelname van werknemers aan gemeentelijke politiek toe te juichen, maar daarvoor geen grootse campagnes te willen voeren. “Wij adviseren ondernemingen werknemers de ruimte voor een raadslidmaatschap te geven, en in onderling overleg arbeidsvoorwaarden aan te passen.”