Mandela vaart in rede uit tegen ex-president Botha

KAAPSTAD, 6 FEBR. De Zuid-Afrikaanse president Nelson Mandela heeft vandaag in een snikheet Kaapstad het parlementaire jaar geopend met een oproep aan zijn onderdanen “de mouwen op te stropen om een zorgzame samenleving op te bouwen”. In een anderhalf uur durende rede voor de volksvertegenwoordiging sloeg Mandela een ferme toon aan, met kritiek op de “rotte appels die op arrogante wijze een agenda nastreven gericht tegen verandering”.

De temperatuur liep tegen de 40 graden toen Mandela, geflankeerd door zijn dochter Zindzi, vanmorgen op de trappen van het parlement de erewacht inspecteerde van zijn regenboognatie. Links van hem zong een zwart koor Xhosa-liederen, recht tegenover de president stond een voornamelijk blank commandocorps dat door hun generaal in het Afrikaans werd gecommandeerd.

Daarna begon de 79-jarige Mandela in het koele parlement aan zijn 'state of the union'. Dit is de laatste maal dat hij voor een vol jaar Zuid-Afrika zal leiden. Na de verkiezingen, in de eerste helft van 1999, treedt hij af.

Mandela kritiseerde in zijn rede ex-president P.W. Botha, die heeft geweigerd mee te werken aan de Waarheids- en Verzoeningscommissie. Zonder Botha bij naam te noemen zei Mandela het “zeer ongelukkig” te vinden dat niet iedereen wenst bij te dragen aan waarheid en verzoening. “We moeten duidelijk maken dat zij die zich terugtrekken van de oevers van de Rubicon der waarheid, zij die dienden in staatsstructuren en geen verantwoording willen afleggen, niet kunnen rekenen op steun van de staat als zij de consequenties ondervinden van hun gedrag”, zo waarschuwde hij. Tegen Botha loopt momenteel een rechtszaak in verband met zijn weigering.

Mandela zette verder de lijnen uit voor het kabinetsbeleid van dit jaar. Een van de speerpunten zal zijn de Wet op de Gelijke Behandeling, die waarschijnlijk volgend jaar in werking zal treden en alle werkgevers verplicht een aanzienlijk deel (gesproken wordt over 75 procent) van hun personeelsbestand te recruteren uit niet-blanke bevolkingsgroepen. Ondanks de felle kritiek van blanke zijde zei Mandela vandaag dat “er geen andere weg bestaat ván rassendiscriminatie náár echte gelijkheid”.

Over de misdaad, vaak aangeduid als een van de grootste problemen van Zuid-Afrika, zei de president: “De neiging bestaat de echte situatie te overdrijven en te verdraaien. Gewetenloze politici, mediacommentatoren en degenen die de wettigheid van het democratische proces in twijfel trekken, bedenken crises, terwijl die in werkelijkheid niet bestaan.” Mandela zei dat sinds het aan de macht komen van zijn democratisch gekozen regering in 1994 vrijwel alle criminele categorieën in aantal zij teruggelopen.

De president besloot de opening van het parlement met een optimistische noot: “Miljoenen Zuid-Afrikanen slaan de handen ineen om hun democratie te behouden. Ze zullen niet worden afgeleid door het geluid van een vallende boom temidden van de statige stilte van een nieuwe toekomst die bloesem draagt, want ze weten dat het fundament is gelegd en de bouw is begonnen.”