Ergernis in Kamer over lekken Justitie

In de verwikkelingen tussen minister Sorgdrager (Justitie) en de procureurs-generaal vliegen de beschuldigingen over en weer. Informatie zou bewust worden gelekt als middel in een strijd die via de media wordt uitgevochten. Kamerleden zien het met stijgende ergernis aan.

DEN HAAG, 6 FEBR. Het Tweede-Kamerlid Korthals (VVD) weigerde gisteravond nog langer mee te doen aan de “discussie via de pers”. Zijn collega Dittrich (D66) zei zich mateloos te ergeren aan de “oorlog” die via de media wordt gevoerd. En Van de Camp (CDA) vroeg zich af waarom het ministerie van Justitie informatie blijft lekken. De minister had toch duidelijk verklaard dat zij dit ernstig vindt, aldus Van de Camp.

Intussen vlogen de beschuldigingen over en weer. In het gisteren verschenen personeelsblad van het ministerie, Vox Justitiae, beschuldigt secretaris-generaal Borghouts het openbaar ministerie ervan informatie te hebben doorgespeeld naar de pers. In het vraaggesprek zegt Borghouts hier ten minste “één hard bewijs” voor te hebben.

Gisterochtend hekelde procureur-generaal Steenhuis, nog ongewis van de beschuldigingen van Borghouts in het personeelsblad Vox Justitiae, het constante lekken van het ministerie van Justitie naar de pers. Had hij afgelopen woensdag nog een vertrouwelijk overleg met de minister gevoerd, moest hij de volgende ochtend in de kranten alweer lezen over dat gesprek. Daar zat Justitie achter, dacht Steenhuis.

In het personeelsblad doelt Borghouts op een verklaring van Steenhuis' secretaresse. Zij had onder ede verklaard een lijst met nevenfuncties van Steenhuis naar super-PG Docters van Leeuwen en minister Sorgdrager te hebben gestuurd. Steenhuis raakte juist in opspraak door zijn betaalde bijbaan bij bureau Bakkenist, dat de bestuurlijke crisis in Groningen onderzocht. De verklaring van de secretaresse belandde in de pers. Daar zat het openbaar ministerie achter, meende Borghouts. Het uitgelekte rapport van Bakkenist leidde uiteindelijk tot het vertrek van de Groningse korpschef Veenstra.

De uitgelekte verklaring van Steenhuis' secretaresse had tot gevolg dat Steenhuis niet eerder inzage kreeg in een rapport van ex-Kamervoorzitter Dolman. Deze onderzocht de vermeende belangenverstrengeling tussen Steenhuis en bureau Bakkenist.

“We vreesden dat het rapport-Dolman anders binnen een uur op straat zou liggen”, verklaarde de minister vorige week tijdens het Kamerdebat. Het vervolg is bekend: Steenhuis nam geen genoegen met de aangeboden 'leestijd' van één uur en dreigde met een kort geding. Donderdagavond 21 januari escaleerde de zaak. Buiten het ministerie deed de pers verslag.

Van dat laatste was Docters van Leeuwen zich niet bewust, schrijft hij in een brief aan de minister, die gisteren op aandringen van de Tweede Kamer werd vrijgegeven. De tientallen journalisten en fotografen buiten waren “een volslagen onverwachte en schokkende verrassing”. De super-PG voegt er aan toe dat “over het feit dat wij ontboden waren, geen mededeling van onze kant naar buiten [is] gegaan.”

Het Tweede-Kamerlid Dittrich spuide gisteravond zijn ongenoegen. “Het is gênant. Hoe kunnen mensen op hoge justitiële posten zo met elkaar omgaan?”