Eenzame strijd voor beter milieu

Het derde Nationaal Milieubeleidsplan (NMP-3) is indrukwekkend van omvang, maar de eerste reacties geven blijk van teleurstelling. De vraag is ook hoe sterk de minister van Milieubeheer staat in het kabinet als het om haar eigen portefeuille gaat.

DEN HAAG, 6 FEBR. Het gisteren gepresenteerde derde Nationaal Milieubeleidsplan is niet helemaal de klaroenstoot geworden die minister De Boer (VROM) voor ogen stond, toen ze bijna twee jaar geleden opdracht gaf tot de voorbereiding ervan.

Het overgrote deel van het document ter dikte van het telefoonboek van een grote stad wordt in beslag genomen door een baaierd van suggesties hoe volgende kabinetten wellicht meer aan de verbetering van het milieu zouden kunnen doen dan onder de paarse coalitie tot dusverre is mogelijk gebleken.

Passages over dwingende maatregelen en nieuwe fondsen blijken dungezaaid. Zo ontbreekt een volgens velen nogal voor de hand liggende goedkope maatregel als de invoering van een snelheidslimiet van 100 kilometer per uur op autowegen. Die maatregel stuit op “emotionele bezwaren” in de samenleving, verklaarde minister De Boer gisteren gelaten.

Behalve staatssecretaris Vermeend (Financiën), die acte de présence gaf wegens de fiscale repercussies van het plan, had geen van de andere bewindslieden zich gisteren geroepen gevoeld hun collega De Boer gisteren te vergezellen bij de presentatie van het NMP-3, ook al waren ze wel betrokken bij de voorbereidingen.

Op het ministerie van Economische Zaken liet een medewerker van minister Wijers zich vorige week tegenover het Algemeen Dagblad ontvallen dat het plan “gênant weinig om de hakken” had.

Onafhankelijke milieudeskundigen zijn nauwelijks onder de indruk van het nieuwe plan. “Het is duidelijk dat het milieubeleid wordt gemaakt door Economische Zaken, Verkeer en Waterstaat en Landbouw, terwijl VROM er helaas achteraan hijgt”, aldus prof. P. Vellinga, directeur van het Instituut voor Milieuvraagstukken van de Vrije Universiteit van Amsterdam.

Hij toont zich in het bijzonder teleurgesteld over het uitblijven van nieuwe krachtige maatregelen om de uitstoot van CO2 terug te dringen, dat wordt beschouwd als een factor die er toe bijdraagt dat de temperatuur op aarde toeneemt. Het kabinet reserveert weliswaar 750 miljoen gulden voor dit doel, maar volgens Vellinga is dat op geen stukken na genoeg om de emissies te stabiliseren op het niveau van 1990, zoals werd afgesproken in het eerste Nationale Milieubeleidsplan van 1989.

“Zoals het er nu uitziet zal de CO2-uitstoot in het jaar 2000 waarschijnlijk 12 procent hoger liggen dan in 1990. Het is jammer dat het kabinet de hete aardappel weer voor zich uitschuift tot na de verkiezingen.” Het NMP-3 ademt volgens Vellinga een veel vrijblijvender toon dan de brief, die De Boer voor het begin van de klimaatsconferentie in december in Kyoto naar de Tweede Kamer stuurde. Daarin onderstreepte zij dat de uitstoot van broeikasgassen, waaronder CO2, in 2010 met 10 procent zou moeten worden gereduceerd ten opzichte van 1990.

De kritiek op de schraalheid van NMP-3 poogde de minister gisteren te pareren met een uitgebreid exposé over de successen die mede door de voorgaande twee milieubeleidsplannen waren geboekt. Zij keerde zich tegen het doemdenken wanneer het om het milieu gaat. Bodem, water en lucht zijn er over het algemeen beter aan toe dan ruim tien jaar geleden.

Volgens VROM is de verzuring sinds 1985 met 50 procent gedaald, zijn de emissies van fosfaat en stikstof met respectievelijk 65 en 35 procent gedaald, is de verkoop van CFK's sinds 1995 gestaakt en het aandeel van hergebruikt afval tussen 1990 en 1996 gestegen van 61 tot 72 procent. De hoeveelheden zware metalen, vooral lood, kwik en cadmium die in het milieu terechtkomen, zijn met enkele tientallen procenten gedaald. Ook is de luchtverontreiniging sterk gedaald en is de energie-efficiëntie in de industrie tot en met 1995 met 10 procent verbeterd.

Wel zijn er nog knelpunten die voor De Boer mede de aanleiding vormden voor het uitbrengen van het derde NMP. Behalve de stijgende CO2-emissies, bleek dat ook de uitstoot van stikstofoxide minder snel daalde dan de bedoeling was en hetzelfde gold voor de emissie van ammoniak. Bovendien werd er maar weinig vooruitgang geboekt bij de sanering van verontreiningde bodems. Nederland telt nog 175.000 ernstig verontreinigde locaties.

De voornaamste maatregelen die minister De Boer wel voor de komende jaren door het kabinet aanvaard wist te krijgen, betreffen hogere energieprijzen voor huishoudens en kleinere bedrijven. Wel zullen deze hiervoor in de vorm van lastenverlichting gedeeltelijk worden gecompenseerd.

Verder trekt het kabinet 2,6 miljard gulden uit voor concrete stappen. Het leeuwendeel daarvan, anderhalf miljard gulden, gaat naar de bodemsanering, terwijl er ook 750 miljoen extra wordt gereserveerd voor het aanpakken van de CO2-uitstoot.

De georganiseerde milieubeweging, die al niet erg onder de indruk was van de eerste twee milieubeleidsplannen, reageerde gisteren uitgesproken teleurgesteld op nummer drie. “Het kabinet neemt dus met open ogen en oren onvoldoende maatregelen”, aldus de Stichting Natuur en Milieu, “en volstaat met het opsommen van mogelijke maatregelen (opties) waarmee een aanzienlijk beter milieuresultaat kan worden geboekt. Zo ontloopt dit kabinet zijn verantwoordelijkheid en geeft het zichzelf een brevet van onvermogen.”

Wil minister De Boer eigenlijk nog wel aanblijven in een coalitie die kennelijk niet bereid is tot veel offers voor het milieu, zo werd haar gisteren gevraagd. Er volgde een ontwijkend antwoord.