Driedimensionale virtuele werelden; Inpluggen in een ander universum; Ik kom een grote roze haai tegen, die een Engels jongetje van 14 blijkt te zijn

Met een eigen schermwezentje, een Avatar, kan men op internet een van de driedimensionale virtuele werelden betreden. Mensen leren kennen, bij ze op bezoek, dansen, een huis bouwen. “Pascalm vraagt me of ik mee wil naar zijn huis. Door 'join' aan te klikken, word ik naar zijn woning geteleporteerd.”

“Hiro nadert de straat. Het is de hoofdweg, de Champs Elysées van de Metaverse. Een prachtig verlichte boulevard reflekteert in zijn brillenglazen. Dit is niet echt, maar toch... nú, op dit moment, wandelen er miljoenen mensen.”

Deze passage komt uit de science fiction roman Snowcrash, een bestseller uit 1992, geschreven door Neal Stephenson. Eind jaren tachtig waren 'virtual reality'-experimenten een hotitem. Mensen konden bijvoorbeeld met een hoofdset bestaande uit een koptelefoon en/of een bril, zoals Stephenson beschrijft, inpluggen in een ander universum. Stephenson noemt deze virtuele werkelijkheid de Metaverse, zijn collega William Gibson lanceerde tien jaar eerder de term Cyberspace.

Het is moeilijk te geloven dat drie jaar later Worlds Chat, de eerste drie-dimensionale virtuele wereld, een gesimuleerd ruimtesation, op het Internet verscheen compleet met mensfiguren met wie je kunt rondwandelen. In Worlds Chat en ook in andere 3D werelden heb je geen bril nodig, de wereld is gewoon te zien in een venster op de computer. Software gratis downloaden (http://www.digitalspace.com) en de ervaring om als digitale vogel over een landschap te vliegen, ligt binnen handbereik. Je kunt overal omheen, onderdoor en langs, aangestuurd door middel van het toetsenbord en de muis. De omgeving lijkt op die van computerspelletjes zoals Doom, met het essentiële verschil dat je inbelt naar een virtuele plek waar honderden andere mensen tegelijkertijd aanwezig zijn en waarmee je kunt praten door te typen.

“Als Hiro over straat loopt ziet hij een jong paar, waarschijnlijk kinderen die inloggen via de computers van hun ouders, hij ziet geen echte mensen maar stukjes software genaamd Avatars, bewegende illustraties.” (Snowcrash, N. Stephenson)

De figuur die je representeert in de virtuele wereld wordt Avatar genoemd. Het woord 'Avatar' komt uit het Sanskriet. Vrij vertaald betekent het 'de verschijning die God kiest op aarde'. In 1998 zijn er talloze 3D-werelden. Er is een aantal browsers (bladerprogramma's zoals Netscape) waarbinnen je diverse werelden kunt zien, bijvoorbeeld: Active Worlds, Blaxxun, Virtual Places. Al deze programma's zijn min of meer op de computertaal VRML gebaseerd. VRML, Virtual Reality Modeling Language is de taal waarin een 3D-omgeving op het World Wide Web wordt beschreven.

Elke dag komen er nieuwe werelden bij. In Active Worlds zijn momenteel meer dan 3000 betalende 'citizens', driedimensionale inwonenden die je van alle kanten kunt bekijken. Als je Active Worlds binnenkomt zijn er altijd, dag en nacht, tussen de 100 en 750 mensen aanwezig.

Stephenson beschrijft in Snowcrash een wereld waar elk geciviliseerd lid van de samenleving een Avatar heeft. Hoe rijker je bent, hoe beter je Avatar eruit ziet. Geld betekent een geweldig ontwerp, eventueel met props erbij zoals een electronische hond die nooit van je zijde wijkt. Ben je arm, student of log je in via een publieke terminal dan heb je een zwart-witte Avatar. In de Metaverse, uit de roman Snowcrash, zijn de standaard-Avatars jonge blanke figuurtjes die lijken op de poppen Barbie en Ken.

Zwart-wit

Stephensons science fiction is werkelijkheid geworden. Op het Internet krijg je, als niet betalende bezoeker van Active Worlds, een zwart-wit figuurtje: een toerist om mee rond te lopen. Na het invoeren van een Internetnaam kan de wereld verkend worden. Dit proces wordt 'immigration' genoemd. Je hebt geen bouwrechten, dus je kunt alleen maar rondkijken. Op je scherm verschijnt een plaatje van het plein waarop iedereen binnenkomt, het landschap lijkt op Californië. Er schuifelen zowel zwart-wit als gekleurde mensfiguren over straat. Je kunt met ze praten door te typen.

Door te betalen met een creditcard word je van gast bewoner en kun je kiezen uit een aantal kleurige Avatars voor 19 dollar (ongeveer 40 gulden) per jaar. De meeste Avatars zien er uit als personages in reclames; transseksuelen en kleurlingen behoren niet tot het standaardpakket. Elk karakter heeft een aantal gebaren tot zijn beschikking, die je aan kunt klikken zoals bijvoorbeeld 'zwaaien' of 'vrolijk zijn', of 'boos zijn'. Er zijn Avatars die kunnen buigen of karate beoefenen. Je kijkt met de ogen van de Avatar of kiest een camerastandpunt van waaruit je het figuurtje ziet bewegen. Aan de linkerkant van het beeldscherm staat een lijst van alle werelden die er binnen het programma te zien zijn, bijvoorbeeld de virtuele school of de buitenaardse planeet.

In Active Worlds kies ik Shanuba omdat ze geweldig kan dansen. Zij is lang en slank, draagt een sexy jurk met een gigantische split. Ik loop tegen Pascalm op, een 47-jarige programmeur uit Parijs. We raken aan de praat over verschillende 3D-software. Ik dans wat, zomaar op straat. Hij vraagt me of ik mee wil naar zijn huis. Door 'join' aan te klikken, word ik naar zijn woning geteleporteerd en kom ik drie meter naast hem terecht. Teleporteren is de term waardoor je van de ene naar de andere plek wordt verplaatst. Ik bekijk het terras en wandel door zijn fleurige tuin waaruit zachte vioolmuziek opstijgt. In zijn gezellige villa, - houten vloer, haardvuur, muziekje - hangen schilderijen van Monet. Pascalm is aardig, het Engels dat boven zijn hoofd verschijnt als hij wat intikt, is onbeholpen. Hij heeft een mannelijke Avatar gekozen met brede schouders en een tuinbroek aan. Je kunt ook schriele, bebrilde jongetjes kiezen. Trots vertelt hij mij dat hij meegebouwd heeft aan de Eiffeltoren. Pas de volgende dag als ik in de echte wereld op de fiets zit, realiseer ik me dat hij de virtuele Eiffeltoren bedoelt. Parijs is namelijk net als Amsterdam gedeeltelijk in 3D nagebouwd. Pascalm vraagt me of ik de televisie aan wil doen, daarop kan ik zien hoe hij er in het echt uitziet. Als ik op het beeldscherm klik verschijnt daarop een foto van een kalende man met pretoogjes. We gaan de straat op omdat ik ook een huis wil bouwen. We moeten leeg land vinden, hij heeft al buren.

Waterval

In Active Worlds zijn standaard-elementen aanwezig: muren, stukken straat, ramen, bomen, bloemen, watervallen en fonteinen waarmee je net als met legostenen je eigen universum kunt scheppen. Tijdens het bouwen staat mijn Avatar te kijken hoe er stukken muur en platte platen met een helder blauwe textuur door de lucht bewogen worden, dat doe ik door ze aan te klikken en via de pijltjestoetsen te bewegen. Een week later heb ik een huis op een waterval gemaakt, waar je alleen kunt komen door tussen twee vlammen door te vliegen.

Er bouwen duizenden mensen met mij, sommige kopen samen stukken land: een lege wereld met een aantal Avatars erbij. Er is van alles te zien: virtuele klaslokalen, auto's, mensen met hoofden als ogen, mechanisch bewegende dieren, tempels, de toren van Babel. Er is van alles te horen: het geluid van ritselende gordijnen, getjirp van krekels, popsongs - afhankelijk van waar je je bevindt. Door op borden te klikken kun je websites of homepages van medebewoners bekijken. Sommige borden bevatten animaties. Er zijn werelden waarin je spelletjes kunt doen. Je kunt mee op toer met een gastvrouw of heer. Je kunt naar een picknick of een dansfeest, een VJ-party of rondwandelen in de beeldentuin gemaakt door studenten van de Cincinnati Universiteit. Er is een Paul Klee Art gallerie, die on-line openingen en exposities organiseert.

Bruce Damer beschrijft in zijn boek Avatars! (1997) dat hij met zijn virtuele vrienden gaat skieën in de bergen. Hij vertelt dat de grond eerst plat was, hoe de eerste bergen werden gemaakt, er sneeuw kwam en er kon worden geskied. Allemaal werk verricht door programmeurs, maar ook door huisvrouwen, studenten en enthousiaste middelbare scholieren. In Avatars! staan foto's van vrienden die Damer heeft ontmoet via 3D-werelden: een gezin met kinderen, dat gezamelijk een speeltuin heeft gebouwd, een dame die een bloementuin heeft aangelegd.

Avatars! behandelt de verschillende soorten software waarmee je virtuele werelden kunt bezoeken en wat daar gebeurt. Damer is net zo jubelend als zijn voorganger Howard Rheingold, die jaren daarvoor in zijn boek Virtual Communities werelden beschreef die uit tekst opgebouwd zijn, zoals de zogenaamde MUD's. MUD = Multi Users Directories, een techniek waardoor gebruikers in een gezamenlijke wereld kunnen communiceren. Ook daar komen mensen bij elkaar: zij beschrijven, door te typen, hun woningen en hun voorwerpen. Het zijn de voorlopers van 3D Multi User-werelden. Ook in MUD's kan iedereen 'bouwen', zij het met tekst. Je laat een beschrijving, van wie je bent of hoe je huis eruit ziet, achter in de virtuele wereld, zodat iedereen het kan lezen. Ook in deze tekstomgevingen wordt virtueel getrouwd of bijvoorbeeld college gegeven. Grofgezegd heeft er een verschuiving van tekst- naar beeldcultuur plaats gevonden. De software is toegankelijker geworden voor meer mensen.

Half dolfijn

Een van mijn favoriete 3D-werelden is Atlantis, een blauwgroene onderwaterwereld. Ik zwem als half dolfijn, half vrouw door kastelen, overwoekerd met planten, vergezeld door mijn twee dolfijnen die ik af en toe voor me uit laat dansen door het water. Ik kom een grote roze haai tegen, die een Engels jongetje van 14 blijkt te zijn. Platter, dat is zijn Internetnaam, zegt: “Iedereen helpt elkaar met bouwen, ik zal je mijn geweldige bouwsels laten zien, LOL.” “LOL?”

“Ja: LOL = Laughing Out Loud, je weet wel net zoals AFK.” AFK betekent Away From Keybord, een van de talloze afkortingen die veel gebruikt worden in Multi-User omgevingen om sneller te kunnen typen, bovendien is een eigen jargon 'cool'. Als reactie druk ik op de knop 'vrolijk' en de twee dolfijnen die met mij meezwemmen, voeren een waterballet uit, door hun snuit elegant richting staart te draaien.

“Het is ironisch dat Juanita hier komt met een low-tech zwart-wit avatar. Zij is degene die uitgezocht heeft hoe avatars emoties kunnen tonen... hoe gelaats- en lichaamsexpressies de werkelijkheid benaderen. Het succes van deze plek is niet te danken aan de reeksen algoritmen, het zijn de gezichten van Juanita.” (Snowcrash, N. Stephenson)

Wetenschappers (psycho-, sociologen) en technici werken hard aan de ontwikkeling en standaardisering van gezichtsexpressies. In de wereld 'Traveler' bestaan de Avatars uit pratende gezichten. Je kunt een kattenkop of een berenhoofd op je af zien komen en met hen communiceren net als door de telefoon, door in de microfoon die aan je computer hangt te spreken. Het geluid wordt omgezet in mondbewegingen van de Avatar: het lijkt alsof er een figuur uit een Walt Disney-film tegenover je staat. Al ziet het er nog gebrekkig uit in verhouding tot de werkelijkheid, het prikkelt de fantasie. Je kunt als Avatar een gezicht, maar ook een pratende bloem of een ster kiezen. Bovendien kan de stem vervormd worden, een optie van de software, zodat je klinkt als een crimineel die optreedt in een televisieshow. Op de 'Ninth Annual Digital Be-in'-conferentie in San Francisco (1997) werd een concert gehouden waar wetenschappers en zangers via hun Avatars liederen vertolkten. (http://www.voce.com)

Digi-tuinman

Damer heeft naar zijn eigen gelijkenis een Avatar laten maken: de Digi-gardener, een tuinman van rond de veertig met een rode baard. In 1996 richtte hij met anderen de 'Nerve garden' op met als doel een virtuele tuin te scheppen waar bezoekers hun eigen virtuele planten kunnen laten 'groeien'. Je kunt een plant kiezen en laten ontkiemen in een Java-programma. Via het zogenaamde L-systeem - een mathematische reeks van strengen, symbolen die veranderen tot een bepaald punt en prachtige figuren genereren - ontstaan biologische vormen. Door algoritmen (de zogenaamde fractals) ontstaan er bewegende vormen. Als je plant 'gegroeid' is, kun je hem poten op een eiland. Hier groeien allerlei artificiële levensvormen, bijvoorbeeld het prachtige 'aard-paardje', een kruising tussen een worm en een zeepaardje. Op de rug van een insect, een bij of een libelle, vlieg je door de biowereld en kun je je plant bezoeken (http://www.biota.org).

De kracht van virtuele gemeenschappen op het Internet is nìet dat je je anders kunt voordoen dan je bent: de mensen die ik tegengekomen ben, waren juist opvallend 'zichzelf'. Het succes en groei van virtuele werelden heeft te maken met het spelelement: net als wannneer je een goeie film bekijkt of een boek leest, word je in een verhaal gezogen, je schrijft mee, regisseert en bouwt de set. Het is geen eenzaam experiment: op dit moment delen duizenden mensen een wereld en creëren op hun gewone computers gezamenlijk een andere werkelijkheid.

Bruce Damer: Avatars! Uitg. Peachpit Press. http://www.peachpit.com

Driedimensionale werelden op internet: Avatars! http://www.digitalspace.com/avatars

Neal Stephenson: http;//www-user.cibola.net/ michaela/diamondage/stephen.html

William Gibson: http://www.idoru.com

Howard Rheingold: http://www.well.com/user/hlr/index.html

Worlds Chat: http://www.worlds.net

Active Worlds: http://www.activeworlds.com

Blaxxun: http://www.blaxxun.com

Traveler: http://www.onlive.com

Avatars Users Group: http://www.ccon.org

VRML plug-in: http://cosmo.sgi.com