Diplomatieke oplossing Irak-crisis blijft mogelijk; Pragmatisme van VS wekt de schijn van opportunisme

President Jeltsin heeft zijn Amerikaanse ambtgenoot deze week tot de orde geroepen. “We moeten proberen Clinton ervan te doordringen dat zijn acties in Irak tot een wereldoorlog kunnen leiden”, zei hij. En: “Hij handelt te luidruchtig.” Een dag later zei hij geen enkele Amerikaanse slag tegen Irak te zullen “toelaten”.

Het werd niet helemaal duidelijk met wie Clinton die wereldoorlog dan wel zou moeten voeren. Maar uit het verre verleden leek even de stem van maarschalk Boelganin te echoën die in 1956 Londen en Parijs met atoombommen dreigde toen de regeringen daar niet onmiddellijk een einde wilden maken aan hun militaire avontuur ter redding van de door Egypte genaaste Suezkanaalmaatschappij.

Hoezeer de tijden zijn veranderd bleek uit de ontspannen manier waarop Amerikaanse woordvoerders in eerste instantie veronderstelden dat er wel sprake zou zijn van een zwakke journalistieke vertaling van Jeltsins tekst, een diplomatiek eufemisme voor de suggestie dat de woorden van de president van de Russische Federatie niet altijd serieus zijn te nemen. Jeltsins onmiddellijk herroepen uitspraken tijdens de plechtigheden vorig jaar mei in Parijs bij de ondertekening van de Stichtingsacte waarin de relaties tussen de NAVO en Rusland zijn geregeld, komen in de herinnering. Evenals zijn direct gecorrigeerde uitlatingen in december in Stockholm. In Parijs zei hij: “Alles wat op de hier vertegenwoordigde landen gericht is - al die wapens - daarvan worden de kernkoppen verwijderd.” In de Zweedse hoofdstad kondigde hij aan het Russische nucleaire arsenaal eenzijdig met nog eens eenderde te zullen reduceren. Japan en Duitsland riep hij op hun nucleaire arsenalen te vernietigen. Geen van beide landen beschikt over zoiets.

Maar ook als er gemakshalve van wordt uitgegaan dat Jeltsin geen dreigement in de zin had - niet kon hebben omdat de machtsverhoudingen dat niet meer toelaten - is duidelijk dat het Kremlin afstand neemt van de militaire voorbereidingen in Amerika. Samen met Frankrijk overigens dat zich eveneens kritisch uitlaat over het drijven van de Verenigde Staten. Daarvoor zijn een aantal redenen. De meeste aandacht hebben de oude banden gekregen die beide landen met het regime in Bagdad onderhouden en de zakelijke belangen die zij in Irak hebben. Opheffing van de internationale sancties zou ruimte maken voor de grootschalige ontwikkelingsprojecten waarvoor Russische en Franse maatschappijen in Bagdad contracten hebben getekend. Een economische opleving zou Irak bovendien in staat stellen zijn schulden af te lossen. De Russen die harde valuta goed kunnen gebruiken en leningen in Irak hebben uitstaan, zijn daarin geïnteresseerd. Maar er zijn ook andere overwegingen, overwegingen die de Amerikaanse beleidsmakers niet vreemd zijn.

De Amerikaanse minister van Defensie, Cohen, zei dat het niet de bedoeling van Washington is Saddam Hussein te verjagen. Het gaat de VS om niet meer en niet minder dan de onvoorwaardelijke opruiming van alle massavernietigingswapens en de installaties waar deze kunnen worden vervaardigd, iets waartoe Irak zich in de wapenstilstandsovereenkomst, gesloten na de Golfoorlog, heeft verplicht. Loyale medewerking aan inspecties naar de naleving van dat akkoord is een vereiste. Deze Amerikaanse doelstelling valt binnen de desbetreffende Veiligheidsraadresoluties en mag alleen al daarom op de steun van de andere leden van de raad rekenen.

Het onderscheid is gelegen in de manier waarop Irak ertoe wordt gebracht die resoluties uit te voeren. Russen en Fransen stellen vast dat Saddam Hussein een belangrijk onderdeel van de overeenkomst is nagekomen: Iraks nucleaire potentieel is vernietigd. Inspecties hebben dat uitgewezen. Dat zou in een formele verklaring moeten worden vastgelegd en dat zou vervolgens kunnen leiden tot een versoepeling van de sancties. Met de erkenning van Iraks medewerking op dit onderdeel zou het klimaat ontstaan waarin inspecties van chemische en biologische wapens mogelijk wordt. Irak zou een kans krijgen zich te normaliseren en dat zou betere voorwaarden scheppen voor een totale opruiming van gevaarlijke arsenalen dan een militaire operatie waarvan het resultaat niet vaststaat.

Deze gedachtengang lag ten grondslag aan het door de Russen bereikte akkoord van december dat leidde tot de terugkeer van de eerder door Saddam uitgewezen VN-inspecteurs. Maar daarmee waren de problemen niet opgelost. De Irakezen bleven de inspectieteams hinderen bij het uitvoeren van hun taak en hielden hun “presidentiële paleizen” gesloten. Het zijn deze “paleizen” waar de inspecteurs de installaties en de documentatie vermoeden die zij zoeken. De gebeurtenissen sinds december hebben vraagtekens geplaatst bij de haalbaarheid van de Russische en Franse diplomatie.

Hoewel de Amerikanen en de Russen en de Fransen verschillende scenario's volgen, kunnen die nog heel goed complementair zijn. De dreigementen dat het Amerikaanse geduld opraakt verhogen de druk op het Iraakse regime om zijn 'vrienden' in Moskou en Parijs tegemoet te komen. Weliswaar werden allerlei Iraakse proefballonnetjes deze week in Washington nog afgedaan als ontoereikend en als pogingen tijd te winnen en de leden van de Veiligheidsraad uiteen te spelen, de Amerikaanse constatering gisteren van “beweging” in Iraks houding en de herhaalde bevestiging dat Washington eveneens aan een diplomatieke oplossing van de crisis de voorkeur geeft, houdt de mogelijkheid open van een vergelijk op het laatste moment.

De uitspraken van Jeltsin wekken de indruk dat de Russische president de Amerikanen machtsmisbruik verwijt. “Nee, eerlijk gezegd, klinkt dat helemaal niet naar Clinton”, zei Jeltsin nog, daarmee aangevend door de Amerikaanse hardheid verrast te zijn. Daarin zou wel eens de diepere achtergrond van de crisis kunnen zijn gelegen. Deze Amerikaanse regering heeft wel uitgangspunten voor haar internationale politiek, maar zij geeft er geen consistente uitvoering aan. We willen niet de politie-agent van de wereld zijn, is een bekend motto in Washington. Maar wat de VS dan wel zijn, blijft vaag. Verschillende malen zijn de Amerikanen afgeweken van wat zij eerder hadden gezegd, of het nu om de rechten van de mens in China ging of de Amerikaanse aanwezigheid in Bosnië. Het door de regering-Clinton beleden pragmatisme leidt in de praktijk gemakkelijk tot de schijn van opportunisme. Dat brengt partners, critici en tegenstanders in verwarring. Zoals bleek in de Golfstaten, waar men Saddam liever niet uitdaagt zonder zeker van de uitkomst te zijn.