De verwekkers van granieten zerken

Sebastian Faulks: Het lied van de loopgraven. Uit het Engels vertaald door Tinke Davids. Arbeiderspers,486 blz., ƒ 49,90

Sebastian Faulks heeft de sterkste passages van zijn roman Het lied van de loopgraven zo beeldend geschreven dat het een scenario voor een film lijkt. Je kunt het metalen lawaai van de granaten horen, je voelt de modder zuigen en de vuile, verluisde uniformstof langs je huid schuren. Ook het verhaal zelf bevat alle elementen van een film: een verboden liefde, de oorlog, een raadsel over iemands afkomst. Bovendien maakt ook het feit dat de hoofdmoot van het boek zich afspeelt tijdens de Eerste Wereldoorlog nieuwsgierig, omdat daarover in Nederland nauwelijks iets geschreven is.

Het belangrijkste en tevens overtuigendste deel van het verhaal speelt zich af in de loopgraven in het Franse en Vlaamse land en in de tunnels eronder. Faulks plaatst zijn hoofdpersoon Stephen Wraysford in het gezelschap van de sappeurs. Deze voormalige mijnwerkers en arbeiders, die aan de Londense metro hebben gewerkt, graven tunnels onder de vijandelijke linies en brengen daar springladingen tot ontploffing. Faulks geeft een benauwend beeld van het leven ondergronds waar de sappeurs, in gangen die zo nauw zijn dat ze soms alleen maar kunnen voortschuifelen op hun buik, de aarde weghakken. Het is gevaarlijk werk, want ook de vijand heeft graafploegen en regelmatig worden er tunnels opgeblazen zodat mannen leven begraven worden. Door de keiharde omstandigheden waaronder de mannen leven, ontwikkelen zich vriendschappen tussen individuen die elkaar in het normale leven nooit waren tegengekomen.

In het eerste deel hebben we dan al kennis gemaakt met Wraysford en beschrijft Faulks diens stormachtige relatie met Isabelle. Zij is de veel jongere vrouw van de Franse textielhandelaar bij wie Stephen vóór het uitbreken van de oorlog stage loopt en in wiens huis hij enige maanden te gast is. Jammer genoeg laat Faulks vermogen om sterke associatieve beelden op te roepen hem hier in de steek. De romance wekt weinig passie bij de lezer op, de karakters blijven vlak. Daardoor maakt de relatie tussen Isabelle en Stephen een obligate indruk, die eens te meer de associatie met een Hollywoodfilm oproept: man is teleurgesteld in de liefde en vertrekt als soldaat naar de oorlog. Is dat niet allemaal wat simpel?

Faulks schetst een indringend beeld van het oorlogsgeweld. Hoe bot het leven is en hoe willekeurig de dood toeslaat, blijkt bij de slag aan de Somme. Op de eerste dag van deze slag, die was bedoeld om in één klap een eind aan de oorlog te maken, stierven 60.000 Britse soldaten. In totaal kwamen alleen in deze slag, die nauwelijks vijf maanden duurde, 1,2 miljoen soldaten om. Faulks beschrijft hoe de duizenden mannen omhoogrijzen uit hun loopgraven en in golven door het vijandelijk vuur worden neergemaaid 'als koren waar de wind doorheen strijkt'. Een enigszins misleidend beeld, want anders dan het koren veren deze mannen niet terug, maar blijven zij op het slagveld achter. Als aan het einde van deze rampzalige dag de overlevenden terugkeren, leest een officier de namen af. 'Price versnelde zijn tempo. Hij haastte zich van de ene naam zonder antwoord naar de andere (-) Namen ratelden het donker in, gaven vorm aan de woonplaatsen van hun voorouders, de dorpen en stadjes waar het telegram zou worden bezorgd, de huizen waar de blinden zouden worden neergelaten (-) en de kinderen die geboren zouden zijn, die zouden opgroeien en zouden werken of schilderen, of zelfs regeren, waren onverwekt achtergebleven in het verscheurde vlees van hun vaders, dat in stinkende granaattrechters in de suikerbietenaarde lag, dat hun thuis had verlaten om granieten zerken te verwekken in plaats van levend vlees (-)'.

In de derde verhaallijn, waaraan we pas toekomen op pagina 249, ontdekt Elizabeth, de kleindochter van Wraysford, Stephens gecodeerde dagboeken bij haar moeder op zolder. Ze besluit ze te lezen om haar grootvader beter te leren kennen en 'om meer van zichzelf te begrijpen'. Faulks overtuigt met deze kunstgreep niet. Het is nogal een schok voor de lezer om zich ineens zestig jaar verder in de tijd te bevinden in een wereld van restaurants, auto's en luxeproblemen, die Faulks allemaal uitvoerig bespreekt. Het verhaal van Stephen Wraysford hoeft niet met de deus ex machina van een koffer vol dagboekaantekeningen aan de lezer te worden uitgelegd. Faulks verslag van de verschrikkingen in de loopgraven is op zichzelf overtuigend genoeg.