De nieuwste mode voor Barbie; Poppententoonstelling in Leeuwarden

Pop Art, Fries Museum Leeuwarden t/m 1 maart. Workshop sprookjespoppen maken op 20, 21 en 22/2. Inl/res. 058-2123001.

Dat je meer kunt doen dan lief spelen met poppen kun je zien op de poppententoonstelling Pop Art in het Fries Museum in Leeuwarden. In een aparte glazen kast liggen de stukgespeelde poppen: armpjes of benen van zijn afgerukt, ogen zijn uitgestoken, of haren zijn afgeknipt. Door barsten in het hoofd zie je het vulsel zitten, en in plaats van lieve kraalogen kijken zwarte gaten je aan: net zombies.

De oudste poppen in het Fries Museum zijn van hout en stammen uit de zeventiende eeuw. Ermee spelen kon eigenlijk niet. Het zijn mooi aangeklede imitaties van volwassenen, gemaakt om mee te pronken op de schoorsteenmantel. Met zulke poppen trokken vindingrijke mode-ontwerpers langs de Europese vorstenhoven om er de nieuwe modecollectie te presenteren, zonder gedoe met veel te grote paspoppen. Tussen al die hoepeljurkjes en deftige hoeden zit opeens een grote bloterik. Dat is een badpop, mollig als een echte baby en glimmend van het glazuur. Het breekbare, dunne porselein blijft in water drijven.

De lesbaby en de nonnenpop zijn ook bijzonder. De lesbaby weegt, net als een pasgeboren mensenkind, zes pond en komt van de huishoudschool. Daarmee leerden meisjes luiers verschonen. De nonnenpop in bruine jurk of habijt heet zuster Crispine, ze is van 1923. Zuster Crispine diende in het gezin als plaatsvervangster van de dochter of tante die non was geworden en in het klooster zat. Nonnen mochten niet zo vaak naar huis. Voor familiefoto's zetten ze gewoon de zuster Crispine-pop tussen hen in. Dat was beter dan een lege plek en zo hoorde ze er toch een beetje bij.

In een aparte vitrine staat een verzameling chocoladebruine poppenkinderen, onder andere een Barbie: negerpoppen zie je niet vaak in ons land. Net als mannenpoppen trouwens.

Op de Barbie-afdeling van de tentoonstelling in Leeuwarden is het feest: vorig jaar werd de miljardste Barbie verkocht. Om dat te vieren ontwierp de Nederlandse mode-ontwerper Mart Visser drie creaties op Barbie-grootte, die in het Fries Museum voor het eerst te zien zijn. In glinstersteentjes, een wijde rok van raffia en een mantel met pailletten staat ze sjiek te wezen, klaar om uit te gaan.

Uitgaan doet Barbie graag, maar ze doet ook nog heel veel andere dingen. Er is een zwem-Barbie, een ski-Barbie en een tennis-Barbie. Barbie staat achter het fornuis, zit op kantoor en laat de hond uit. Voor alles heeft ze een bijpassend pakje. Wandelen met de hond moet in felroze hotpants, staand op een roze skateboard, de hond aan een roze riem.

Op de tentoonstelling is goed te zien hoe Barbie en haar vriendje Ken in de loop van de tijd veranderd zijn. De eerste Ken is nogal gewoontjes. Naarmate de tijd vordert wordt hij langer, gespierder en krijgt hij een tandpasta-glimlach tot hij op Arnold Schwarzenegger lijkt. De nieuwste Ken is spierbundel-af: een zorgzame vader, minder stoer en met een baby-Barbie in een draagzak op z'n rug.

Barbie lacht altijd. Nooit heeft ze eens een rotdag; depri-Barbie moet nog worden uitgevonden. Tussen de kostbare Barbies voor verzamelaars, waarvan maar een beperkt aantal zijn gemaakt, staat behalve Marilyn Monroe en Elvis ook Becky, de rolstoel-Barbie. Ze zit nog in haar doos, zo is ze meer waard. 'Deel je glimlach met Becky', luidt de tekst op de doos. “Ik heb de rolstoel-Barbie zelf”, schreef Rozemarijn Boelkorver uit Katwijk in het logboek van het museum.

De kostbare poppen in het museum mag je niet aanraken, en dat is nou precies waar je zin in krijgt na het zien van die honderden poppen. Maakt niet uit hoe oud je bent, na afloop van Pop Art wil je maar één ding: ermee spelen, die blonde pijpekrullen borstelen, eraan friemelen. De berg poppen bij de uitgang die door een speelgoedfabrikant aan het museum ter beschikking is gesteld, is daar voor. Maar meenemen naar huis mag niet.