Corruptie krijgt de overhand in China

PEKING, 6 FEBR. Ondanks verwoede pogingen van het centrale Chinese leiderschap de corruptie een halt toe te roepen, dreigen hebzuchtige partijfunctionarissen en louche zakenlieden de overhand te krijgen in de samenleving. Die waarschuwing staat vandaag op de voorpagina van het Chinese Volksdagblad naar aanleiding van de jaarlijkse conferentie van de staatsraad, het Chinese kabinet, over de aanpak van corruptie.

Op de conferentie, die gisteren werd afgesloten, was China's hoogste partijtop aanwezig. Volgens premier Li Peng bestaat er reden tot zorg omdat “heel duidelijk is dat de aanpak van corruptie nog altijd wordt geteisterd door problemen waarover niet lichtzinnig gedaan mag worden”. Bovendien zouden “leidinggevende functionarissen” binnen bepaalde sectoren de regels aangaande “eerlijkheid en zelfdiscipline” onvoldoende hebben uitgevoerd. Derhalve, aldus Li, is het aantal “grote zaken” van corruptie toegenomen.

Premier Li kreeg bijval van procureur-generaal Zhang Siqing, die tijdens de jaarlijkse vergadering van het Chinese parlement, twee jaar geleden, bijna een derde van de gedelegeerden tegen zich kreeg toen werd gestemd over een jaarverslag aangaande de bestrijding van corruptie. De ongekende oppositie was het gevolg van de grote ontevredenheid in China over de aanpak van het corruptieprobleem. “We moeten hard blijven inslaan op (..) misbruik van macht (..) door ambtenaren”, zei Zhang.

President Jiang Zemin luidde in 1995 de noodklok door te zeggen dat het groeiende probleem van corruptie het voortbestaan van de communistische partij op het spel zet. Dat jaar werd Chen Xitong, het tot dusver hoogste kaderlid, gearresteerd nadat was gebleken dat hij als de partijchef van Peking verantwoordelijk was voor de verduistering van miljoenen dollars aan publieke fondsen.

Van 1992 tot 1997 zouden volgens de communistische partij 121.500 leden wegens corruptie uit de partij zijn gezet; 37.000 van hen zouden daarvoor gestraft zijn.