Collage van onvergetelijke scènes

Gummo. 7 febr. 22.15u Pathé 5.

ROTTERDAM, 6 FEBR. Gummo is een van die zeldzame films die beelden bevatten waarvan je op het moment dat je ze voor het eerst ziet denkt dat je ze nooit meer zal vergeten. Een zo'n beeld is dat van een absurd lelijke jongen die met zijn muizige haar tot een ferme shampootoren gedraaid in het bad zit en een bord spaghetti eet. Gummo is een zinsbegoochelende schets van zelf bedachte zeden; de film is een aangedikt portret van de arme jeugd, de zogenaamde 'white trash' van het godvergeten stadje Xenia in Ohio. De lelijke jongen en zijn vriend schieten katten dood om ze te verkopen aan een restaurant, ze snuiven lijm en hebben seks met een achterlijk meisje dat zo door haar vader te gelde wordt gemaakt. Ook de andere inwoners van Xenia lijken freaks. De film kan van hen geen genoeg krijgen, hij zwelgt in perversiteit en in het mooie licht van Jean Yves Escoffier, de cameraman van Leos Carax' Les Amants du Pont Neuf.

“Van de meeste films onthoud je maar een paar scènes of karakters. De plot vergeet je meestal”, zegt Harmony Korine, de jonge maker van Gummo. “Ik wilde een film maken die alleen uit dat soort scènes en karakters bestond. Gummo begon met een aantal beelden in mijn hoofd die ik in het echt wilde zien. De film heeft expres geen lineair verhaal gekregen. Het is een collage.”

Gummo is het regiedebuut van Korine, die eerder het scenario schreef voor Kids van Larry Clark, een film die net als Gummo zowel woede als bewondering heeft opgeroepen. Korine (23) bezoekt het Rotterdamse filmfestival in gezelschap van een nieuw slordig baardje en de IJslandse zangeres Björk. Tijdens zijn eerste interview van de dag in het Rotterdamse Hilton stopt hij af en toe een handje chips in zijn mond, drinkt zoete koffie, en spreekt met passie over wat niet voor de hand ligt. Politie en moraal interesseren hem niet, genres, plots en tradities evenmin. Een Hitchcock is voor hem niet meer dan een aardig bosje bloemen, Orson Welles heeft slechts voor een paar technische vernieuwingen gezorgd en Quentin Tarantino maakt films voor de televisie. “Ik houd van films die op verschillende niveaus werkzaam zijn”, zegt Korine, “waar ik bijvoorbeeld om kan lachen en me dan tegelijkertijd moet afvragen waarom ik lach. Walgelijke gebeurtenissen heb ik daarom voor Gummo als liefdesscènes gefilmd. Gummo gaat over de perversiteit van de Amerikaanse cultuur, over het drama van mensen die in de armoede daarvan moeten leven. Ik wil niet op hen neerkijken en hen evenmin romantiseren. Er is in hun leven geweld, maar op een bepaalde manier ook filosofie en compassie.”

De meeste acteurs in Gummo zijn kinderen uit de buitenwijk van Nashville, Tennessee, waar Korine zelf opgroeide. Ze verschillen naar zijn zeggen niet zoveel van de personages uit de film. Sommigen vond hij op de televisie. “Ik zag in een talkshow een jongen die verslaafd was aan het snuiven van verf. Toen hem werd gevraagd waar hij over twee jaar zou zijn, antwoordde hij recht in de camera: dan ben ik dood. Toen wist ik dat ik hem voor mijn film wilde hebben. Ik heb het niet zo op acteurs. Met hen is de kans op onverwachte gebeurtenissen minder groot. Van sommige scènes voor Gummo heb ik alleen het begin geschreven; de spelers maakten ze af met dingen die ik nooit zelf had kunnen bedenken. Ze schonken me hun persoonlijkheid.”

Als Korine over een paar dagen terug is in Amerika, begint hij aan een nieuw film, die nog “objectiever” moet zijn dan Gummo. In april komt zijn eerste roman uit, A Crack Up at the Race Riots. “Ik wilde een boek maken dat door 400 verschillende mensen geschreven lijkt. Het boek is heel fragmentarisch, het wordt alleen bij elkaar gehouden door de wetenschap dat het toch door een iemand is geschreven.”

Harmony Korines vader was een man van weinig woorden die hem vaak meenam naar de bioscoop. In het universiteitstheater van Nashville zag Korine bijna elke avond twee klassiekers. “Maar een paar films, een stuk of 25, zijn zo goed dat je je niet kunt voorstellen dat ze door mensen zijn gemaakt. Een film als Night of the Hunter van Charles Laughton of Stroszek van Werner Herzog is perfect. Ik zou de makers ervan nooit willen ontmoeten, want hun woorden kunnen nooit zo goed zijn als hun beelden. Ze mogen niet van hun voetstuk vallen. Hun films zijn geen maakwerk, maar magie.”